Navigatie
← Terug naar overzichtAmbtsinstructie 2024
#
AmbI - Hoofdstuk 1 Algemeen
#
Artikel 1 AmbI
#Lid 1
In dit besluit wordt verstaan onder ambtenaar:
a. de ambtenaar van politie, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
b. de ambtenaar van politie, die is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie dan wel de recherche;
c. degene die is benoemd tot aspirant voor de duur dat hij/zij in de praktijk aan het werk is.
Lid 2
In dit besluit wordt verstaan onder meerdere:
a. de ambtenaar die uit hoofde van zijn functie, aanwijzing met de leiding is belast of het bevel heeft over de taakuitvoering;
b. indien op grond van het bepaalde onder a, geen meerdere kan worden aangewezen de ambtenaar van politie die een hogere rang heeft of bij gelijkheid in rang, degene met de meeste ervaring, deze belast kan worden met takenpakket van de meerdere.
Lid 3
in dit besluit wordt verstaan onder:
a. bevoegd gezag: het gezag
b. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op persoon of zaken;
c. geweldsmiddel: de ter beschikking gestelde bewapening ten behoeve van de uitvoering vande politietaken;
d. automatisch vuur: het lossen van meerdere schoten als gevolg van het eenmalig overhalen van de trekker;
e. de arts: de dienstdoend adviserend arts;
f. het gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden of schieten met een vuurwapen;
g. surveillancehond: hond bedoeld om te worden ingezet bij de surveillancedienst, het optreden van de mobiele eenheid of het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten;
h. cel: een afsluitbare ruimte geschikt voor het dag en nachtverblijf van een persoon;
i. dienstpistool: het rechtens aan de ambtenaar toegekende pistool.
Lid 4
In dit besluit wordt onder ingeslotene verstaan degene die rechtens van zijn vrijheid is beroofd. Onder ingeslotene wordt mede verstaan degene die ten behoeve van de hulpverlening aan hem op het politiebureau is ondergebracht.
Artikel 2 AmbI
#Lid 1
De ambtenaar legitimeert zich met legitimatiebewijs dat aan hem/haar is verstrekt:
a. bij optreden in burgerkleding ongevraagd, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken;
b. bij optreden in uniform, op verzoek daartoe.
Artikel 3 AmbI
#Lid 1
De ambtenaar dient ten alle tijden zich aan zijn/haar ambtseed of ambtsbelofte te houden, deze die hij/zij bij indienststelling op gezworen heeft.
Ambi - Hoofdstuk 2 Geweld
#
Artikel 4 AmbI
#Lid 1
Het gebruik van een geweldsmiddel of vrijheidsbeperkend middel is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar:
a. aan wie dat middel rechtens is toegekend, voor zover hij optreedt ter uitvoering van de taak met het oog waarop het middel hem is toegekend,
b. en die in het gebruik van dat middel is geoefend.
Artikel 7 AmbI
#Lid 1
Het gebruik van een vuurwapen is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze:
een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken, of
aanstonds ander levensbedreigend geweld tegen personen zal gebruiken;
b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf:
dat een ernstige aantasting vormt voor de lichamelijke integriteit,
betrekking heeft op het zich wederrechtelijk bevinden in een woning of daarbij behorende besloten erf met gebruik van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, of
dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn;
dat niet valt binnen bovenstaande bepalingen en niet enkel een misdrijf is vermeld onder de hoofdstukken: openbare orde, de goede naam of valsheid, in het wetboek van strafrecht.
c. om een ernstig gewond dier te doden;
d. om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden
Lid 2
in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt van het vuurwapen geen gebruikgemaakt indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat uitstel van aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt.
Artikel 8 AmbI
#Lid 1
Het gebruik van automatisch vuur mag alleen plaatsvinden door een ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam of bijstandseenheid dan wel belast is met de bewaking en beveiliging van personen en objecten en is slechts geoorloofd om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
Artikel 9 AmbI
#Lid 1
Het gebruik van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, mag alleen plaatsvinden onder bevel van de commandant van een bijstandseenheid en is slechts geoorloofd om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
Artikel 10 AmbI
#Lid 1
De ambtenaar mag slechts een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee automatisch vuur of lange-afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, ter hand nemen:
a. in gevallen waarin het gebruik van een vuurwapen is toegestaan of
b. in verband met zijn veiligheid of die van anderen, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie ontstaat, waarin hij bevoegd is een vuurwapen te gebruiken.
Lid 2
Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zich niet of niet meer voordoet, bergt deambtenaar terstond het vuurwapen op.
Artikel 10a AmbI
#Lid 1
De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, zal schieten, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat geschoten zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing, die zo nodig vervangen kan worden door een waarschuwingsschot, blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.
Lid 2
Een waarschuwingsschot moet op zodanige wijze worden gegeven, dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.
Artikel 12a AmbI
#Lid 1
het gebruik van een stroomstootwapen is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen een persoon zal gebruiken of aanstonds ander geweld tegen personen zal gebruiken;
b. om een persoon aan te houden die zich aan aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;
c. ter verdediging tegen of voor het onder controle brengen van agressieve dieren;
d. om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
Artikel 12b AmbI
#Lid 1
De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij een stroomstootwapen tegen een persoon zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat een stroomstootwapen gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.
Artikel 12c AmbI
#Lid 1
Het gebruik van de wapenstok is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen een persoon zal gebruiken of aanstonds ander geweld tegen personen zal gebruiken;
b. om een persoon aan te houden die zich aan aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;
c. om een persoon op afstand te houden die een ambtenaar in dienst taakuitoefening belemmert of die geen gehoor geeft aan een bevoegd gegeven bevel of vordering;
d. ter verspreiding van samenscholingen of volksmenigten die een onmiddellijke bedreiging vormen voor de openbare orde;
e. om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
Artikel 12d AmbI
#Lid 1
De ambtenaar of de meerdere onder wiens bevel de ambtenaar optreedt, waarschuwt onmiddellijk voordat hij een wapenstok tegen een persoon zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat een wapenstok gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de omstandigheden de waarschuwing redelijkerwijs niet toelaten.
Artikel 14 AmbI
#Lid 1
Het gebruik van een waterwerper is slechts geoorloofd bij optreden van een mobiele eenheid als bedoeld in opdracht van de meerdere en na verkregen toestemming van het bevoegd gezag.
Artikel 15 AmbI
#Lid 1
Het inzetten van een surveillancehond als geweldmiddel is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij:
a. de surveillancedienst, en
b. het optreden van een mobiele eenheid na toestemming van het bevoegd gezag;
c. het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten
Lid 2
Het inzetten van een AOT-hond is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij het, na toestemming van het bevoegd gezag, optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam of een bijstandseenheid.
Artikel 15a AmbI
#Lid 1
Het inzetten van een surveillancehond of AOT-hond als geweldsmiddel is slechts geoorloofd:
a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken dan wel aanstonds ander geweld tegen personen zal gebruiken;
b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf;
c. om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.
Artikel 15b AmbI
#Lid 1
De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij een surveillancehond of een AOT-hond tegen een persoon zal inzetten, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat een surveillancehond onderscheidenlijk een AOT-hond ingezet zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de omstandigheden de waarschuwing redelijkerwijs niet toelaten.
AmbI - Hoofdstuk 3 Fouilleringen
#
Artikel 18 AmbI
#Lid 1
Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.
Artikel 19 AmbI
#Lid 1
Fouillering op preventie van of in omgeving van een misdaad is slechts geoorloofd:
a. Als de dienstdoende officier van justitie of hoofdofficier van justitie een gebied aanwijst als veiligheidsrisicogebied onder andere bij hoog aantal wapenincidenten en of ernstige mate van (vuur) wapengebruik, en
b. Enkel op last van deze officier mag er preventief gefouilleerd worden in een veiligheidsrisicogebied;
c. Bij preventieve fouilleringen mag men controle uitvoeren aan verpakking van goederen, vervoermiddelen en kleding van personen, of
d. Bij veiligstellen van gegijzelde met toestemming van persoon, of
e. In Artikel 19a beschreven situaties.
Artikel 19a AmbI
#Lid 1
De ambtenaar van Politie, belast met de opsporing van strafbare feiten, kan bij ernstige delicten hij die te maken heeft met of in de buurt is van het strafbaarheid, waar in het artikel fouillering toestaat, fouilleren op basis van deze wet zoals onder andere de wet wapens en munitie of wet ID, zoals vastgesteld in artikel 21 Ambtsinstructie.
Lid 2
Tevens is de ambtenaar van Politie, die belast is met de opsporing van strafbare feiten, bij verdenking van het bezitten van zaken die het feit mogelijk maken of die door het feit verkregen zijn, hij die te maken heeft met of in de buurt is van het strafbare feit te fouilleren.
Lid 3
Buiten de gevallen benoemd in lid 1 en 2 van dit artikel is een opsporingsambtenaar bevoegd om een fouillering uit te voeren op het moment dat zij daarvoor toestemming hebben gekregen van een lid van het Openbaar Ministerie. Deze toestemming wordt verleend in de vorm van een machtiging tot preventief fouilleren.
Artikel 20 AmbI
#Lid 1
Het onderzoek aan de kleding, bedoeld in artikel 7 lid 3 van de politiewet 2024, en het onderzoek aan de kleding van een te vervoeren persoon, bedoeld in het vierde lid van dat artikel, geschiedt door het oppervlakkig aftasten van de kleding en wordt zo veel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen.
Lid 2
Als de ambtenaar bij het onderzoek, voorwerpen aantreft die een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen, neemt hij die voorwerpen in bewaring.
Artikel 20a AmbI
#Lid 1
De officier van justitie of de hulpofficier voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden, kan, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze aan zijn lichaam of kleding zal worden onderzocht.
Lid 2
De officier van justitie kan bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen de verdachte, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze in zijn lichaam wordt onderzocht. Onder onderzoek in het lichaam wordt verstaan: het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het onderlichaam, röntgenonderzoek, echografie en het inwendig manueel onderzoek van de openingen en holten van het lichaam. Het onderzoek in het lichaam wordt verricht door een arts. Het onderzoek wordt niet ten uitvoer gelegd indien zulks om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
Lid 3
De in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoeken worden op een besloten plaats en voor zover mogelijk door personen van hetzelfde geslacht als de verdachte verricht.
Lid 4
De overige opsporingsambtenaren zijn bevoegd den aangehoudene tegen wie ernstige bezwaren bestaan, aan zijne kleding te onderzoeken.
Artikel 21a AmbI
#Lid 1
De ambtenaar van Politie, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn bevoegd een staande gehouden of aangehouden verdachte aan zijn kleding te onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich mee voert te onderzoeken, een en ander voor zover zulks noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit.
Lid 2
De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, oefenen de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, alleen dan in het openbaar uit, indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is om wegmaking of beschadiging van voorwerpen waaruit de identiteit van die verdachte zou kunnen blijken te voorkomen.
AmbI - Hoofdstuk 4 Vrijheidsbeperkende middelen
#
Artikel 22 AmbI
#Lid 1
Ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing kan de ambtenaar een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, handboeien aanleggen indien op grond van de feiten of omstandigheden redelijkerwijs gevaar valt te vrezen voor:
a. ontvluchting, of
b. de veiligheid van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.
Artikel 22a AmbI
#Lid 1
De ambtenaar kan bij een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing mondafscherming aanbrengen.
Lid 2
De maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts getroffen indien de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op de veiligheid van de ambtenaar of van derden.
Artikel 23 AmbI
#Lid 1
Ten behoeve van een aanhouding en het vervoer kan de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings-en ondersteuningsteam of tot een bijstandseenheid een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofden aan wie op grond van artikel 22 handboeien zijn aangelegd, blinddoeken indien op grond van de feiten of omstandigheden redelijkerwijs gevaar valt te vrezen voor:
a. ontvluchting, of
b. de veiligheid van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.
Lid 2
Indien op grond van de feiten of omstandigheden van het geval redelijkerwijs gevaar voor ontvluchting van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd of gevaar voor de veiligheid van de persoon, van de ambtenaar of van derden, valt te vrezen, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, een andere dan de aan te houden persoon handboeien aanleggen.
AmbI - Hoofdstuk 5 Hulpverlening
#
Artikel 24 AmbI
#Lid 1
De ambtenaar draagt er zorg voor personen met lichte verwondingen, ziekteverschijnselen en personen ten aanzien van wie twijfel op dit punt bestaat, de weg te wijzen naar de huisarts of naar een E.H.B.O.-afdeling van een ziekenhuis.
Lid 2
De ambtenaar draagt er zorg voor dat personen met ernstige verwondingen en bewustelozen, waar onder mede worden verstaan personen die niet wekbaar of niet aanspreekbaar zijn, per ambulance naar het ziekenhuis worden vervoerd. De gegevens omtrent aard en omstandigheden van de gebeurtenis die tot de ziektetoestand heeft geleid, alsmede de op de persoon aangetroffen medische gegevens en geneesmiddelen, worden door hem ter beschikking van de medische hulpverleners gesteld.
Artikel 25 AmbI
#Lid 1
De ambtenaar draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat personen die door drankgebruik, dan wel door andere oorzaken, onmiddellijk gevaarlijk zijn, hetzij voor de openbare orde, veiligheid, of gezondheid, hetzij voor zichzelf, op de meest geschikte wijze van openbare plaatsen worden verwijderd. Onder openbare plaatsen worden mede verstaan vervoermiddelen die zich bevinden op deze plaatsen, een en ander voor zover niet gebezigd als woning.
Lid 2
De ambtenaar draagt personen als bedoeld in het eerste lid over aan het eigen zorgkader, voor zover de omstandigheden zulks toelaten. Zij kunnen bij het ontbreken van opvangmogelijkheden elders, bij wijze van hulpverlening, op het politiebureau worden ondergebracht, indien dit nodig is voor hun bescherming en dit niet tegen hun wil geschiedt.
Lid 3
Voor personen als bedoeld in het eerste lid, van wie bekend is dat zij geestelijk gestoord zijn of die geestelijk gestoord lijken, waarschuwt de ambtenaar de arts, nadat zo mogelijk getracht is contact te zoeken met de eigen huisarts.
AmbI - Hoofdstuk 6 Maatregelen omtrent insluiting
#
Artikel 26 AmbI
#Lid 1
De ambtenaar dient ten tijden van insluiting, ten tijden van ondervraging, of andere strafvorderingen duidelijk vermelden dat zij ingelicht worden omtrent rechten die tijdens het proces van toepassing zijn.
Artikel 32 AmbI
#Lid 1
In het geval er aanwijzingen zijn dat een ingeslotene medische bijstand behoeft dan wel er bij deze persoon medicijnenzijn aangetroffen, overlegt de ambtenaar met de arts. De ambtenaar overlegt eveneens met de arts indien de ingeslotene zelf om medische bijstand of medicijnen vraagt.
Lid 2
In het geval de ingeslotene te kennen geeft geen medische hulp te willen hebben, terwijl er aanwijzingen zijn dat medische bijstand gewenst is, waarschuwt de ambtenaar de arts en deelt hij deze de houding van de ingeslotene mee.
Artikel 33 AmbI
#Lid 1
De ambtenaar mag aan de arts bij het onderzoek en de behandeling geen beperkingen opleggen. Hij volgt de aanwijzingen op die de arts over de zorg voor de gezondheid van de ingeslotene geeft, voor zover de wet niet anders bepaald.
AmbI - Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
#
Artikel 40 AmbI
#Lid 1
Dit besluit treedt in werking met ingang van 01-01-2024
Artikel 41 AmbI
#Lid 1
Dit besluit wordt aangehaald als: Amtsinstructie 2024 voor de politie en andere opsporingsambtenaren.

