Wetboek

Wetboek

Het wetboek van Nederbeek

Bekijk hier alle wetten en regels.

Wetboek
Bijzondere wetten van Nederbeek

Gedragscode journalistiek

Gedragscode journalistiek

Waarheidgetrouw

Artikel 1 GJ - Weergave van de werkelijkheid

Lid 1

Bij het doorgeven van nieuws neemt de journalist de werkelijkheid zoals hij die aantreft en waarneemt als uitgangspunt. De verificatie van feiten en de weergave van uiteenlopende meningen belichaamt het journalistieke streven naar objectiviteit.

Artikel 2 GJ - Feiten, beweringen en meningen

Lid 1

De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan tussen feiten, beweringen en meningen.

Artikel 3 GJ - Feitenontrole

Lid 1

De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten waar mogelijk controleerbaar.

Artikel 4 GJ - Rekenschap fictie

Lid 1

De journalist die in zijn berichtgeving fictieve elementen verwerkt, door namen van betrokkenen te wijzigen of feiten te dramatiseren, legt daarvan telkens rekenschap af.

Artikel 5 GJ - Versoepeling op recreatief schrijven

Lid 1

In columns, recensies, opiniërende berichten en vergelijkbare genres komt de journalist een grotere vrijheid toe dan in andere berichtgeving, waar het gaat om het controleren van feiten, het achterwege laten van wederhoor, en het door elkaar gebruiken van feiten en fictie.

Onafhankelijkheid

Artikel 10 GJ - Vermelding persoonlijk belang

Lid 1

De journalist zal, indien hij gebonden is aan enige politieke partij, belangenvereniging of bedrijf anders dan de uitgever van zijn eigen medium, daarvan in zijn berichtgeving telkens rekenschap geven indien dat voor de beoordeling van het bericht relevant is.

Artikel 11 GJ - Verbod op omkoping

Lid 1

De journalist neemt geen materiële of immateriële vergoedingen aan die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan.

Fair

Artikel 21 GJ - Bronbescherming

Lid 1

De journalist beschermt bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd. 

Artikel 22 GJ - Wederhoor

Lid 1

Het zoeken naar hoor en wederhoor is een journalistiek basisprincipe. In het bijzonder bij het publiceren van beschuldigingen of verdachtmakingen aan het adres van een persoon of organisatie, past de journalist wederhoor toe. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid, liefst in dezelfde publicatie en zonder onredelijke tijdsdruk, te reageren op de aantijging.

Artikel 23 GJ - Onjuiste of schadelijke publicatie

Lid 1

De journalist van wie blijkt dat hij een onjuist bericht heeft gepubliceerd, zal het schadelijke bericht of de onnauwkeurigheid, gevraagd of ongevraagd, op zo kort mogelijke termijn op royale wijze corrigeren in een rectificatie of middels een rectificatie.

Open vizier

Artikel 31 GJ - Onrechtmatig verkrijgen informatie

Lid 1

De journalist steelt geen informatie en betaalt niet voor gestolen informatie

Lid 2

De journalist maakt geen gebruik van onrechtmatig door derden verkregen informatie, tenzij met publicatie daarvan een groot maatschappelijk belang is gediend. 

Handhaving

Artikel 41 GJ - Afdwingbaarheid

Lid 1

Alle bepalingen in deze gedragscode zijn omwille van de naleving ervan afdwingbaar voor een magistraat. 

Artikel 42 GJ - Sancties

Lid 1

Indien de rechter vaststelt dat één of meerdere bepalingen in deze gedragscode niet zijn nageleefd kan deze besluiten de betreffende journalist of diens organisatie te sanctioneren met: 

Lid 2

Indien de rechter vaststelt dat één of meerdere bepalingen in deze gedragscode niet zijn nageleefd kan deze besluiten de betreffende journalist of diens organisatie te sanctioneren met:
a.     Het verplicht laten schrijven van een rectificatie;
b.     Het compenseren van de benadeelde van een publicatie die niet in lijn is met de gedragscode van ten hoogste €10,000;
c.     Het aansprakelijk stellen van de journalist of diens organisatie voor schade die een benadeelde heeft geleden als gevolg van de onheuse publikatie; 

Lid 3

Ter aansporing tot nakoming van de sancties genoemd in lid 1 kan de behandelende magistraat besluiten een maximale dwangsom van €1,000 per dag tot een maximum van €15,000 op te leggen aan de journalist of diens instantie.
a.     Deze dwangsom zal ten gunste komen van de benadeelde van een onheuse publicatie.