Wet op de bedrijfsvoering

Wet op de bedrijfsvoering

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Wet op de bedrijfsvoering

#

        

Algemene bepalingen aangaande bedrijven

#

        

Veiligheid

#

        

Artikel 1 WBV - Veiligheidseisen van panden

#

Lid 1

Een pand waar mensen werken, moet voldoen aan de volgende vereisten:
a.     er moet een duidelijk en toegankelijk evacuatieplan zijn;
b.     er is een duidelijke lijst met bedrijfshulpverleners toegankelijk en bruikbaar bij calamiteiten;
c.     de (nood)uitgangen zijn vrij van verplaatsbare obstakels;
d.     binnen in het bedrijf zijn geen verplaatsbare obstakels die ontruiming bemoeilijken;
e.     er zijn duidelijke instructies over hoe te werken of om te gaan met risicopunten binnen het bedrijf;
f.     het gebouw is structuur- en brandtechnisch in orde;

Artikel 2 WBV - Veiligheidseisen voor personeel

#

Lid 1

Personeel van een bedrijf moet voldoen aan de volgende eisen:
a.     in staat zijn om het evacuatieplan uit te voeren;
b.     in staat zijn de juiste stappen te nemen bij calamiteiten;
c.     bij calamiteiten in staat zijn de instructies van leidinggevende, bedrijfshulpverleners of bevoegde instanties op te volgen;
d.     instaat zijn het werk veilig uit te voeren, al dan niet naar aanleiding van voorschriften vanuit het bedrijf, zoals bedoelt in artikel 1 WBV lid 1 onder e;

Artikel 3 WBV - Bedrijfshulpverlening

#

Lid 1

Slechts de veiligheidsregio is bevoegd om personen naar eigen inzicht een certificaat te verlenen om op te mogen treden als bedrijfshulpverlener. Daarbij gaat de veiligheidsregio over:
a.     de geldigheidsduur van het certificaat;
b.     de inhoudelijke kennis die nodig is voor het certificaat;

Verklaringen omtrent gedrag (VOG)

#

        

Artikel 10 WBV - Vereiste verklaring omtrent gedrag

#

Lid 1

Alle organisaties zijn bevoegd om te eisen dat al hun medewerkers een positieve verklaring omtrent gedrag hebben.

Lid 2

Er geldt een verbod op het verplicht stellen van een positieve verklaring omtrent gedrag voor slechts één of enkele medewerkers binnen de organisatie, tenzij:
a.     dit onderscheid wordt gemaakt op basis van functie;

Artikel 11 WBV - Uitvoeringsinstantie

#

Lid 1

Het Openbaar Ministerie is als enige bevoegd om rechtsgeldige verklaringen omtrent gedrag af te geven.

Lid 2

Hiervoor is het Openbaar Ministerie bevoegd tot het volgende:
a.     het inzien van iemands strafblad en de daarbij horende strafdossiers;
b.     het opstellen van profielen of regels voor het keuren van verklaringen omtrent gedrag;
c.     het aanbrengen van onderscheid in verklaring omtrent gedrag voor specifieke beroepsgroepen of taken of andere zinvolle redenen.

Artikel 12 WBV - Limieten

#

Lid 1

Een verklaring omtrent gedrag mag slechts worden gebaseerd op:
a.     gepleegde misdrijven beschreven in het Wetboek van Strafrecht;
b.     wanneer hier een veroordeling voor is gegeven binnen of korter dan twee weken na het moment van aanvraag.

Winkelverbod

#

        

Artikel 20 WBV - Winkelverboden

#

Lid 1

Winkelverboden mogen worden aangevraagd door de eigenaar of bestuurder van een organisatie, voor:
a.     al hun bedrijven in Nederbeek;
b.     de posten dan wel garages van de veiligheidsregio;

Lid 2

Winkelverboden mogen niet worden aangewend met als doel:
a.     het kunnen weigeren van hulp door de veiligheidsregio of de politie;
b.     het weigeren van ambtenaren van de veiligheidsregio, de politie en/of het Openbaar Ministerie wanneer zij daar zijn in het kader van hun ambt;

Lid 3

Een winkelverbod wordt gelijkgesteld aan de strafrechtelijke maatregelen benoemd in artikel 4 Sr. lid 2.

Lid 4

Slechts het Openbaar Ministerie is bevoegd om een rechtsgeldig winkelverbod uit te vaardigen.

Lid 5

Bij het toetsen van de redelijkheid van een winkelverbod houdt het Openbaar Ministerie rekening met:
a.     de wettelijke eis van artikel 4 Sr. lid 2;
b.     eigen richtlijnen;
c.     de ernst van de onrust of strafbare gedraging;
d.     het belang van de organisatie voor het eigen levensonderhoud dan wel gemak;
e.     andere gebiedsverboden;

Artikel 21 WBV - Wegsturen

#

Lid 1

Een bedrijf is bevoegd een persoon te weigeren indien deze overlast heeft veroorzaakt of zich strafbaar gedraagt in het bedrijf of ten aanzien van minstens één van de medewerkers, zonder dat daarvoor een winkelverbod nodig is.

Lid 2

De bepaling van lid 1 is niet van toepassing op:
a.     weigeringen op basis van eerdere misdragingen dan wel strafbare gedragingen in het verleden, zonder dat daarvoor een nog geldig winkelverbod is toegekend;

Specifieke bepalingen aangaande bedrijven

#

        

Algemene periodieke keuringen (APK)

#

        

Artikel 50 WBV - Bevoegde organisaties

#

Lid 1

Enkel bedrijven die geregistreerd staan als autobedrijven mogen een algemene periodieke keuring uitvoeren.

Artikel 51 WBV - Algemene periodieke keuring

#

Lid 1

Een voertuig moet elke twee maanden gekeurd worden op diens wegwaardigheid.

Lid 2

Een voertuig is niet wegwaardig indien het op het moment van keuring:
a.     één of meerdere illegale kenmerken vertoond, welke beschreven staan in artikel 42 Sr.;
b.     aanzienlijke schade heeft aan het chassis;
c.     enige schade heeft aan de motor;

Lid 3

Autobedrijven mogen reparaties of modificaties aanbieden om een voertuig te laten voldoen aan de eisen voor een algemene periodieke keuring.
a.     eventuele kosten voor dergelijke modificaties of reparaties mogen los van een eventuele prijs voor algemene periodieke keuringen in rekening gebracht worden.

Artikel 52 WBV - Eigendom vereiste

#

Lid 1

Slechts de eigenaar van een voertuig mag verzoeken om dat voertuig te onderwerpen aan een algemene periodieke keuring.

Artikel 53 WBV - Keuringsplicht

#

Lid 1

Alle autobedrijven zijn bij wet verplicht een algemene periodieke keuring uit te voeren wanneer de eigenaar van dat voertuig daarom vraagt.

Lid 2

De plicht zoals bedoeld in lid 1 geldt niet wanneer:
a.     de eigenaar van het voertuig een contact- of gebiedsverbod heeft krachtens artikel 4 Sr. lid 2;
b.     er op het moment van het verzoek geen medewerkers aanwezig zijn die de keuring namens de organisatie mogen uitvoeren.

Lid 3

Geen voertuig kan door een autobedrijf verplicht worden een voertuig een algemene periodieke keuring te laten ondergaan. Behoudens die gevallen waarbij het bedrijf geheel of gedeeltelijk eigenaar is van het voertuig. Waaronder in elk geval wordt verstaan:
a.     die voertuigen die zij aan anderen verhuurt of tijdelijk in bruikleen heeft gegeven.

Beveiliging

#

        

Artikel 60 WBV - Toepasbare organisaties

#

Lid 1

Clubs zijn bevoegd beveiligers in dienst te nemen en deze op hun terrein beveiligingstaken te laten uitvoeren. Mits er voldaan wordt aan de in dit hoofdstuk benoemde bepalingen.

Artikel 61 WBV - Organisatorisch beleid

#

Lid 1

Binnen de kaders van de in dit hoofdstuk benoemde bepalingen is een organisatie zelf bevoegd te bepalen wanneer en hoe beveiligingstaken worden uitgevoerd.

Artikel 62 WBV - Beveiligingstaken

#

Lid 1

Onder beveiligingstaken wordt verstaan:
a.     het controleren en registreren van de identiteit van zij die het terrein van de organisatie wil betreden door middel van het opvragen van het identificatiebewijs;
b.     het verlenen/weigeren van de toegang tot het terrein van de organisatie;
c.     personen al dan niet door middel van vastpakken verwijderen van het terrein van de organisatie;
d.     het op verzoek van het gezag tijdelijk vastzetten of afzonderen van personen ten aanzien van wie: mogelijk een aangifte wordt gedaan door de organisatie, het bekend is dat hij gezocht wordt door de overheid, opgemerkt is dat deze zich schuldig maakt/heeft gemaakt aan een strafbaar feit  

Lid 2

Indien een van bovenstaande taken in de uitvoering leidt tot het begaan van enige strafbare gedraging beschreven in de wetten van Nederbeek is een beveiliger hiervoor niet vervolgbaar. Mits hij zich aan de bepalingen beschreven in dit hoofdstuk heeft gehouden.

Lid 3

In beginsel wordt aangenomen dat een beveiliger beveiligingstaken correct heeft uitgevoerd. Tenzij bewezen wordt dat dit niet het geval is geweest. 

Artikel 63 WBV - Organisatie vereisten

#

Lid 1

Voor een organisatie beveiligers mag aanstellen, dient zij eerst te voldoen aan de volgende voorwaarden:
a.     in het bezit zijn van een geldige beveiligingslicentie van het Openbaar Ministerie.

Artikel 64 WBV - Individuele vereisten

#

Lid 1

Voor beveiligers zelf gelden geen bij wet verplichte eisen. Behoudens die welke in dit artikel genoemd staan:
a.     Beveiligers mogen hun taak niet uitvoeren zonder een positieve verklaring omtrent gedrag. Tenzij de organisatie dit niet als eis stelt;

Artikel 65 WBV - Verbod

#

Lid 1

het is beveiligers niet toegestaan hun taken uit te voeren ten nadele van enig ambtenaar die in die hoedanigheid een taak uitvoert op het terrein van de organisatie.

Handhaving van de wet op de bedrijfsvoering

#

        

Inspectie

#

        

Artikel 100 WBV - Overtreding

#

Lid 1

Een bedrijf is in overtreding indien het zich niet houdt aan de beschreven bepalingen in de hoofdstukken:
a.     veiligheid;
b.     verklaring omtrent gedrag;
c.     winkelverboden;
d.     algemene periodieke keuringen
e.     beveiliging.

Lid 2

Als gevolg van een geconstateerde overtreding kunnen maatregelen dan wel sancties worden opgelegd ten aanzien van het bedrijf. Welke indien nodig ten laste komen van één of alle eigenaren van dat bedrijf.

Lid 3

Daarnaast wordt specifiek bepaald dat in elk geval de volgende medewerkers vatbaar zijn voor strafrechtelijke gedragingen als gevolg van een door hen begane overtredingen van deze wet:
a.     beveiligers;

Artikel 101 WBV - inspectie

#

Lid 1

Ten einde te controleren of een bedrijf in overtreding is mag de inspectie van een organisatie plaatsvinden.

Lid 2

Deze inspectie mag slechts plaatsvinden:
a.     als gevolg van een periodieke keuring;
b.     indien er meerdere klachten binnengekomen zijn dat een organisatie mogelijk in overtreding is;
c.     indien de inspectie gegronde aanleiding heeft om buiten klachten om te vermoeden dat een organisatie in overtreding is.

Artikel 102 WBV - Inspectieorgaan

#

Lid 1

In beginsel berust de bevoegdheid om op te treden als inspectie, en sancties dan wel maatregelen op te leggen, alleen bij het Openbaar Ministerie. Behoudens die gevallen waarin de wet of het Openbaar Ministerie anders bepaalt.

Artikel 103 WBV - Veiligheidsinspecties

#

Lid 1

Veiligheidsinspecties worden uitgevoerd door de veiligheidsregio.

Lid 2

De veiligheidsregio is bevoegd om zelfstandig inspecties te ondernemen, zolang het een inspectie betreft bedoeld onder artikel 101 WBV lid 2 onder a. Buiten die gevallen om dient zij eerst toestemming te vragen aan het Openbaar Ministerie.

Artikel 104 WBV - Beperkte inspectie

#

Lid 1

Inspectie van organisaties mag slechts plaatsvinden op basis van deze wet.

Lid 2

De middelen en sancties die in deze wet beschreven staan, mogen enkel worden toegepast zolang zij in overeenstemming zijn met deze wet en het gevolg zijn van een wettige inspectie.

Lid 3

Geen inspecteur is bevoegd om diens gezag aan te wenden buiten een wettige inspectie om. Ten aanzien van organisaties, eigenaren of medewerkers. Niet zijnde die bevoegdheden en taken die het gevolg zijn van andere wetten van Nederbeek. Waaronder in elk geval wordt verstaan:
a.     de bevoegdheden als gevolg van strafrechtelijke taken.

Artikel 105 WBV - Inspectiemiddelen

#

Lid 1

Voor het uitvoeren van de inspectietaak is een inspecteur bevoegd gebruik te maken van de volgende middelen:
a.     bezoeken;
b.     doorzoeken;
c.     het houden van interviews
d.     een oefening uitvoeren;
e.     een steekproef nemen;
e.     het inzien van de bedrijfsadministratie;
f.     het inzien van camerabeelden;
g.     het doen van een algemene oproep.

Lid 2

Als aanvulling op artikel 103 WBV geldt voor veiligheidsinspecties dat zonder toestemming van het Openbaar Ministerie de veiligheidsregio de middelen bedoelt onder lid 1 a, b en d mag inzetten. Dit geldt van rechtswege voor alle veiligheidsinspectie. Tenzij:
a.     de inspectie plaatsvindt op het terrein van een overheidsorgaan.

Artikel 106 WBV - Bezoek

#

Lid 1

Onder een bezoek wordt verstaan:

a.     het zonder toestemming van de eigenaar mogen betreden van het terrein van de organisatie;

b.     het mogen rondkijken op het terrein van de organisatie en alles met het oog inspecteren;
c.     het gade mogen slaan van de werkzaamheden van medewerkers;

Lid 2

De bevoegdheden horende bij het bezoek gelden enkel voor zover de inspecteur zich geen toegang hoeft te forceren tot het pand, behoudens de eigenaar of bestuurder te sommeren hem de toegang te verlenen.

Artikel 107 WBV - Doorzoeking

#

Lid 1

Onder een doorzoeking wordt verstaan:

a.     het bekijken van de opslagplekken binnen een organisatie;
b.     het mogen inspecteren van de spullen in deze opslagplekken; 

Lid 2

De bevoegdheden horende bij de bedrijfsdoorzoeking gelden enkel voor zover de inspecteur zich geen toegang hoeft te forceren tot het pand of de te doorzoeken plekken, behoudens de eigenaar sommeren hem de toegang te verlenen.

Artikel 108 WBV - Het houden van interviews

#

Lid 1

Onder een verhoor wordt verstaan:

a.     het stellen van vragen in de organisatie zelf of in de omgeving van de organisatie;
b.     het houden van enquêtes in de organisatie zelf of in de omgeving van de organisatie;
c.     het als getuige horen van klanten, medewerkers of eigenaren, al dan niet op een externe locatie;

Lid 2

Alle middelen benoemd in lid 1 zijn op vrijwillige basis. Slechts medewerkers en leidinggevenden van een bedrijf kunnen door de inspectie gesommeerd worden om deel te nemen aan een verhoor, zoals bedoeld in lid 1 onder c.

Lid 3

Indien de inspectie iemand verhoord dient zij:
a.     dit duidelijk kenbaar te maken;
b.     de te verhoren persoon te wijzen op diens recht om te zwijgen;
c.     de te verhoren persoon te wijzen op diens recht om zich te doen bijstaan door een raadsman;
d.     de te verhoren persoon onder ede te stellen en kenbaar te maken dat liegen onder ede strafbaar is;

Artikel 109 WBV - Oefening

#

Lid 1

Onder een oefening wordt verstaan:

a.     het laten uitvoeren van een protocol met als doel de naleving ervan te controleren;

Lid 2

De bevoegdheden horende bij het houden van een oefening gelden enkel voor zover de inspecteur geen medewerking hoeft te forceren van de daar aanwezigen, behoudens de eigenaar sommeren het protocol in te roepen of het alarm af te laten gaan.

Artikel 110 WBV - Steekproef

#

Lid 1

Onder een steekproef wordt verstaan:

a.     het afnemen van de dienst van het bedrijf dat wordt geïnspecteerd;
b.     het trachten af te nemen van een dienst die bij wet of reglement verboden is;

Lid 2

Indien de inspectie het vermoeden heeft dat haar aanwezigheid de uitslag van de steekproef beïnvloedt, mag zij een derde vragen de dienst af te nemen of te proberen af te nemen. Echter geldt het verslag hiervan als ware het een verhoor van een medewerker, met alle rechten en plichten van dien.

Artikel 111 WBV - Inzien en inbeslagname bedrijfsadministratie

#

Lid 1

Deze inspectie is bevoegd om de bedrijfsadministratie in te zien, wat inhoudt dat de inspectie:

a.     met een medewerker mee mag kijken in alle stukken van de bedrijfsadministratie;
b.     toegang mag krijgen tot of een kopie mag ontvangen van de bedrijfsadministratie;

Lid 2

Onder de bedrijfsadministratie wordt in elk geval verstaan:
a.     de documenten of systemen die de organisatie gebruikt om haar werkzaamheden uit te voeren;
b.     de contracten en andere overeenkomsten die de organisatie is aangegaan;
c.     de financiële administratie/boekhouding;
d.     de personeelsadministratie waaronder mede wordt begrepen de diploma's van medewerkers.
e.     incidentenlijsten/ BHV-lijsten;
f.     een lijst met lopende juridische procedures tegen en namens de organisatie;

Lid 3

De bepalingen uit lid 1 zijn slechts van toepassing voor zover een organisatie de documenten of systemen beschreven in lid 2 heeft. Aan dit artikel kunnen geen plichten voor organisaties worden ontleend om specifieke bedrijfsadministratie te hebben.

Lid 4

Het Openbaar Ministerie verleent slechts toestemming voor de inzet van dit middel wanneer voldaan wordt aan de volgende eisen:
a.     er sprake is van een vermoeden dat een bedrijf een overtreding heeft begaan, niet zijnde een algemene overtreding bedoeld in artikel 151 WBV;
b.     het aannemelijk is dat de inspectie conclusies kan trekken op basis van deze administratie;

Lid 5

Daarnaast draagt de inspectie zorg voor dat:
a.     de inbreuk op de privacy zo veel mogelijk beperkt wordt;
b.     het bedrijfsproces zo min mogelijk gehinderd wordt;

Artikel 112 WBV - Inzien van de camerabeelden

#

Lid 1

Deze inspectie is bevoegd om camerabeelden in te zien, wat inhoudt dat de inspectie:

a.     bij de politie camerabeelden mag opvragen;
b.     bij het bedrijf camerabeelden mag opvragen;
c.     van klanten of derde camerabeelden mag opvragen;

Lid 2

De bepalingen uit lid 1 zijn slechts van toepassing voor zover camerabeelden van een organisatie beschikbaar zijn.

Lid 3

Het Openbaar Ministerie verleent slechts toestemming voor de inzet van dit middel wanneer voldaan wordt aan de volgende eisen:
a.     er sprake is van een vermoeden dat een bedrijf een overtreding heeft begaan, niet zijnde een algemene overtreding bedoeld in artikel 151 WBV;
b.     er een redelijk vermoeden bestaat dat deze camerabeelden iets nuttigs laten zien of kunnen laten zien;

Artikel 113 WBV - Het doen van een algemene oproep

#

Lid 1

De inspectie mag een algemene oproep doen om bewijs of inlichtingen dan wel klachten te verkrijgen. Het doen van een algemene oproep houdt in:

a.     het plaatsen van mediaberichten in het algemeen of over een specifiek bedrijf;
b.     het vorderen van nieuwsverstrekkers om berichten te plaatsen op hun medium;

Lid 2

Het Openbaar Ministerie verleent slechts toestemming voor de inzet van dit middel wanneer voldaan wordt aan de volgende eisen:
a.     er sprake is van een redelijk vermoeden dat een bedrijf een overtreding heeft begaan, niet zijnde een algemene overtreding bedoeld in artikel 151 WBV;
b.     er een vermoeden bestaat dat een bedrijf een overtreding, niet zijnde een algemene overtreding, bedoeld in artikel 151 WBV, heeft begaan ten aanzien van meerdere gevallen;

Lid 3

Onder de bevoegdheden van lid 1 van dit artikel wordt niet verstaan:
a.     het plaatsen van berichten op media of door media waarbij de algemene rol van de inspectie wordt uitgelegd, dan wel waarbij een algemene oproep wordt gedaan om mogelijke overtredingen te melden, binnen een specifieke branche;

Maatregelen en sancties

#

        

Artikel 150 WBV - Verbod op automatische incasso

#

Lid 1

Indien de inspectie krachtens dit hoofdstuk een boete oplegt, is het haar niet toegestaan deze boete zonder uitdrukkelijke in kennisstelling van het te beboeten individu te laten voldoen via automatische incasso. Behalve die gevallen waarin strafrechtelijke middelen zijn ingezet en tot tweemaal toe geen effect hebben gehad, of waarvan de uitvoer voor twee maanden niet mogelijk is geweest.

Artikel 151 WBV - Algemene overtreding

#

Lid 1

Indien de inspectie enige overtreding van deze wet constateert die niet specifiek in een ander artikel gesanctioneerd wordt, kan zij de in dit artikel beschreven sanctie opleggen.

Lid 2

De op te leggen sancties voor deze overtreding zijn als volgt:
a.     het formeel waarschuwen van het bedrijf met een hersteltijd van minstens één week;
b.     indien herstel uitblijft een voorwaardelijke dwangsom afhankelijk van het toegestane boetebedrag met een hersteltijd van minstens één week;
c.     het opleggen van de dwangsom;
d.     het verhogen van de dwangsom met €100 per dag dat de overtreding na de oplegging van de dwangsom voortduurt, tot een maximum van het dubbele van het toepasbare boetebedrag.

Lid 3

Voor dit feit bedraagt de hoogte van de dwangsom €1.000;

Artikel 152 WBV - Overtreding van de veiligheidsvereisten

#

Lid 1

Indien de inspectie constateert dat een bedrijf niet voldoet aan de eisen die worden gesteld aan een veilig bedrijf, zoals beschreven in artikel 1 WBV en/of artikel 2 WBV, kan zij de in dit artikel beschreven sancties opleggen.

Lid 2

De op te leggen sancties voor deze overtreding zijn als volgt:
a.     het formeel waarschuwen van het bedrijf met een hersteltijd van minstens één week;
b.     indien herstel uitblijft, een voorwaardelijke dwangsom afhankelijk van het toegestane boetebedrag met een hersteltijd van minstens één week;
c.     het opleggen van de dwangsom;
d.     het verhogen van de dwangsom met €250 per dag dat de overtreding na de oplegging van de dwangsom voortduurt, tot een maximum van het dubbele van het toepasbare boetebedrag.

Lid 3

Voor dit feit bedraagt de hoogte van de dwangsom €2.500;

Lid 4

De veiligheidsregio is zelfstandig bevoegd om de sancties bedoeld in lid 2 onder a toe te passen. Waarbij zij wel de plicht heeft de opgelegde sanctie te melden bij het Openbaar Ministerie.

Artikel 153 WBV - Onterechte goedkeuring bij een algemene periodieke keuring

#

Lid 1

Indien de inspectie constateert dat een bedrijf een voertuig met goed gevolg door de algemene periodieke keuring laat komen zonder dat dit op dat moment terecht was, kan zij de in dit artikel beschreven sancties opleggen.

Lid 2

De op te leggen sancties voor deze overtreding zijn als volgt:
a.     het formeel waarschuwen van het bedrijf met een maximale looptijd van één maand en/of het al dan niet gratis overdoen van de algemene periodieke keuring;
b.     additioneel mag een boete van ten hoogste €3.000 worden opgelegd;
c.     indien het overdoen van de algemene periodieke keuring is opgelegd en als gevolg van onwil dan wel onmacht vanuit het bedrijf minstens één week uitblijft, kan een voorwaardelijke dwangsom worden opgelegd van maximaal €3.000;

Lid 3

De boetes bedoeld onder lid 2 b en c mogen niet gestapeld worden, maar wel achter elkaar worden opgelegd. Echter, de boete bedoeld onder lid 2 onder b niet mag worden opgelegd na een boete onder lid 2 onder c.

Artikel 154 WBV - Fraude met algemene periodieke keuring

#

Lid 1

Indien de inspectie constateert dat een bedrijf een voertuig opzettelijk met goed gevolg door de algemene periodieke keuring laat komen zonder dat dit op dat moment terecht was, kan zij de in dit artikel beschreven sancties opleggen.

Lid 2

Wanneer deze overtreding één keer wordt begaan door een monteur die handelt uit eigen beweging, zijn de op te leggen sancties als volgt:
a.     het starten van een strafrechtelijk onderzoek naar de monteur die de keuring heeft uitgevoerd dan wel de eigenaar/eigenaren van het bedrijf, aangaande oplichting zoals beschreven in artikel 104 Sr.;
b.     additioneel wordt de eigenaar dan wel worden de eigenaren van het bedrijf formeel gewaarschuwd;
c.     Tevens kan een boete van maximaal €7.500 worden opgelegd aan het bedrijf;

Lid 3

Wanneer deze overtreding één keer wordt begaan door een monteur in opdracht of als gevolg van instructies van een eigenaar, dan wel wordt begaan door een eigenaar, zijn de op te leggen sancties als volgt:
a.     het starten van een strafrechtelijk onderzoek naar de monteur die de keuring heeft uitgevoerd dan wel de eigenaar/eigenaren van het bedrijf, aangaande oplichting zoals beschreven in artikel 104 Sr.;
b.     Additioneel kan een boete van maximaal €12.500 worden opgelegd aan het bedrijf;

Lid 4

Wanneer deze overtreding meermaals wordt begaan door monteurs in opdracht of als gevolg van instructies van een eigenaar, dan wel wordt begaan door een eigenaar, zijn de op te leggen sancties als volgt:
a.     het starten van een strafrechtelijk onderzoek naar de monteur die de keuring heeft uitgevoerd dan wel de eigenaar/eigenaren van het bedrijf, aangaande oplichting zoals beschreven in artikel 104 Sr.;
b.     Additioneel kan een boete van maximaal €25.000 worden opgelegd aan het bedrijf;

Lid 5

De boetes beschreven in lid 3 onder b en lid 4 onder b kunnen tevens worden opgelegd wanneer er geen sprake is van opzet, maar de foutieve goedkeuring het gevolg is van wanbeleid dan wel een gebrek aan bestuur vanuit het bedrijf;

Artikel 155 WBV - Het niet correct uitvoeren van de beveiligingstaak

#

Lid 1

Indien de inspectie constateert dat een beveiliger niet conform de beveiligingstaak heeft gehandeld, kan zij de in dit artikel beschreven sancties opleggen.

Lid 2

De op te leggen sancties voor deze overtreding zijn als volgt:
a.     het formeel waarschuwen van het bedrijf met een maximale looptijd van één maand;
b.     additioneel mag een boete van ten hoogste €10.000 worden opgelegd aan het bedrijf;

Artikel 156 WBV - Het verwijtbaar niet correct uitvoeren van de beveiligingstaak

#

Lid 1

Indien de inspectie constateert dat een beveiliger niet conform de beveiligingstaak heeft gehandeld, maar het bedrijf ook niet in bezit was van een geldige licentie voor beveiligers, kan zij de in dit artikel beschreven sancties opleggen.

Lid 2

De op te leggen sancties voor deze overtreding zijn als volgt:
a.     het opleggen van een voorwaardelijke dwangsom van €7.500 met een looptijd van één week;
b.     indien het bedrijf dan geen licentie toegewezen gekregen heeft, maar wel nog beveiligers in dienst heeft, wordt de dwangsom opgelegd;
c.     het verhogen van de dwangsom met €750 per dag dat de overtreding na de oplegging van de dwangsom voortduurt, tot een maximum van het dubbele van het toepasbare boetebedrag.

Artikel 157 WBV - Meervoudig weigeren van inspectie

#

Lid 1

Indien de inspectie meermaals een middel wil inzetten, maar dit niet kan omdat zij geweigerd wordt, kan zij de in dit artikel beschreven sancties opleggen:
a.     het formeel waarschuwen van het bedrijf, waarna na minstens één dag een nieuwe poging mag
b.     indien de weigering voortduurt, mag  een boetebedrag van €10.000 worden opgelegd;
d.     het verhogen van de dwangsom met €1000 per dag dat de overtreding na de oplegging van de dwangsom voortduurt, tot het maximale boetebedrag van €30.000 is bereikt;
e.     het laten arresteren van ieder die de inspectie weigert voor het overtreden van artikel 20 Sr.;
f.     het herhalen van de procedures, beginnende vanaf lid 1 onder b;

Artikel 160 WBV - Openstaande boete

#

Lid 1

Indien een boete in zijn maximale omvang is opgelegd en betaling langer dan een week duurt, mag tegen één of alle eigenaren van dat bedrijf of het individu tegen wie een boete geëist is een strafrechtelijke procedure worden gestart aangaande wanbetaling van een openstaande boete, zoals beschreven in artikel 191 Sr.

Artikel 161 WBV - Het intrekken van licenties

#

Lid 1

Naast alle bepalingen omtrent sancties in dit hoofdstuk is de inspectie bevoegd om licenties die van toepassing zijn op de overtreding in te trekken. Mits:
a.     een overtreding binnen 3 maanden meermaals is geconstateerd bij een bedrijf;
b.     dan wel wanneer een overtreding een ernstig karakter heeft, waardoor het intrekken in het maatschappelijk belang is;

Artikel 162 WBV - Voortdurende overtreding

#

Lid 1

De inspectie mag aannemen dat een overtreding voortduurt, tenzij:
a.     verzocht wordt de keuring opnieuw te doen, omdat de geïnspecteerde meent dat de overtreding is verholpen;
b.     ook in de gelegenheid wordt gesteld om het herstel te controleren;
c.     na controle moet concluderen dat een eventuele herstelpoging onvoldoende is geweest en de overtreding dus doorloopt;

Bezwaar tegen inspectie

#

        

Artikel 170 WBV - Verzoek tot heroverweging

#

Lid 1

indien de inspectie naar mening van de gesanctioneerde een sanctie oplegt die te zwaar of niet passend is. Dient zij dit bij de inspectieambtenaar die de sanctie heeft opgelegd kenbaar te maken via een verzoek tot heroverweging.

Lid 2

Dit verzoek bevat:
a.     om welke overtreding het gaat;
b.     welke sanctie is opgelegd;
c.     een motivering waarom deze te zwaar dan wel ongepast is.

Lid 3

De inspectie ambtenaar neemt het verzoek tot heroverweging in behandeling en laat binnen redelijke tijd weten of de oude sanctie wordt gehandhaafd, naar wat deze wordt aangepast of waarom deze wordt opgeheven. Indien nodig specificeert de inspectieambtenaar daarbij ook eventuele voorwaarden, zolang deze vallen binnen de wettelijke kaders.

Artikel 171 WBV - Herziening

#

Lid 1

Een herziening mag alleen worden aangevraagd wanneer:
a.     een verzoek tot heroverweging niet of onvoldoende geslaagd is, waardoor er een sanctie is opgelegd die het bedrijf of het individu onnodig bestraft;
b.     wanneer een bedrijf of individu van mening is dat er een sanctie is opgelegd die in strijd is met de wet.

Lid 2

Dit verzoek bevat:
a.     om welke overtreding het gaat;
b.     welke sanctie is opgelegd;
c.     welke ambtenaar deze heeft opgelegd;
c.     een motivering waarom deze te zwaar dan wel onwettig is.

Lid 3

Een andere inspectieambtenaar die bevoegd is sancties op te leggen, neemt het herzieningsverzoek in behandeling. Deze laat binnen redelijke termijn weten of de sanctie in stand wordt gehouden, wordt aangepast of ongeldig wordt verklaard.

Lid 4

Een onwettige sanctie hoeft niet tot niet-ontvankelijkheid voor de overtreding te leiden. Een wettige sanctie opleggen is voldoende. Tenzij de onwettige sanctie het gevolg is van grove nalatigheid van de originele inspectieambtenaar.

Artikel 172 WBV - Beroep

#

Lid 1

Er mag beroep worden ingesteld tegen:
a.     een herzieningsverzoek waarbij een vermeende onwettige sanctie in stand gelaten is.

Lid 2

Beroep wordt aangevraagd bij de rechtbank van Nederbeek als zijnde een civiele procedure.