Wetboek van strafrecht

Wetboek van strafrecht

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Wetboek van strafrecht

#

Basisbeginselen

#

Hoofdstraffen

#

Artikel 6 Sr. - Sanctie

#

Lid 1

Strafbare feiten kunnen worden bestraft met een: gevangenisstraf, taakstraf of een geldboete. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen overtredingen en misdrijven, op basis waarvan het strafrecht ook is ingedeeld.

Lid 2

Een gevangenisstraf heeft een maximale duur van 60 maanden. Echter geldt voor de artikelen 150 en 151 Sr. een maximum straf van 90 maanden.

Lid 3

Een taakstraf mag niet bestaan uit meer dan 60 taken.

Lid 4

Een geldboete heeft een maximumbedrag van € 20.000. En zijn onder te verdelen in de volgende categorieën

1e: €2.900

2e: €3.800

3e: €5.100

4e: €7.300

5e: €8.600

Lid 5

De hierboven benoemde sancties mogen enkel worden opgelegd aan zij die schuldig zijn aan een in de wet benoemd strafbaar feit.

Lid 6

Een boete wordt altijd in combinatie met een taakstraf opgelegd voor hetzelfde feit. Er geldt een verbod op het combineren van een celstraf en taakstraf dan wel het combineren van een celstraf en boete voor één en hetzelfde feit.

Lid 7

Een opsporingsambtenaar heeft de bevoegdheid op basis van zijn of haar discretionaire handelingsmarge om een beslissing te nemen tussen een gevangenisstraf of een taakstraf.

Een combinatie van beide sancties is niet mogelijk.

Een opsporingsambtenaar handelt in overeenstemming met lid 6 wanneer hij gebruik maakt van diens discretionaire handelingsmarge.

Lid 8

De in lid 4 beschreven sanctie mag worden opgelegd als vervanging van een gevangenisstraf door een functionaris van het Openbaar Ministerie ten aanzien van een misdrijf.

Lid 9

Iedere overtreding wordt primair bestraft met een geldboete, echter mag een taakstraf worden toegevoegd aan deze geldboete door een functionaris van het Openbaar Ministerie zolang tegelijkertijd een misdrijf ten laste wordt gelegd.

Artikel 7 Sr. - Maatregelen

#

Lid 1

De volgende zaken mogen inbeslaggenomen worden: geld, voertuigen, documenten waaronder rijbewijzen, (zee)containers en goederen.

Lid 2

Een contact of gebiedsverbod mag slechts worden opgelegd voor de duur van een week.

Lid 3

De bovenstaande maatregelen mogen ongeacht de schuld of onschuld van een verdachte worden opgelegd. Zolang dit redelijk en nodig is voor het herstellen of voorkomen van strafbare daden. 

Lid 4

Enkel een veroordeling voor een misdrijf kan resulteren in een negatieve aantekening op het VOG wanneer:

a.     wanneer een opsporingsambtenaar veroordeeld voor een misdrijf;

b.     wanneer een lid van het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf oplegt;
c.     wanneer een lid van het Openbaar Ministerie een taakstraf en/of boete oplegt en niet expliciet opgenomen heeft dat het VOG negatief wordt;

Officieren van Justitie hebben de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over het VOG. Daarbij mogen zij gemotiveerd afwijken van de bepalingen in dit lid.

Artikel 8 Sr. - Voorwaardelijkheid

#

Lid 1

Een straf dan wel maatregel kan voorwaardelijk worden opgelegd.

Lid 2

Bij een voorwaardelijke oplegging wordt de straf niet ten uitvoer gelegd mits er aan bepaalde eisen voldaan wordt.

Lid 3

Een straf dan wel maatregel mag slechts voor de duur van twee weken worden opgelegd waarna de voorwaardelijke straf of maatregel komt te vervallen.

Lid 4

Het Openbaar Ministerie is vrij om te besluiten welke voorwaarden zij stellen aan een voorwaardelijke straf of maatregel zolang deze redelijk zijn en op het feit betrekking hebben waarvoor de straf of maatregel wordt opgelegd. 

Bij wet is de enige vereiste voorwaarde dat een voorwaardelijk veroordeelde geen misdrijven pleegt.


Artikel 9 Sr. - Gradaties

#

Lid 1

Poging; tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van handelen of uitvoering heeft geopenbaard. 

Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met een derde verminderd.

Lid 2

Voorbereiding tot; misdrijf is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft.

Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij voorbereiding tot een tweede verminderd.

Lid 3

Als dader worden gestraft, zij die een feit plegen, doen plegen of medeplegen.

Lid 4

Medeplichtigheid aan een misdrijf is strafbaar wanneer een persoon betrokken is bij een misdrijf maar in ondergeschiktheid aan de uitvoerders en zich bewust is of had moeten zijn van mogelijk strafbare gedraging door de uitvoerders.

Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij medeplichtigheid met een derde verminderd.

Lid 5

De in de bovenstaande leden bepaalde pleegvormen zijn alleen van toepassing op misdrijven waarvoor een gevangenisstraf geldt van 2 maanden of meer na vermindering.

Artikel 10 Sr. - Stapelwetten

#

Lid 1

Indien een feit in twee artikelen strafbaar wordt gesteld is de strafbare gedraging die het nauwst aansluit bij het gepleegde feit het strafbare feit dat ten laste wordt gelegd.

Lid 2

Bovenstaande houdt niet in dat iemand niet vervolgd kan worden voor meerdere strafbare feiten op basis van één of een aaneengesloten reeks gebeurtenissen. Het doel is om de meest passende straf toe te kennen.

Lid 3

Indien er twijfel bestaat over welke specifieke beschrijving van toepassing is doordat zij beide van toepassing zijn wordt het feit gekozen waarop de hoogste celstraf is gezet.

Artikel 11 Sr. - Uitsluiting en verminderingsgronden

#

Lid 1

Een individu wordt niet gestraft nog veroordeeld voor een strafbaar feit wanneer hij:
a.     dit feit pleegt voor de noodzakelijke verdediging van zijn eigen of een anders lijf of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke schendingen. Krachtens een beroep op noodweer;
b.     de grenzen van een noodzakelijke verdediging overgaat, zolang deze overschrijding het gevolg is van een heftige emotionele gemoedsbeweging als gevolg van de schending en mits de overschrijding niet te ver buiten proportie is. Middels een beroep op noodweerexces;
c.     ter goeder trouw handelt conform een relevante wettelijke bepaling. Middels een beroep op het handelen conform wettelijk voorschrift.
d.     handelt conform een bevel van een ambtenaar waarbij hij redelijkerwijs niet hoefde te twijfelen aan de rechtmatigheid van de ambtenaar en/ of het bevel. Middels een beroep op het handelen conform een ambtelijk bevel;

Lid 2

Als factoren die kunnen leiden tot strafvermindering mogen in elk geval worden aangevoerd:
a.     persoonlijke gemoedstoestand;
b.     persoonlijke financiële situatie;
c.     persoonlijke ervaringen;

Artikel 12 Sr. - Verjaring

#

Lid 1

Het recht tot strafvervolging vervalt door verjaring,

a.     Voor de straffen die met max 20 maanden worden bedreigd in 6 weken;

b.     Voor de straffen die met max 40 maanden worden bedreigd in 12 weken;

c.     Voor de straffen die met een max 60 maanden worden bedreigd in 18 weken,

Hetgeen bedoelt wordt in Art. 180 en Art. 181 Sr. verjaart nooit.

Overtredingen

#

Openbare Orde & Gezag

#

Artikel 20 Sr. - Belemmering van ambtenaren

#

Lid 1

Hij die een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van diens werk hindert of nodeloos en systematisch stoort, is schuldig aan het belemmeren van ambtenaren

Belemmering van ambtenaren wordt maximaal bestraft met een geldboete van €800,00 en/of 20 taakstraffen.

Artikel 21 Sr. - Belediging van een ambtenaar in functie

#

Lid 1

Hij die een ambtenaar tijdens de uitoefening van diens werk of als gevolg daarvan opzettelijk en doelbewust beledigd, is schuldig aan het beledigen van een ambtenaar in functie.

Beledigen van een ambtenaar in functie wordt maximaal bestraft met een geldboete van €900,00 en/of 5 taakstraffen.

Artikel 22 Sr. - Niet kunnen tonen van een identiteitsbewijs

#

Lid 1

Hij die niet in staat is om te voldoen aan de verplichting om zich te legitimeren, is schuldig aan het niet kunnen tonen van een identiteitsbewijs.

Het niet kunnen tonen van een legitimatiebewijs wordt maximaal bestraft met een geldboete van €200,00.

Artikel 23 Sr. - Openbaar gebruiken van verdovende middelen

#

Lid 1

Hij die in het openbaar middelen, die de waarneming verstoren, inneemt of onder de invloed van die middelen verkeerd, is schuldig aan het openbaar gebruiken van verdovende middelen.

Het openbaar gebruiken van verdovende middelen wordt maximaal bestraft met een geldboete van maximaal de 1ste categorie en/of 15 taakstraffen

Lid 2

Onder invloed van middelen wordt verstaan de aanwezigheid van: Amfetamine, Methamfetamine, Cocaïne, Cannabis, Opiaten of meer dan 0,5 promille alcohol in het bloed. 

Het weigeren van een alcohol, blaas- of drugs-speekseltest wordt maximaal bestraft met een geldboete van de 1ste categorie.

Artikel 24 Sr. - Verstoring van de openbare orde

#

Lid 1

Hij die op een openbare plek of in een voor het publiek toegankelijke ruimte de orde verstoord, personen lastig valt of vecht, is schuldig aan het verstoren van de openbare orde.

Het verstoren van de openbare orde wordt maximaal bestraft met een geldboete van €900,00 en/of 15 taakstraffen.

Artikel 25 Sr. - Het hinderen en vertragen van het verkeer

#

Lid 1

Hij die al dan niet in een voertuig het verkeer afleidt, belemmert, afremt of omleidt dan wel op een andere manier hinder, zonder daartoe gerechtigd te zijn, is schuldig aan het hinderen en vertragen van het verkeer.

Het hinderen en vertragen van het verkeer wordt maximaal bestraft met een geldboete van €560,00.

Artikel 26 Sr. - Weigeren van een getuigenis

#

Lid 1

Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, is schuldig aan het weigeren van een getuigenis.

Het weigeren van een getuigenis wordt maximaal bestraft met een geldboete van €900,00.

Artikel 27 Sr. - Weigeren vordering tot hulp

#

Lid 1

Hij die op vordering van het openbaar gezag weigert iemand hulp te verlenen dan wel te assisteren bij het verlenen van hulp terwijl die persoon daartoe wel in staat was, is schuldig aan het weigeren van een vordering tot hulp.

Het weigeren van een vordering tot hulp wordt maximaal bestraft met een geldboete van €1500,00.

Verkeer

#

Artikel 40 Sr. - Negeren van een rood verkeerslicht

#

Lid 1

Hij die linksaf of rechtdoor doorrijdt terwijl hij rood licht had, is schuldig aan het negeren van een rood verkeerslicht.

Negeren van een rood stoplicht wordt maximaal bestraft met een geldboete van €600,00.

Artikel 41 Sr. - Negeren van een stopteken

#

Lid 1

Hij die na meermaals een stopteken of instructie gegeven door een opsporingsambtenaar negeert, terwijl hij in staat was daaraan gehoor te geven zonder het verkeer te belemmeren of in gevaar te brengen, is schuldig aan het negeren van een stopteken.

Negeren van een stopteken wordt maximaal bestraft met een geldboete van €240,00.

Artikel 42 Sr. - Besturen van een voertuig met illegale kenmerken

#

Lid 1

Hij die een voertuig bestuurd dat: geen kenteken, met geblindeerde ramen rijdt, heeft of andere publiek gemaakte eisen gesteld door de politie zoals een WOK kenmerk, is schuldig aan het besturen van een voertuig met illegale kenmerken.

Het besturen van een voertuig met illegale kenmerken wordt maximaal bestraft met een geldboete van €740,00 en een rijontzegging van 24 uur.

Lid 2

Onder illegale kenmerken vallen:

a.     Neonverlichting onder of aan de auto;

b.     Spoiler breder dan de buitenspiegels;

c.     Geen zichtbaar kenteken of ontbrekend kenteken aan de achterkant;

d.     Kapotte voor- of achterruit;

e.     Ontbreken van buitenspiegels;

f.     Meertonige claxon;

g.     Illegale raamtint waardoor de bestuurder niet goed zichtbaar is, minimale lichtdoorlatendheid van 55%; 

h.     De grote lichten, dimlichten, stadslichten en achteruitrijlichten anders dan de kleur wit of geel;

Onder de minimale lichtdoorlatendheid wordt verstaan; alles donkerder dan het type "Light Smoke"

Artikel 43 Sr. - Negeren van optische- en geluidssignalen

#

Lid 1

Hij die een voertuig dat optische en/of geluidssignalen voert geen voorrang verleent terwijl dit wel mogelijk is, is schuldig aan het negeren van optische- en geluidssignalen.

Het negeren van optische- en geluidssignalen wordt maximaal bestraft met een geldboete van €440,00.

Artikel 44 Sr. - Negeren van een doorgetrokken streep

#

Lid 1

Hij die over een doorgetrokken streep rijdt waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat, is schuldig aan het negeren van een doorgetrokken streep.

Het negeren van een doorgetrokken streep wordt maximaal bestraft met een geldboete van €200,00.

Artikel 45 Sr. - Illegaal parkeren

#

Lid 1

Hij die een voertuig parkeert op een plaats waar dat verboden is door een bord, waardoor het overige verkeer wordt gehinderd of op de stoep terwijl een betere parkeerplaats voorhanden is, is schuldig aan het illegaal parkeren.

Het illegaal parkeren wordt maximaal bestraft met een geldboete van €270,00.

Artikel 46 Sr. - Illegaal keren op de weg

#

Lid 1

Hij die bij een doorgetrokken streep een andere rijrichting opgaat of dit doet op een plaats waar dit expliciet verboden is, is schuldig aan het illegaal keren op de weg.

Het illegaal keren op de weg wordt maximaal bestraft met een geldboete van €220,00.

Artikel 47 Sr. - Rijden onder invloed van alcohol

#

Lid 1

Hij die een voertuig bestuurt, terwijl hij onder invloed is van alcohol is schuldig aan het rijden onder invloed van alcohol.

Het rijden onder invloed van alcohol wordt maximaal bestraft met een geldboete van de €2000,00 en een rijontzegging van 24 uur.

Lid 2

Onder invloed van alcohol wordt verstaan een aanwezigheid van meer dan 0,5 promille alcohol in het bloed.

Het weigeren van een alcohol blaastest wordt maximaal bestraft met een geldboete van de 1ste categorie.

Artikel 48 Sr. - Rijden onder invloed van drugs

#

Lid 1

Hij die een voertuig bestuurt, terwijl hij onder de invloed is van verdovende middelen is schuldig aan het rijden onder invloed van drugs.

Het rijden onder invloed van drugs wordt maximaal bestraft met een geldboete van €2000,00 en een rijontzegging van 24 uur.

Lid 2

Onder invloed van middelen wordt verstaan de aanwezigheid van: Amfetamine, Methamfetamine, Cocaïne, Cannabis of Opiaten, in het lichaam.

Het weigeren van een drugs-speekseltest wordt maximaal bestraft met een geldboete van de 1ste categorie.

Artikel 49 Sr. - Bellen achter het stuur

#

Lid 1

Hij die telefoneert, terwijl hij een voertuig bestuurt waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat, is schuldig aan het bellen achter het stuur.

Het bellen achter het stuur wordt maximaal bestraft met een geldboete van €600,00.

Artikel 50 Sr. - Achterlaten van een voertuig op de openbare weg

#

Lid 1

Hij die een voertuig dat niet meer in staat is om te rijden achterlaat op de openbare weg, niet zijnde een parkeerplaats zonder dit te melden en zonder toestemming van die instanties, is schuldig aan het achterlaten van een voertuigwrak op de openbare weg.

Het voertuigwrak achterlaten op de openbare weg wordt maximaal bestraft met een geldboete van €400,00.

Artikel 51 Sr. - Onnodig claxonneren

#

Lid 1

Hij die meermaals zonder aanleiding claxonneert waardoor de openbare rust voor langere tijd wordt verstoord, is schuldig aan het onnodig claxonneren.

Het onnodig claxonneren wordt maximaal bestraft met een geldboete van €200,00.

Artikel 52 Sr. - Spookrijden

#

Lid 1

Hij die tegen de rijrichting inrijdt, niet zijnde een onderdeel van een inhaalmanoeuvre, is schuldig aan spookrijden.

Spookrijden wordt maximaal bestraft met een geldboete van €1600,00.

Artikel 53 Sr. - Rijden met neonlicht aan

#

Lid 1

Hij die neonlicht aan heeft staan op diens auto tijdens de deelname aan het openbaar verkeer, is schuldig aan het rijden met neonlicht aan.

Het rijden met neonlicht aan wordt maximaal bestraft met een geldboete van €800,00.

Artikel 54 Sr. - Snelheidsovertreding 0 tot 25 te hard

#

Lid 1

Hij die tot maximaal 25 km per uur te hard rijdt boven de toegestane snelheid is schuldig aan een snelheidsovertreding  0 tot 25 km/ per uur te hard.

Het plegen van een snelheidsovertreding 0 tot 25 te hard wordt maximaal bestraft met een geldboete van €750,00.

Artikel 55 Sr. - Snelheidsovertreding 25 tot 50 te hard

#

Lid 1

Hij die tussen de 25 en 50 km per uur te hard rijdt boven de toegestane snelheid is schuldig aan een snelheidsovertreding 25 tot 50 km/ per uur te hard.

Het plegen van een snelheidsovertreding 25 tot 50 te hard wordt maximaal bestraft met een geldboete van €1250,00.

Artikel 56 Sr. - Snelheidsovertreding 50+ te hard

#

Lid 1

Hij die tot maximaal 50+ km per uur te hard rijdt boven de toegestane snelheid is schuldig aan een snelheidsovertreding 50+ km/ per uur te hard.

Het plegen van een snelheidsovertreding 50+ te hard wordt maximaal bestraft met een geldboete van €1750,00.

Artikel 57 Sr. - Rijden zonder helm

#

Lid 1

Hij die op een motor of brommer zit die zich in het verkeer begeeft zonder een helm te dragen, is schuldig aan het rijden zonder helm.

Het rijden zonder helm wordt maximaal bestraft met een geldboete van €5200,00.

Artikel 58 Sr. - Rijden zonder verlichting

#

Lid 1

Hij die in het donker of in slecht weer rijdt zonder het licht is schuldig aan het rijden zonder verlichting.

Het rijden zonder verlichting wordt maximaal bestraft met een geldboete van €240,00.

Artikel 59 Sr. - Opzettelijk verslijten van de banden

#

Lid 1

Hij die zijn voertuig zodanig bestuurt waardoor de banden van dat voertuig kapot raken en waardoor een gevaarlijke of hinderende situatie ontstaat, direct na of als gevolg van die kapotte banden is schuldig aan het opzettelijk verslijten van de banden.

Het opzettelijk verslijten van de banden wordt maximaal bestraft met een geldboete van €520,00.

Artikel 60 Sr. - Besturen van een niet apk-gekeurd voertuig

#

Lid 1

Hij wie een voertuig bestuurt op de openbare weg zonder een geldige Apk-keuring, is schuldig aan het besturen van een niet apk-gekeurd is.

Het besturen van een niet apk-gekeurd voertuig zonder een geldige apk-keuring wordt maximaal bestraft met een geldboete van €1860,00.

Lid 2

Schuldig bevinding aan dit feit houdt niet in dat een bestuurder van een niet apk-gekeurd voertuig geen boete mag ontvangen voor het besturen van een illegaal voertuig. Ook al zijn de eigenaar en de bestuurder dezelfde persoon.

Misdrijven

#

Openbare Orde en Gezag

#

Artikel 70 Sr. - Vluchten voor de politie

#

Lid 1

Hij die ontkomt of probeert te ontkomen aan de nasporing van of staande houding, door een opsporingsambtenaar of iemand van het Openbaar Ministerie (OM) en daarbij geen andere strafbare feiten heeft gepleegd. Is schuldig aan vluchten voor de politie.

Vluchten voor de politie wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 7 maanden, 30 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie

Voor vluchten van politie geldt de stapelwet regeling. Zie art: 10 Sr.

Artikel 71 Sr. - Bijdragen aan verhindering van opsporing

#

Lid 1

Hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of verdachte is van enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door opsporingsambtenaren, is schuldig aan bijdragen aan verhindering van opsporing.

Bijdragen aan verhindering van opsporing wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 5 maanden, 25 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie

Artikel 72 Sr. - Opruiing

#

Lid 1

Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbare gezag aanzet. Is schuldig aan opruiing.

Opruiing wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 5 maanden, 15 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie

Artikel 73 Sr. - Brandstichting

#

Lid 1

Hij die opzettelijk brand sticht of een ontploffing teweegbrengt, is schuldig aan brandstichting.

Brandstichting wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 12 maanden, 20 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie

Artikel 74 Sr. - Misbruik alarmnummer 112

#

Lid 1

Hij die opzettelijk zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruikmaakt van een alarmnummer voor publiek, is schuldig aan het misbruiken van het alarmnummer 112.

Misbruik alarmnummer 112 wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 8 maanden, 34 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie

Artikel 75 Sr. - Negeren van een ambtelijk bevel

#

Lid 1

Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdeld, is schuldig aan het negeren van een ambtelijk bevel.

Negeren van een ambtelijk bevel wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 5 maanden, 34 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie

Verkeersmisdrijven

#

Artikel 80 Sr. - Roekeloos rijgedrag

#

Lid 1

Hij die zich zodanig gedraagt dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt, of kan worden veroorzaakt of waardoor het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Is schuldig aan roekeloos rijgedrag.

Roekeloos rijgedrag wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 6 maanden of 30 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie. Tevens is schuldige bevinding aan dit feit voldoende voor het innemen van het rijbewijs.

Lid 2

Een combinatie van de volgende gedragingen wordt sowieso aangemerkt als roekeloos rijgedrag: gevaarlijk inhalen, misbruik maken van vluchtstrook, het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 50 km per uur, meermaals volledig rood licht negeren, niet zijnde rechts afslaan, spookrijden.

Roekeloos rijgedrag in combinatie met ''rammen'' wordt gezien als poging doodslag. Zie art: 61 Sr. lid 1.

Artikel 81 Sr. - Verlaten van een plaats van een ongeval

#

Lid 1

Hij die bij een verkeersongeval betrokken is of door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt, wegrijdt terwijl bij dat ongeval, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander is gedood dan wel letsel of schade aan een ander is toegebracht of een ander aan wie bij dat ongeval letsel is toegebracht, in hulpeloze toestand wordt achtergelaten. Is schuldig aan het verlaten van een plaats van een ongeval.

Het verlaten van een plaats van een ongeval wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 10 maanden en/of, een geldboete van de 3de categorie. Tevens is schuldige bevinding aan dit feit voldoende voor het innemen van het rijbewijs.

Artikel 82 Sr - Racen op de openbare weg

#

Lid 1

Hij die op de openbare weg een wedstrijd met voertuigen houdt of daaraan deelneemt, is schuldig aan het racen op de openbare weg

Het racen op de openbare weg wordt maximaal bestraft met een gevangenisstraf van 10 maanden, 25 taakstraffen en/of een geldboete van de 3de categorie

Lid 2

Onder wedstrijd wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties, hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van onderdelen daarvan, hetzij van bedrijfsstoffen. Als deelnemer wordt beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmee aan een wedstrijd wordt deelgenomen, en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen.

Lid 3

Als deelnemer wordt beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmee aan een wedstrijd wordt deelgenomen, en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee aan een wedstrijd doet of laat deelnemen.

Artikel 83 Sr. - Rijden zonder rijbevoegdheid

#

Lid 1

Hij die opzettelijk herhaaldelijk zich op de openbare weg begeeft en tevens niet in het bezit is van een rijbewijs bestemd voor de voertuigcategorie die wordt bestuurd of die een rijontzegging heeft, is schuldig aan het rijden zonder rijbevoegdheid

Rijden zonder rijbevoegdheid wordt gestraft met een gevangenisstraf van 6 maanden, 25 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie

Artikel 84 Sr. - Roekeloos overschrijden van de maximumsnelheid

#

Lid 1

De bestuurder van een gemotoriseerd voertuig die de vastgestelde maximumsnelheid overschrijd met meer dan 50 km per uur, is schuldig aan het roekeloos overschrijden van de maximumsnelheid

Het roekeloos overschrijden van de maximumsnelheid met 50 km/ per uur of meer wordt gestraft met een inbeslagname van het rijbewijs.

Het leven

#

Artikel 90 Sr. - Dood door schuld

#

Lid 1

Hij door wiens schuld een ander om het leven komt, is schuldig aan dood door schuld.

Dood door schuld wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 10 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 2

Hij wiens schuld veroorzaakt is door roekeloosheid wordt als schuldig aan dood door schuld bestraft met een maximale gevangenisstraf van 15 maanden en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 91 Sr. - Doodslag

#

Lid 1

Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, is schuldig aan doodslag.

Doodslag wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 25 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 2

Hij die opzettelijk een ambtenaar in functie of als gevolg van diens functie van het leven berooft, is schuldig aan doodslag.

Doodslag op een ambtenaar wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 30 maanden en/of een geldboete van de 4de categorie.

Lid 3

Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft en dit doet om een strafbaar feit dat voorafging, vergezeld ging of naderhand werd uitgevoerd te vergemakkelijken of voor te bereiden, dan wel om zichzelf of anderen de mogelijkheid te bieden om na betrapping op heterdaad te ontkomen, al dan niet met het onrechtmatig toegeëigende, is schuldig aan gekwalificeerde doodslag.

Gekwalificeerde doodslag wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 50 maanden en/of een geldboete van de 4de categorie.

Artikel 92 Sr. - Moord

#

Lid 1

Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, is schuldig aan moord.

Moord wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 40 maanden en/of een geldboete van de 4de categorie.

Lid 2

Hij die een ambtenaar in functie of als gevolg van diens functie om het leven brengt door moord is schuldig aan de moord op een ambtenaar.

Moord op een ambtenaar wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 45 maanden en/of een geldboete van de 5de categorie.

Stelen van bezit

#

Artikel 100 Sr. - Diefstal

#

Lid 1

Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, is schuldig aan diefstal 

Diefstal wordt bestraft met maximaal een gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden, 25 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 101 Sr. - Gekwalificeerde diefstal

#

Lid 1

Als gekwalificeerde diefstal worden de volgende situaties aangemerkt:

a.     diefstal bij gelegenheid van brand, ontploffing of oproer;

b.     diefstal in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt;

c.     diefstal door twee of meer verenigde personen;

d.     diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht, door middel van braak, verbreking, insluiping, inklimming, of door gebruikmaking: Van valse sleutels, van valse order of een vals kostuum;

Gekwalificeerde diefstal wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 15 maanden, 30 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 102 Sr. - Vernieling

#

Lid 1

Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, is schuldig aan vernieling.

Vernieling wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 8 maanden, 20 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 103 Sr. - Heling

#

Lid 1

Hij die een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of een zakelijk recht ten aanzien van een goed vestigt of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, is schuldig aan heling.

Heling wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 8 maanden, 20 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij die meermaals heling heeft gepleegd, niet zijnde eerdere veroordelingen, is schuldig aan gewoonteheling.

Gewoonteheling wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden, 20 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 104 Sr. - Oplichting

#

Lid 1

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door list iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een vordering van schuld, wordt, is schuldig aan oplichting

Oplichting wordt bestraft met maximaal een gevangenisstraf van ten hoogste 12 maanden, 15 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 105 Sr. - Overval

#

Lid 1

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolen goed te verzekeren is schuldig aan het plegen van een overval

Een overval wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 12 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 2

Hij die een overval pleegt door zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, insluiping of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of een vals kostuum, wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 15 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 3

Hij die de overval bewapend pleegt, wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 21 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie

Lid 4

Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, ten behoeve van een overval wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 30 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 5

Indien een overval zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de gevangenisstraf op de hierboven genoemde gedragingen met een derde verhoogd, en/of een geldboete van de 4de categorie.

Lid 6

Als zwaar letsel wordt gezien dat letsel waar een herstelperiode van minimaal 6 weken voor nodig is conform de geldende medische standaarden.

Artikel 106 Sr. - Overval met groot gewin

#

Lid 1

Hij die een overval pleegt bij een organisatie waar veel geld of goederen met een hoge waarde liggen opgeslagen of ter verkoop worden aangeboden, zoals een: Juwelier of bank is schuldig aan een overval met groot gewin.

Voor een overval met groot gewin worden de straffen in artikel 105 Sr. met bijbehorende definities als volgt verhoogd:

Lid 1 wordt verhoogd naar een maximale gevangenisstraf van 25 maanden en/of een geldboete van de 4de categorie

Lid 2 wordt verhoogd naar een maximale gevangenisstraf van 28 maanden en/of een geldboete van de 4de categorie

Lid 3 wordt verhoogd naar een maximale gevangenisstraf van 36 maanden en/of een geldboete van de 4de categorie

Lid 4 wordt verhoogd naar een maximale gevangenisstraf van 42 maanden en/of een geldboete van de 4de categorie

Lid 5 wordt toegepast op de hierboven genoemde leden conform lid 6.

De vrijheid

#

Artikel 110 Sr. - Vrijheidsberoving

#

Lid 1

Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, is schuldig aan vrijheidsberoving,

Vrijheidsberoving wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 20 maanden en/of een geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij die opzettelijk een opsporingsambtenaar wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, is schuldig aan vrijheidsberoving van een ambtenaar.

Vrijheidsberoving van een ambtenaar wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 25 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 3

Indien een vrijheidsberoving zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de gevangenisstraf op de hierboven genoemde gedragingen met een derde verhoogd en/of een geldboete van de 4de categorie.

Lid 4

Als zwaar letsel wordt gezien dat letsel waar een herstelperiode van minimaal 6 weken voor nodig is conform de geldende medische standaarden.

Artikel 111 Sr. - Ontvoering

#

Lid 1

Hij die opzettelijk een persoon meeneemt om hem, al dan op een andere locatie of door anderen, van de vrijheid te beroven of beroofd te houden, is schuldig aan ontvoering.

Ontvoering wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 30 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 2

Hij die opzettelijk een opsporingsambtenaar meeneemt om hem, al dan op een andere locatie of door anderen, van de vrijheid te beroven of beroofd te houden, is schuldig aan ontvoering van een ambtenaar.

Ontvoering van een ambtenaarwordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 35 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 3

Indien een ontvoering zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de gevangenisstraf op de hierboven genoemde gedragingen met een derde verhoogd en/of een geldboete van de 4de categorie.

Lid 4

Als zwaar letsel wordt gezien dat letsel waar een herstelperiode van minimaal 6 weken voor nodig is conform de geldende medische standaarden.

Artikel 112 Sr. - Gijzeling

#

Lid 1

Hij die een ander van de vrijheid beroofd of beroofd houdt met het doel om voordeel te verkrijgen of om iets gedaan te krijgen, is schuldig aan gijzeling.

Gijzeling wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 30 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 2

Hij die opzettelijk een opsporingsambtenaar beroofd of beroofd houdt met het doel om voordeel te verkrijgen of om iets gedaan te krijgen, is schuldig aan een gijzeling van een ambtenaar.

een gijzeling van een ambtenaar wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 35 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 3

Indien een gijzeling zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de gevangenisstraf op de hierboven genoemde gedragingen met een derde verhoogd en/of een geldboete van de 4de categorie.

Lid 4

Als zwaar letsel wordt gezien dat letsel waar een herstelperiode van minimaal 6 weken voor nodig is conform de geldende medische standaarden.

De gezondheid en lichaam

#

Artikel 120 Sr. - Mishandeling

#

Lid 1

Hij die een ander letsel toebrengt, is schuldig aan mishandeling.

Mishandeling wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden, 20 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij die een ambtenaar letsel toebrengt, is schuldig aan mishandeling van een ambtenaar.

Mishandeling van een ambtenaar wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 15 maanden, 40 taakstraffen en/of een  geldboete van de 3de categorie.

Lid 3

Hij die een ander zwaar lichamelijk letsel toebrengt, is schuldig aan zware mishandeling.

Bij zware mishandeling wordt de maximale gevangenisstraf met een derde verhoogd.

Lid 4

Als zwaar letsel wordt gezien dat letsel waar een herstelperiode van minimaal 6 weken voor nodig is conform de geldende medische standaarden.

Artikel 121 Sr. - Groeps geweldpleging

#

Lid 1

Hij die in het openbaar met andere een of meerdere personen mishandelt of goederen beschadigd dan wel vernield, is schuldig aan groepsgeweldpleging.

Groepsgeweldpleging wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 5 maanden, 10 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij die waarneembaar opzettelijk deelneemt aan een aanval of vechtpartij, wordt, behalve als duidelijk is in hoeverre deze persoon heeft bijgedragen aan het gepleegde geweld, is schuldig bevonden aan opzettelijke groepsgeweldpleging.

Opzettelijke groepsgeweldpleging wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 8 maanden, 15 taakstraffen en/of geldboete van de 3de categorie.

Artikel 122 Sr. - Dreiging

#

Lid 1

Hij die een ander dreigt te verwonden of geweld toe te passen op die persoon of diens bezit dan wel een ander met als doel iets van die persoon gedaan te krijgen of om die persoon angst aan te jagen, is schuldig aan dreiging.

Dreiging wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden, 26 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij die een opsporingsambtenaar dreigt te verwonden of geweld toe te passen op die persoon of diens bezit dan wel een ander met als doel iets van die persoon gedaan te krijgen of om die persoon angst aan te jagen, is schuldig aan dreiging tegen een ambtenaar.

Dreiging tegen een ambtenaar wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 9 maanden, 34 taakstraffen en/of geldboete van de 3de categorie.

Artikel 123 Sr. - Bedreiging met geweld

#

Lid 1

Hij die een ander middels geweld of een middel om geweld toe te dienen dwingt iets te doen of om die persoon angst aan te jagen, is schuldig aan bedreiging met geweld.

Bedreiging met geweld wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 12 maanden, 30 taakstraffen en/of geldboete van de 3de categorie.

Lid 2

Hij die een opsporingsambtenaar middels geweld of een middel om geweld toe te dienen dwingt iets te doen of om die persoon angst aan te jagen is schuldig aan bedreiging van een ambtenaar met geweld.

Bedreiging van een ambtenaar met geweld wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 18 maanden, 35 taakstraffen en/of geldboete van de 4de categorie.

Artikel 124 Sr. - Wederspannigheid

#

Lid 1

Hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een aanhouding van een opsporingsambtenaar werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn functie, of tegen personen die hem daarbij helpen, is schuldig aan wederspannigheid.

Wederspannigheid wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden, 20 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Privacy

#

Artikel 130 Sr. - Binnendringing

#

Lid 1

Hij die in de woning, een afgeslote ruimte of het erf van een ander, onrechtmatig binnengaat of daar wederrechtelijk is, en die zich niet op de vordering van of vanwege de eigenaar dan wel een andere rechthebbende onmiddellijk van diens of uit diens eigendom weggaat, is schuldig aan binnendringing.

Binnendringing wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 5 maanden, 15 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Indien hij zich bedient van middelen geschikt om vrees aan te jagen bij het binnendringen wordt als schuldig bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden, 18 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Artikel 131 Sr. - Inklimming

#

Lid 1

Hij die binnendringt door ergens overheen of tegenop te klimmen, is schuldig aan inklimming.

Inklimming wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 5 maanden, 25 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Artikel 132 Sr. - Insluiping

#

Lid 1

Hij die binnendringt door middel van listigheden of sluipen dan wel zich laat insluiten, is schuldig aan insluiping.

Insluiping wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 8 maanden, 28 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Artikel 133 Sr. - Inbraak

#

Lid 1

Hij die binnendringt door middel van middelen of kracht die hem de toegang tot die plaats hebben verschaft, is schuldig aan inbraak.

Inbraak wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden, 32 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Wapens & munitie

#

Artikel 140 Sr. - Wapen categorieën

#

Lid 1

Wapens behorende tot de 1ste categorie zijn: Steekwapens, Box beugels, messen of andere wapens waarmee snede worden toegebracht, Geluidsdempers voor vuurwapens en nepwapens.

Wapens behorende tot de 2de categorie zijn: Vuurwapens, munitie, elektrische stroomstootwapens, bommen of andere explosieven en gooibare voorwerpen ter verspreiding van vuur. 

Lid 2

Wapens van (sport)schutters en/of jager die daarvoor een vergunning hebben en deze wapens hanteren in het daarvoor bestemd gebied voor het bestemde gebruik worden niet gezien als wapens uit een van de categorieën van lid 1. 
Wapens die worden aangemerkt als zijnde (sport)schutter of jacht wapens zijn een: jachtmes en jachtgeweer met bijbehorende munitie 7.62x54 mmR.

Lid 3

Huiselijke voorwerpen of voorwerpen bedoeld voor de sport dan wel andere alledaagse voorwerpen die een ander leed hebben berokkend of waarvan een dreiging uitgaat door deze openlijk te dragen worden gezien als wapens behorende tot categorie 3. 

Geen dreiging gaat uit van een voorwerp dat openlijk gedragen wordt op een plek waarvan het dragen noodzakelijk is voor het doel van het voorwerp, mits er geen redelijk verzoek van derde is gedaan om het voorwerp tijdelijk op te bergen.

Voorwerpen die kunnen worden gezien als behorende tot categorie 3 zijn een: hamer, honkbalknuppel, handbijlen , slachtmessen en een sneeuwschep.

Artikel 141 Sr. - Verboden wapenbezit

#

Lid 1

Hij die een wapen van categorie 1 al dan niet voor een of door ander: Laat vervaardigen, wijzigen, herstelt, voorhanden heeft, draagt, vervoert, importeert of exporteert, is schuldig aan verboden wapenbezit categorie 1.

Verboden wapenbezit categorie 1 wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 7 maanden en/of geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij die een wapen van categorie 2 al dan niet voor een of door ander: Laat vervaardigen, wijzigen, herstelt, voorhanden heeft, draagt, vervoert, importeert of exporteert, is schuldig aan verboden wapenbezit categorie 2.

Verboden wapenbezit categorie 2 wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 12 maanden en/of geldboete van de 3de categorie.

Lid 3

Hij die een ongebruikt steekwapen met een snijkant vrijwillig inlevert, al dan niet voor of na controle van politie, mag niet schuldig worden bevonden aan het bezitten van een verboden wapen.

Lid 4

Hij die een wapen van categorie 3: voorhanden heeft, draagt, openlijk vervoert, is schuldig aan verboden wapenbezit categorie 3.

Verboden wapenbezit categorie 3 wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden en/of geldboete van de 2de categorie.

Artikel 142 Sr. - Verboden handel in wapens

#

Lid 1

Hij die een wapen uit de eerste categorie onrechtmatig overdraagt aan een ander, al dan niet voor een geldelijke beloning, is schuldig aan verboden handel in wapens van categorie 1.

Verboden handel in wapens van categorie 1 wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 12 maanden en/of een geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij die een wapen uit de tweede categorie onrechtmatig overdraagt aan een ander, al dan niet voor een geldelijke beloning, is schuldig aan verboden handel in wapens van categorie 2.

Verboden handel in wapens van categorie 2 wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 25 maanden en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 143 Sr. - Bezit van wapenonderdelen

#

Lid 1

Hij die onderdelen, blauwdrukken of andere middelen voor vuurwapens, explosieven of munitie voorhanden heeft of vervoerd, welke enkel aangewend kunnen worden voor het produceren van wapens, zoals beschreven in artikel 140 Sr lid 1 en/ of 2. is schuldig aan het Bezit van wapenonderdelen.

Bezit van wapenonderdelen wordt bestraft met maximaal 18 maanden gevangenisstraf.

Lid 2

Onderdelen, middelen of blauwdrukken die sowieso worden aangemerkt als wapenonderdelen zijn:

a.     blauwdrukken;

b.     lopen van vuurwapens;

c.      mallen;

d.     springstof;

e.     ontstekers;

f.     allerdaagse voorwerpen die vergaard zijn met het doel om er wapens mee te maken;

Opium

#

Artikel 150 Sr. - Drugsbezit

#

Lid 1

Hij die drugs al dan niet voor een of door ander: Laat vervaardigen, voorhanden heeft, vervoerd, importeert of exporteert, is schuldig aan drugsbezit.

Lid 2

Het bezitten van wiet wordt tot en met de hoeveelheid van:

a.     25g niet bestraft;
b.     1000g bestraft met een boete uit de 1st categorie;
c.     2000g bestraft met een boete uit de 2e categorie;
d.     3000g bestraft met een boete uit de 3e categorie;
e.     4000g bestraft met een boete uit de 4e categorie;
f.      5000g bestraft met een boete uit de 5e categorie;
g.      6000g bestraft met een gevangenisstraf van 5 maanden waarbij het gewicht van alle overige aangetroffen wiet naar boven wordt afgerond waarbij elke 1000g 5 maanden toevoegt aan het totaal tot het wettelijke maximum aantal maanden is bereikt;

één joint is gelijkgesteld aan 1g wiet.

Lid 3

Het bezitten van paddo's wordt tot en met de hoeveelheid van:

a.     2000g bestraft met een boete uit de 1st categorie;
b.     4000g bestraft met een boete uit de 2e categorie;
c.     6000g bestraft met een boete uit de 3e categorie;
d.     8000g bestraft met een boete uit de 4e categorie;
e.      10000g bestraft met een boete uit de 5e categorie;
f.      12000g bestraft met een gevangenisstraf van 10 maanden waarbij het gewicht van alle overige aangetroffen paddo's naar boven wordt afgerond waarbij elke 2000g 10 maanden toevoegt aan het totaal  tot het wettelijke maximum aantal maanden is bereikt;

Lid 4

Het bezitten van heroïne wordt tot en met de hoeveelheid van:

a.     500g bestraft met een boete uit de 1st categorie;
b.     1000g bestraft met een boete uit de 2e categorie;
c.     1500g bestraft met een boete uit de 3e categorie;
d.     2000g bestraft met een boete uit de 4e categorie;
e.      2500g bestraft met een boete uit de 5e categorie;
f.      3000g bestraft met een gevangenisstraf van 5 maanden waarbij het gewicht van alle overige aangetroffen heroïne naar boven wordt afgerond waarbij elke 500g 5 maanden toevoegt aan het tot het wettelijke maximum aantal maanden is bereikt;

Lid 5

Het bezitten van meth wordt tot en met de hoeveelheid van:

a.     200g bestraft met een boete uit de 1st categorie;
b.     400g bestraft met een boete uit de 2e categorie;
c.     600g bestraft met een boete uit de 3e categorie;
d.     800g bestraft met een boete uit de 4e categorie;
e.      1000g bestraft met een boete uit de 5e categorie;
f.      12000g bestraft met een gevangenisstraf van 5 maanden waarbij het gewicht van alle overige aangetroffen meth naar boven wordt afgerond waarbij elke 200g 3 maanden toevoegt aan het totaal tot het wettelijke maximum aantal maanden is bereikt;

Lid 6

Het bezitten van moonshine wordt tot en met de hoeveelheid van:

a.     6 flessen bestraft met een boete uit de 1st categorie;
b.     12 flessen bestraft met een boete uit de 2e categorie;
c.     18 flessen met een boete uit de 3e categorie;
d.     24 flessen bestraft met een boete uit de 4e categorie;
e.      30 flessen bestraft met een boete uit de 5e categorie;
f.      36 flessen bestraft met een gevangenisstraf van 5 maanden waarbij het aantal overige aangetroffen flessen naar boven wordt afgerond waarbij elke 6 flessen 3 maanden toevoegt aan het totaal tot het wettelijke maximum aantal maanden is bereikt;

Lid 7

Het bezitten van cocaïne wordt tot en met de hoeveelheid van:

a.     100g bestraft met een boete uit de 1st categorie;
b.     200g bestraft met een boete uit de 2e categorie;
c.     300g bestraft met een boete uit de 3e categorie;
d.     400g bestraft met een boete uit de 4e categorie;
e.      500g bestraft met een boete uit de 5e categorie;
f.      600g bestraft met een gevangenisstraf van 10 maanden waarbij het gewicht van alle overige aangetroffen cocaïne naar boven wordt afgerond waarbij elke 100g 4 maanden toevoegt aan het totaal tot het wettelijke maximum aantal maanden is bereikt;

Lid 8

Het bezitten van ketamine wordt tot en met de hoeveelheid van:

a.     200g bestraft met een boete uit de 1st categorie;
b.     400g bestraft met een boete uit de 2e categorie;
c.     600g bestraft met een boete uit de 3e categorie;
d.     800g bestraft met een boete uit de 4e categorie;
e.     1000g bestraft met een boete uit de 5e categorie;
f.      1200g bestraft met een gevangenisstraf van 10 maanden waarbij het gewicht van alle overige aangetroffen ketamine naar boven wordt afgerond waarbij elke 200g 4 maanden toevoegt aan het totaal tot het wettelijke maximum aantal maanden is bereikt;

Lid 9

Indien er spraken is van meerdere verdovende middelen worden voor alle afzonderlijke middelen de keren dat de straf wordt verzwaard afzonderlijk vastgesteld. Waarna deze worden samengevoegd in de zwaarste drugs categorie die ten laste gelegd kan worden op het gepleegde feit.

Om lid 8 goed te snappen moet je beseffen dat je voor zowel de boetes als de andere straffen steeds met één verzwaring omhoog gaat. Als je dus 1000g wiet bij je hebt is dat 1 verzwaring en als je 18 flessen moonshine zijn 3 verzwaringen oftwel (3+1). Wat betekend een boete van de 4e categorie.

Artikel 151 Sr. - Drugshandel

#

Lid 1

Hij die drugs overdraagt aan een ander al dan niet voor een geldelijke beloning is schuldig aan drugshandel.

Drugshandel wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Artikel 152 Sr. - Productie van verdovendemiddelen

#

Lid 1

Hij die verdovende middelen beschreven in artikel 150 Sr. produceert, voorhanden heeft of vervoerd, is schuldig aan het produceren of verhandelen van verdovende middelen.

Produceren of verhandelen van verdovende middelen wordt bestraft met maximaal 20 maanden gevangenisstraf.

Lid 2

Hij die enig goed of stof beschreven in artikel 153 Sr. produceert is schuldig aan het produceren of verhandelen van verdovende middelen

Artikel 153 Sr. - Bezit productie middelen

#

Lid 1

Hij die middelen of stoffen voorhanden heeft of vervoerd, welke enkel aangewend kunnen worden voor het produceren van verdovende middelen, zoals beschreven in artikel 150 Sr. is schuldig aan het Bezitten van productie middelen.

Het bezitten van productie middelen wordt bestraft met maximaal 15 maanden gevangenisstraf.

Lid 2

Middelen of stoffen die worden aangemerkt als productie middelen zijn:

a.     papaver, morfine, heroïne, methylamino, monohydrochloride, cyclohexanon, chlorophenyl, cyclopentanol, methylbenzimidoyl, vloeibare ketamine, natrium carbonaat, cocaïne pasta, onversneden cocaïne 

b.     verdovende middelen die nog niet zijn verpakt;

c.     takken, bladeren, zaden of kweekgerei van dan wel voor de planten: AK-47, Amnesia, G13, Plushberry, Purple Haze, Silver Haze 

De goede naam

#

Artikel 160 Sr. - Smaad

#

Lid 1

Hij die middels spraak, geschrift, afbeelding, video of een andere vorm een anders goede reputatie schaadt of probeert te beschadigen door het publiek maken van informatie, is schuldig aan smaad.

Smaad wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 7 maanden, 25 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij smaadt, pleegt ten aanzien van een ambtenaar, is schuldig aan ambtelijke smaad.

Ambtelijke smaad wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 12 maanden, 32 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Lid 3

Hij die smaad of ambtelijke smaad pleegt, met hoofdzakelijk het doel om anderen te waarschuwen voor wanpraktijken door een persoon of groep en dit op een redelijke wijze doet, mag niet schuldig bevonden worden aan smaad.

Artikel 161 Sr. - Laster

#

Lid 1

Hij die smaad pleegt, maar weet dat hetgeen hij verkondigd onjuist is, is schuldig aan laster.

Laster wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden, 28 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Artikel 162 Sr. - Klacht eis

#

Lid 1

Smaad, ambtelijke smaad en laster zijn delicten die enkel mogen worden vervolgd als daarvoor een verzoek is gedaan middels een aanklacht.

Valsheid

#

Artikel 170 Sr. - Afleggen van een valse verklaring

#

Lid 1

Hij die bewust een valse of onvolledige verklaring aflegt ten overstaan van een opsporingsambtenaar of iemand van het Openbaar Ministerie in een strafrechtelijk onderzoek is schuldig aan het afleggen van een valse verklaring.

Het afleggen van een valse verklaring wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 18 maanden, 30 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 171 Sr. - Valse aangifte

#

Lid 1

Hij die een aangifte doet tegen een persoon wetende dat het feit waarvan hij die persoon beschuldigd niet is gebeurd, is schuldig aan het doen van een valse aangifte.

Het doen van een valse aangifte wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 18 maanden, 30 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 172 Sr. - Meineed

#

Lid 1

Hij die onder ede is geplaatst door een magistraat en daarna bewust een valse verklaring aflegt ten overstaan van die magistraat of opsporingsambtenaren in het gesprek waarvoor de onder edestelling is toegepast, is schuldig aan meineed.

Meineed wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 25 maanden, 40 taakstraffen en/of een geldboete van de 3de categorie.

Artikel 173 Sr. - Vernietigen of vervalsen van bewijs

#

Lid 1

Hij die bewijs waarvan hij weet of redelijkerwijs mag vermoeden dat bijdraagt aan het bewijzen van enig feit, vernietigd, aanpast of zoekmaakt, is schuldig aan het vernietigen of vervalsen van bewijs.

Het vernietigen of vervalsen van bewijs wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden, 23 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 174 Sr. - Weigeren te tonen identificatie

#

Lid 1

Hij die opzettelijk niet voldoet aan de verplichting om zich te identificeren middels een geldig identiteitsbewijs of vingerscan aan aan een ambtenaar, nadat hier uitdrukkelijk om gevraagd wordt vanuit de ambtenaar die op dat moment in functie getreden is, is schuldig aan het weigeren te tonen identificatie.

Het weigeren te tonen identificatie wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 5 maanden, 15 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 175 Sr. - Identiteitsfraude

#

Lid 1

Hij die opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhullen of de identiteit van een ander te verhullen of misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel of gewin kan ontstaan, is schuldig aan identiteitsfraude

Identiteitsfraude wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden, 18 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Ambtsmisdrijven

#

Artikel 180 Sr. - Corruptie

#

Lid 1

De ambtenaar die door giften, beloften of ander persoonlijk gewin wordt aangezet of uit eigen beweging de macht dan wel bevoegdheden van zijn ambt misbruikt, is schuldig aan corruptie.

Corruptie wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 90 maanden en/of een geldboete van € 20.000.

Artikel 181 Sr. - Plichtsverzuim

#

Lid 1

Hij die een ambt bekleedt en de taken van dat ambt niet, niet volledig of onzorgvuldig uitvoert, waardoor onnodig letsel, schade of ander leed is ontstaan, dat redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden, is schuldig aan plichtsverzuim

Plichtsverzuim wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 90 maanden en/of een geldboete van € 20.000.

Artikel 182 Sr. - Omkoping van een ambtenaar

#

Lid 1

Hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om in zijn bediening iets te doen of na te laten, is schuldig aan Omkoping van een ambtenaar

Omkoping van een ambtenaar wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 5 maanden, 25 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Artikel 183 Sr. - Openbaar maken van ambtelijke geheimen

#

Lid 1

Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij die enkel weet door het bekleden van een ambt, beroep of door toepassing van een wettelijk voorschrift dan wel van een vroeger ambt of beroep dat niet openbaar gemaakt mag worden, opzettelijk openbaar maakt of openbaar laat maken, is schuldig aan het openbaar maken van ambtelijke geheimen.

Het openbaar maken van ambtelijke geheimen wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 8 maanden, 40 taakstraffen en/of een geldboete van de 4de categorie.

Economie & Milieu

#

Artikel 190 Sr. - Belastingfraude

#

Lid 1

Hij die ongeregistreerd geld voorhanden heeft, produceert, verhandelt of laat verhandelen. Is schuldig aan belastingfraude

Belastingfraude wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 1 maand per 1200 euro aangetroffen ongeregistreerd geld, maar niet hoger dan maximaal 20 maanden.

Lid 2

Met ongeregistreerd geld wordt bedoeld: geld dat niet is aangegeven bij de Belastingdienst en dat daar dus ook geen belasting op kan worden geheven.

Artikel 191 Sr. - Wanbetaling openstaande geldboetes

#

Lid 1

Hij die meer dan € 20.000 aan onbetaalde geldboetes heeft open staan, is schuldig aan wanbetaling openstaande geldboetes

Wanbetaling openstaande geldboetes wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van 1 maand per 1100 euro openstaande geldboete, maar niet hoger dan 45 maanden.

Lid 2

Bij het niet voldoen van een betalingsregeling geldt een verhoging van eenderde op bovengenoemde berekening.

Lid 3

Boetes die conform de wet op de bedrijfsvoering zijn opgelegd hoeven niet te voldoen aan het minimaal vereiste bedrag in lid 1 en zijn direct vervolgbaar voor dit artikel.

Artikel 192 Sr. - Excentrieke stroperij

#

Lid 1

Hij die een dier, behorende tot een beschermde diersoort, dood, verwond, vangt, bemachtigt of met het oog daarop op te sporen is schuldig aan excentrieke stroperij

Excentrieke stroperij wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 5 maanden, 20 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Onder beschermde diersoorten wordt in dit artikel verstaan: de chimpansee en de zebra.

Artikel 193 Sr. - Handel in bedreigde diersoorten

#

Lid 1

Hij die dieren dan wel eieren, nesten, producten of delen van dieren, behorende tot een beschermde diersoort, bestelt,  koopt of verwerft, voor verkoop voorhanden of in voorraad heeft, voor verkoop aanbiedt, vervoert, gebruikt voor commercieel gewin, huurt of verhuurt, ruilt of voor ruil aanbiedt, uitwisselt of tentoonstelt voor handelsdoeleinden, importeert of exporteert, is schuldig aan handel in bedreigde diersoorten

Handel in bedreigde diersoorten wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 4 maanden, 18 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Onder beschermde diersoorten wordt in dit artikel verstaan: de bergleeuw, de chimpansee en de zebra

Georganiseerde criminaliteit

#

Artikel 200 Sr. - Deelname aan een criminele organisatie

#

Lid 1

Hij die bewust of onbewust maar redelijkerwijs beter had moeten weten deelneemt aan een organisatie of groep die organisatorische kenmerken heeft en welke groep of organisatie tot doel heeft het plegen van misdrijven, is schuldig aan het deelnemen aan een criminele organisatie.

Deelname aan een criminele organisatie wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 15 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 2

De oprichters, leiders of bestuurders van een criminele organisatie worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 24 maanden en/of een geldboete van de 4de categorie.

Lid 3

Onder deelneming als omschreven in het eerste lid wordt onder andere bedoeld het verlenen van geldelijke of andere stoffelijke steun en het werven van geld of personen voor deze organisatie.

Artikel 201 Sr. - Terroristische daad

#

Lid 1

Voor alle strafbare feiten die worden gepleegd ter voorbereiding of met het doel een terroristische daad te plegen, geldt dat de maximale gevangenisstraf die mag worden opgelegd voor dat feit met twee derde wordt verhoogd.

Het plegen van een terroristische daad wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 50 maanden en/of een geldboete van de 5de categorie.

Artikel 202 Sr. - Deelnemen aan een terroristische organisatie

#

Lid 1

Hij die deelneemt aan een organisatie die als doel heeft het plegen van terroristische misdrijven is schuldig aan het deelnemen aan een terroristische organisatie.

Deelname aan een terroristische organisatie wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 25 maanden en/of een geldboete van de 5de categorie.

Lid 2

De oprichters, leiders of bestuurders van een terroristische organisatie worden gestraft met levenslange gevangenisstraf van ten hoogste 50 maanden en/of een geldboete van de 5de categorie.

Artikel 68 Sv. - Sting operatie

#

Lid 1

Een machtiging tot een Sting operatie verleent de volgende bevoegdheden aan een opsporingsinstantie dan wel de ambtenaren die daar werken:

a.     Het kopen van reeds aangeboden, illegale, waren of diensten;

b.     Het overnemen van reeds te voltrekken overeenkomsten van personen die zich vrijwillig bij de autoriteiten hebben gemeld dan wel van mensen die door de autoriteiten zijn aangehouden;

c.     Het verrichten van andere acties die tot doel hebben criminele feiten zoals drugshandel, criminele organisaties en corruptie te bewijzen. Zonder dat van deze gedragingen kan worden gezegd dat de opsporingsambtenaar deze uitgelokt hebben dan wel extra zwaarwegende misdrijven hebben uitgelogd;

Lid 2

Een machtiging tot een Sting operatie wordt slechts door een Officier van Justitie afgegeven indien er sprake is van:

a.     een verdenking van de verkoop van dan wel handel in illegale goederen of diensten;

b.     een verdenking van de verkoop van dan wel handel in illegaal verkregen goederen;

c.     een verdenking van andersoortige illegale handel, koop, verkoop, ruil of overdracht;

Lid 3

Een machtiging tot het uitvoeren van een sting operatie bevat:

a.     de naam van en functie van het lid van het openbaar ministerie die de machtiging verstrekt;

b.     de datum waarop  de machtiging is uitgevaardigd;

c.     de geldigheidsdatum van de machtiging;

d.     noodzakelijke details voor de operatie;
e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de operatie;
f.     de middelen die de ambtenaren in mogen zetten;

g.     een kortstondige motivering voor de inzet van deze bevoegdheid;

Lid 4

De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot het uitvoeren van een sting operatie is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 5 dagen;

Lid 5

Een sting operatie vindt altijd plaats in de aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie die de machtiging heeft uitgevaardigd dan wel een aangewezen plaatsvervangend lid van het Openbaar Ministerie.

Indien het Openbaar Ministerie dit vermeld in de machtiging kan een opsporingsdienst zelfstandig een sting operatie uitvoeren zonder aanwezigheid van een lid van het Openbaar Ministerie.