Navigatie
← Terug naar overzichtArtikel 5 AB - Bezwaar en beroep
#Lid 1
Het maken van bezwaar tegen beslissingen, uit naam, van het Openbaar Ministerie geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het Openbaar Ministerie middels het opstellen van een zogenoemde Juridische Procedure.
Lid 2
Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en relevante gegevens van de indiener en/of raadsman;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht;
d. de gronden van het bezwaar of beroep.
Lid 3
De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zeven dagen.
De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing is genomen en voor zover van toepassing op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt is.
Lid 4
Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:
niet is voldaan aan de eisen gesteld in lid 1 en 2 of aan enig ander bij de wet gestelde vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep.
Lid 5
De leiding van het Openbaar Ministerie beslist binnen zeven dagen, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Uitstel is mogelijk voor zover:
a. alle belanghebbenden daarmee instemmen,
b. dit nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften.
c. het niet mogelijk is het bezwaar grondig genoeg uit te zoeken binnen één week, mits hiervoor een gegronde reden wordt aangevoerd;

