Advocatenwet

Advocatenwet

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Advocatenwet

#

                      

Het tableau

#

                

Artikel 1 Aw - Aanstelling tot advocaat

#

Lid 1

Eenieder is in beginsel bevoegd om in individueel of bedrijfsmatige uitoefening op te treden als advocaat. 

Lid 2

Een advocaat die optreedt namens een cliënt dient enkel:

a.     in het bezit te zijn van een positieve verklaring omtrent gedrag;
b.     niet vooraf betrokken te zijn bij de zaak of relevante derde in de kwestie waarvoor hij als advocaat optreedt;

Artikel 2 Aw - Toepassing van rechtswege

#

Lid 1

Hij die stelt op te treden als advocaat accepteert van rechtswege de bepalingen in dit artikel en verbindt zich aan de rechten, plichten en sancties dan wel andere gevolgen die deze wet daaraan verbindt.

De rechten en plichten van een advocaat

#

                

Artikel 3 Aw - Geheimhoudingsplicht

#

Lid 1

Een advocaat heeft de plicht alle informatie die hem toekomt in zijn hoedanigheid van advocaat toekomt geheim te houden. Behoudens die gevallen waarin de cliënt van de advocaat deze plicht schriftelijk, geheel of gedeeltelijk, opheft.

Lid 2

Een advocaat verwerft middels het benoemde recht in lid 1 het verschoningsrecht voor die vragen die er toe zouden leiden dat de advocaat de plicht in lid 1 zou schenden.

Lid 3

Indien een advocaat zijn geheimhoudingsplicht schendt is op klacht van de cliënt van die advocaat wiens informatie onrechtmatig openbaar is gemaakt door de advocaat, vervolging mogelijk krachtens artikel 183 Sr.

Artikel 4 Aw - Vertrouwelijke stukken

#

Lid 1

Een advocaat heeft het recht om documenten en/of ander bewijsmateriaal in te zien dat normaal gesproken niet voor het brede publiek of zelfs de verdachte toegankelijk is. Waaronder worden verstaan:

a.     Processen Verbaal;
b.     Al dan niet geanonimiseerde getuigenverklaringen;
c.     Al dan niet volledige strafdossiers;

Lid 2

Een advocaat is in beginsel niet bevoegd om deze stukken met iemand anders te delen of inhoud uit deze stukken te delen. Tevens niet ten aanzien van diens eigen cliënt. Behoudens die gevallen waarbij de verstrekkende ambtenaar of instantie hier toestemming voor geeft.

Lid 3

Worden stukken of informatie uit de in lid 1 benoemde stukken toch door een advocaat met derde gedeeld dan is vervolging op grond van artikel 183 Sr. mogelijk.

Artikel 5 Aw - Gedragscode

#

Lid 1

Een advocaat dient zich te allen tijde te gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Waaronder wordt verstaan dat:

a.     een advocaat kundig en met kennis van zaken spreekt en adviseert over de wet en het recht;
b.     een advocaat integer handelt met betrekking tot stukken, informatie en personen;
c.     een advocaat partijdig maar fatsoenlijk opstelt ten aanzien van de wederpartij en/of de overheid;
d.     een advocaat zich houdt aan de kaders en regels die wet stelt;
e.     een advocaat zich houdt aan eventuele regelingen dan wel afspraken die door de overheid dan wel semioverheden zijn opgesteld met als doel het bezoek te reguleren;

Lid 2

Schending van deze gedragscodes kan een advocaat open stellen voor het toepassen van tuchtmiddelen.

De advocaat in het strafrecht

#

            

Artikel 6 Aw - Bijwonen verhoor en voorgeleiding

#

Lid 1

Wanneer een advocaat optreedt in een strafrechtelijke kwestie is deze bevoegd om:

a.     om het verhoor van een verdachte bij te wonen, mits daarom gevraagd is door de verdachte;
b.     om het geplande verhoor, voor een rechtszaak, van een getuige bij te wonen, mits daarom gevraagd is door de getuige dan wel op uitnodiging van het Openbaar Ministerie mits het een zaak betreft waar de advocaat optreedt namens een belanghebbende in die zaak;

Lid 2

Indien de advocaat aanwezig is bij een verhoor, voorgeleiding of strafbeschikking van de verdachte wordt hij voor aanvang van het gesprek de gelegenheid gesteld om maximaal 10 minuten met zijn cliënt te overleggen. 

In het geval van verhoor, voorgeleiding of strafbeschikking heeft een advocaat tevens het recht om in totaal, maar niet noodzakelijkerwijs achter elkaar voor 10 minuten het gesprek te onderbreken en met zijn cliënt te overleggen.

Artikel 7 Aw - Strafrechtelijke tuchtmiddelen

#

Lid 1

Indien een advocaat zich zodanig gedraagt dat hij zich verdacht maakt aan strafbare feiten of zich vatbaar maakt voor tuchtmiddelen, zijn de volgende tuchtmiddelen van toepassing, wanneer het een strafrechtelijke kwestie betrof:

a.     het kortstondig ongewenst verklaren van de advocaat;
b.     het langdurig ongewenst verklaren van de de advocaat;

Artikel 8 Aw - Ongewenst verklaring advocaat

#

Lid 1

Indien een advocaat kortstondig ongewenst wordt verklaard is hij niet langer bevoegd op te treden als advocaat in strafrechtelijke kwesties.

Het kortstondig ongewenst verklaren van een advocaat gebeurt door de Hoofd Officier van Justitie.

De kortstondige ongewenst verklaring vervalt in beginsel na 1 maand, maar kan door elke Officier van Justitie na 1 week naar toepassing al ongedaan worden gemaakt indien:

a.     er nood is aan een advocaat voor een verdachte en de Officier van Justitie de indruk heeft dat de advocaat zich niet nogmaals zal misdragen;
b.     er nieuwe inzichten naar voren komen die de opheffing rechtvaardigen;

Lid 2

Indien een advocaat langdurig ongewenst wordt verklaard is hij niet langer bevoegd op te treden als advocaat in strafrechtelijke kwesties.

Het langdurig ongewenst verklaren van een advocaat gebeurt door de Hoofd Officier van Justitie. En geschiedt enkel wanneer:

a.     er al eerder spraken is geweest van een kortstondige ongewenst verklaring van een advocaat;
b.     de advocaat zich grovelijk heeft misdragen en daardoor de ambtenaren ernstig heeft gehinderd of voor onnodige onrust heeft gezorgd;

De langdurige ongewenst verklaring vervalt in beginsel niet. Echter kan deze worden ingetrokken of worden omgezet naar een kortstondige ongewenst verklaring door de Hoofd Officier van Justitie.

Bijzondere middelen

#

            

Artikel 8 Aw - Opheffen van de geheimhouding

#

Lid 1

Indien er een gegronde verdenking bestaat dat een advocaat zich als advocaat heeft opgesteld ten einde misbruik te maken van het geheimhoudingsplicht en het bijbehorende verschoningsrecht kan deze worden opgeheven.

Misbruik van de zwijgplicht wordt sowieso aangenomen indien:
a.     er blijkt dat de advocaat betrokken was bij enige strafbare handeling in een zaak waar hij later optrad;
b.     probeert met zijn geheimhoudingsplicht zijn eigen aandeel te verbergen;
c.     een cliënt intimideert of anderszins onheus bejegend of beïnvloed;
d.     een advocaat aantoonbaar onwaarheden verkondigd over zijn betrokkenheid bij een strafrechtelijk proces;

Lid 2

Opheffing van de geheimhouding gebeurt enkel door:

a.     een rechter aan wie een zaak wordt voorgelegd waar de advocaat in kwestie in optreedt;
b.     een Hoofd Officier van Justitie wanneer er spraken is van een langduriger strafrechtelijk onderzoek is naar de advocaat in kwestie of diens handelen;

Lid 3

De geheimhouding wordt enkel en alleen opgeheven voor zover dat nodig is om de gezochte informatie te bemachtigen. En is enkel van toepassing op die zaken waarbij er spraken lijkt te zijn van het misbruiken van de geheimhouding.