Nederbeeks civielrecht

Nederbeeks civielrecht

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Nederbeeks civielrecht

#

        

Burgerlijk Wetboek - Personenrecht

#

            

Persoonlijkheid

#

        

Artikel 1 BWP - Persoonlijkheid I

#

Lid 1

Allen die zich in Nederbeek bevinden, worden aangemerkt als persoon en hebben daarmee de rechten en plichten die de wet aan personen verbindt.

Artikel 2 BWP - Persoonlijkheid II

#

Lid 1

Alle organisaties binnen Nederbeek worden aangemerkt als rechtspersoonlijkheden en hebben daarmee dezelfde rechten en plichten als een persoon. 

Lid 2

Organisaties die via de wet belast zijn met overheidsgezag zijn rechtspersonen.
De wet kan aan deze organisaties andere rechten en plichten verbinden dan aan reguliere rechtspersonen.

Rechtshandeling

#

        

Artikel 10 BWP - Rechtshandeling

#

Lid 1

Personen zijn bevoegd om handelingen te verrichten die tot doel hebben een gevolg teweeg te brengen.

Artikel 11 BWP - Nietigheid van rechtshandeling

#

Lid 1

Een rechtshandeling is nietig wanneer:
a.     de handeling een gevolg tot doel heeft dat in strijd is met de wet of de openbare orde;
b.     de rechtshandeling niet conform de wettelijke vereisten is verricht;

Lid 2

Nietige rechtshandelingen zijn onwettig en kunnen daarom geen gevolg hebben of een persoon ergens toe dwingen.

Artikel 12 BWP - Vernietigbare rechtshandelingen

#

Lid 1

Een rechtshandeling is vernietigbaar wanneer de rechtshandeling:
a.     het gevolg is van dwang of afpersing;
b.     is ingegeven door verkeerde voorlichting die tot een ander besluit had geleid;
c.     misbruik maakt van omstandigheden waarin een persoon zich bevindt;

Lid 2

Een vernietigbare rechtshandeling is in beginsel geldig totdat het daartoe bevoegde gezag heeft besloten dat de rechtshandeling vernietigbaar is en deze als gevolg daarvan vernietigd wordt.

Burgerlijk Wetboek - Goederenrecht

#

        

Bezit

#

        

Artikel 1 BWG - Eigenaar

#

Lid 1

Een persoon is eigenaar van goederen die op wettige wijze in diens bezit gekomen zijn.

Lid 2

Goederen mogen in beginsel niet, voor al dan niet onbepaalde tijd, worden ontnomen van de rechtmatige eigenaar, behoudens die gevallen waarin de wet anders bepaalt.

Lid 3

In die gevallen waarbij een goed twee of meer eigenaren heeft, zijn zij alle gelijkwaardig eigenaar van dat bezit. Daardoor mogen zij niet over hun eigendom beschikken zonder de toestemming van alle andere eigenaren.

Lid 4

Als uitzondering op lid 3 gelden de situaties:
a.     waarin de wet anders bepaalt;
b.     de eigenaren anders overeengekomen zijn;

Artikel 2 BWG - Goederen

#

Lid 1

Als goederen worden aangemerkt:
a.     alle zaken;
b.     alle vermogensrechten;

Artikel 3 BWG - Zaken

#

Lid 1

Als zaak wordt aangemerkt elk ding dat een fysieke vorm heeft.

Lid 2

Als roerende zaken worden aangemerkt al die zaken die niet onroerend zijn.

Lid 3

Als onroerende zaken worden aangemerkt:
a.     de grond,
b.     de planten in de grond;
c.     de gebouwen en constructies die duurzaam in de grond verankerd zijn, al dan niet door vereniging met andere gebouwen of constructies;

Artikel 4 BWG - Vermogensrechten

#

Lid 1

Als vermogensrechten worden aangemerkt alle rechten die niet fysiek zijn, maar wel een geldelijke waarde vertegenwoordigen.

Lid 2

Onder vermogensrechten worden in elk geval verstaan:
a.     banksaldo's;
b.     tegoeden;
c.     aandelen;

Lid 3

Vermogensrechten kunnen een fysieke vorm aannemen in de vorm van: documenten of biljetten, om overdracht mogelijk te maken dan wel te vergemakkelijken of aan deze overdracht voorwaarden te stellen.

Verkrijging en overdragen van zaken

#

        

Artikel 10 BWG - Verkrijging

#

Lid 1

Buiten overdracht om kan een roerende zaak worden verworven door:
a.     het rechtmatig ontginnen van de zaak;
b.     het rechtmatig produceren dan wel vervaardigen van de zaak;
c.     het vinden van de zaak in de publieke ruimte, die kennelijk geen eigenaar heeft of die redelijkerwijs door de eigenaar achtergelaten lijkt;

Artikel 11 BWG - Overdracht

#

Lid 1

Bezit kan door de rechthebbende worden overgedragen door één of meerdere rechtshandelingen. 

Artikel 12 BWG - Bijbehorende rechten bij overdracht

#

Lid 1

Indien een goed wordt overgedragen, maar er aan dit goed aanverwante goederen, rechten of vorderingen verbonden zijn, worden deze in beginsel mee overgedragen aan de nieuwe eigenaar op het moment dat deze eigenaar wordt van dat goed.

Lid 2

Lid 1 is niet van toepassing:
a.     mits de aard van het goed zich tegen een dergelijke overdracht verzet;
b.     in het geval van vorderingen, mits de originele partijen overdracht van deze vordering middels een overeenkomst hebben verboden;
c.     indien de oude en nieuwe eigenaar anders overeenkomen;

Burgerlijk Wetboek - Verbintenisrecht

#

                

Algemene bepalingen verbintenissenrecht

#

                

Algemene bepalingen over het verbintenisrecht

#

                

Artikel 1 BWV - Speciale overeenkomsten
#

Lid 1

De in deze titel bepaalde artikelen zijn leidend voor elke verbintenis.

Lid 2

Als uitzondering op lid 1 geldt dat de bepalingen over de overeenkomsten beschreven onder "speciale overeenkomsten" leidend zijn voor die overeenkomsten.

Lid 3

In die gevallen waarin het bepaalde in lid 2 niets regelt, maar het bepaalde in lid 1 wel, geldt lid 1 als aanvulling op een speciale overeenkomsten.

Artikel 2 BWV - Ontstaan verbintenissen
#

Lid 1

Een verbintenis ontstaat in de volgende gevallen:
a.     bij het verrichten van één of meer rechtshandelingen die tot doel hebben een verbintenis tot stand te brengen;
b.     waarbij de een ten aanzien van een ander een onrechtmatige daad pleegt;

Artikel 3 BWV - Verbintenis
#

Lid 1

Een verbintenis is een situatie waarbij de een zich verplicht tot het verrichten van een of meerdere handelingen ten aanzien van een ander, waarvoor hij al dan niet een tegenprestatie geleverd krijgt.

Artikel 4 BWV -Vormvereisten
#

Lid 1

Een verbintenis is in beginsel vormvrij en vrij van inhoud, behalve waar de wet deze vrijheid inperkt.

Artikel 5 BWV - Overige vereisten
#

Lid 1

Alle partijen zijn gehouden zich redelijk ten opzichte van elkaar te gedragen zolang de verbintenis voortduurt.

Lid 2

Alle partijen zijn verplicht de uit de verbintenis voortkomende verplichtingen na te komen.

Lid 3

Bij eventuele conflicten dan wel misvattingen worden partijen eerst geacht, al dan niet met juridische bijstand, om onderlinge conflicten of misverstanden zelf op te lossen alvorens gerechtelijke stappen te nemen, zoals beschreven in de wet op de rechtspleging.

Onrechtmatige daad

#

                

Artikel 10 BWV - Onrechtmatige daad
#

Lid 1

Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander daardoor lijdt, te herstellen.

Lid 2

Als onrechtmatige daad worden gezien die handelingen of het nalaten van handelingen die in strijd zijn met:

a.     het recht
b.     de wet;
c.     algehele fatsoensnormen;

Lid 3

Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien deze te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak die voor zijn rekening komt, krachtens:
a.     de wet;
b.     het recht;

Artikel 11 BWV -Ondergeschikte
#

Lid 1

De schade die ontstaat door hij die een taak uitvoert als ondergeschikte van een ander, komt voor rekening van die ander.

Lid 2

Was de ondergeschikte werkzaam voor een natuurlijk persoon, dan is die persoon bevoegd de kosten van de herstelde schade te verhalen op diens ondergeschikte.

Lid 3

Verricht de ondergeschikte een taak die hoorde tot zijn werk voor een rechtspersoon, dan is die enkel bevoegd om de schade te verhalen op diens ondergeschikte indien:
a.     de schade opzettelijk is toegebracht;
b.     de schade het gevolg is van de opzettelijke roekeloosheid van de ondergeschikte;

Artikel 12 BWV - Bijkomende schade
#

Lid 1

Die kosten die het gevolg zijn van maatregelen die worden getroffen om de schade in te perken dan wel het probleem op te lossen, mogen ook gezien worden als schade als gevolg van een onrechtmatige daad.

Lid 2

Het bepaalde in lid 1 geldt alleen wanneer het probleem, mits niet ingeperkt, dan wel onopgelost:
a.     een gevaarlijke situatie in stand houdt of laat ontstaan;
b.     in strijd is met de wet;
c.     het verkeer belemmerd;
d.     in strijd is met andere redelijke normen;
e.     de schade zou vergroten;

Lid 3

De inperking of oplossing zoals bedoeld in lid 1 moet redelijk zijn, gegeven de situatie, voordat zij als schade mag worden toegerekend.

Overeenkomst

#

                

Artikel 20 BWV - Overeenkomst
#

Lid 1

Een overeenkomst ontstaat door een aanbod en de aanvaarding daarvan.

Lid 2

Een aanbod kan tevens tegenprestaties bevatten. Bij het aanvaarden van het aanbod ontstaat van rechtswege de plicht om aan deze tegenprestaties te voldoen.

Lid 3

Zowel een aanbod als de aanvaarding van een aanbod zijn voor de wet gelijk aan rechtshandelingen en kunnen daarmee: nietig, vernietigbaar of geldig zijn.

Artikel 21 BWV - Aanbod
#

Lid 1

Een gedaan aanbod mag worden herroepen, zolang het nog niet is aanvaard. Tenzij specifiek staat vermeld dat het aanbod vrijblijvend is ,mag na de aanvaarding, maar voor enige aanvullende handeling is verricht, het aanbod worden ingetrokken, mits dit zo snel mogelijk wordt medegedeeld.

Lid 2

Een aanbod vervalt van rechtswege:
a.     Een mondeling aanbod vervalt wanneer het niet onmiddellijk wordt aanvaard;
b.     Een schriftelijk aanbod vervalt wanneer het niet binnen één week wordt aanvaard. Tenzij anders is bepaald in dat aanbod;
c.     Een aanbod door het tentoonstellen van zaken met een prijs vervalt zodra de tentoongestelde zaken worden weggehaald;

Artikel 22 BWV - Aanvaarding
#

Lid 1

Aanvaarding gebeurt wanneer een partij de mededeling doet de overeenkomst te aanvaarden, dan wel een handeling verricht met als doel het aanbod te accepteren.

Lid 2

Een aanvaarding die van een mondeling of schriftelijk aanbod afwijkt, geldt als een nieuw aanbod en als een verwerping van het oorspronkelijke.

Lid 3

Wijkt een tot aanvaarding strekkend antwoord op een aanbod slechts op ondergeschikte punten af, dan geldt dit antwoord als aanvaarding en komt de overeenkomst overeenkomstig deze aanvaarding tot stand, tenzij de aanbieder meteen bezwaar maakt tegen de verschillen.

Artikel 23 BWV - Vormvereisten
#

Lid 1

Voor een rechtsgeldige overeenkomst dienen de volgende zaken vermeld dan wel duidelijk te zijn:
a.     tussen welke personen de overeenkomst is gesloten. In het geval van een rechtspersoon worden hier zowel de rechtspersoon als diens vertegenwoordiger genoemd;
b.     wat het doel is van de overeenkomst met bijbehorende prestaties en wederdiensten, voor zover van toepassing;
c.     wanneer er aan de overeenkomst is voldaan;
d.     wanneer de overeenkomst formeel ingaat, dan wel wanneer deze overeengekomen is;

Ingebrekestelling

#

                

Artikel 30 BWV - Onrechtmatige daad
#

Lid 1

In beginsel zal bij een onrechtmatige daad altijd getracht worden de fysieke schade te herstellen.

Lid 2

Ingebrekestelling treedt van rechtswege op wanneer:
a.     de schade niet fysiek te herstellen is door de aard van de schade of de zaak;
b.     herstel van de schade duurder uitvalt dan de gevolgen van ingebrekestelling;

Lid 3

Ingebrekestelling ten aanzien van een onrechtmatige daad houdt in dat de schuldenaar in plaats van voor het herstel aansprakelijk te zijn. De nieuwwaarde van de zaak die hij beschadigd heeft, vergoed.

Artikel 31 BWV - Overeenkomst
#

Lid 1

In beginsel zal bij een overeenkomst altijd getracht worden eerst te voldoen aan de overeenkomst binnen redelijke termijn.

Lid 2

In het geval van een overeenkomst zal de schuldenaar altijd in gebreke gesteld moeten worden voordat ingebrekestelling kan intreden. Dit mag slechts:
a.     wanneer de termijn voor nakoming verstreken is;
b.     wanneer de termijn voor nakoming verstreken is met 2 dagen, wanneer deze langer was dan 5 dagen;
c.     wanneer meermaals niet aan een of meerdere van de voorwaarden is voldaan die in de overeenkomst zijn opgenomen of uit de wet blijken;

Lid 3

Voor een schuldenaar in gebreke gesteld kan worden, dient deze tijdig en minstens eenmaal gewaarschuwd te zijn dat hij niet aan de overeenkomst voldoet. Tenzij dit onredelijke inspanning vraagt van de schuldeiser.

Lid 4

De compensatie van de ingebrekestelling mag onderling overeengekomen worden via een overeenkomst. Voor zover deze niet in strijd is met de wet.

Speciale overeenkomsten

#

                

Koop

#

                

Artikel 100 BWV - Koop
#

Lid 1

Koop is de overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een prijs in geld te betalen.

Artikel 101 BWV - Overdracht
#

Lid 1

De verkoper is verplicht de verkochte zaak met eventueel toebehoren in eigendom over te dragen en af te leveren bij de koper. 

Lid 2

Met bijbehoren worden onder andere bedoeld:
a.     eigendomspapieren;
b.     de zaken die toegang verschaffen tot de gekochte zaak;
c.     benodigde materialen voor het initiële gebruik;
d.     alle zaken die zich op dan wel in de gekochte zaak bevinden, horen te bevinden;

Lid 3

Onder aflevering wordt verstaan het stellen van de zaak in het bezit van de koper, zodat deze er volledig gebruik van kan maken.

Lid 4

Bij een koop levert de verkoper de zaken zo snel mogelijk en in ieder geval binnen één week na het sluiten van de overeenkomst af. De partijen mogen echter een andere termijn overeenkomen.

Artikel 102 BWV - Risico-overdracht
#

Lid 1

De koper is op het moment van koop degene die een eventueel waardeverlies van hetgeen hij of zij koopt draagt. Behalve als
a.     dit verlies door toedoen van de verkoper is geschied;
b.     de koper om rechtmatige redenen vervanging of ongedaanmaking van de koop inroept;

Lid 2

Bij een koop waarbij de zaak bij de koper wordt bezorgd, is de zaak voor het risico van de koper vanaf het moment dat de koper of een door hem aangewezen derde, die niet de vervoerder is, de zaak heeft ontvangen.

Lid 3

In het geval dat de koper een vervoerder aanwijst en de keuze voor deze vervoerder niet door de verkoper wordt aangeboden, gaat het risico over op de koper op het moment van ontvangst van de zaak door de vervoerder.

Artikel 103 BWV - Juist product
#

Lid 1

De overgedragen zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden.

Lid 2

Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst, indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat in de overeenkomst is opgenomen.

Lid 3

Een andere zaak dan is overeengekomen, of een zaak van een andere soort, beantwoordt evenmin aan de overeenkomst. Hetzelfde geldt indien het afgeleverde aantal niet overeenkomt met wat is overeengekomen.

Artikel 104 BWV - Herstel van de koop
#

Lid 1

Beantwoordt het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan kan de koper eisen:
a.     aflevering van het ontbrekende;
b.     herstel van de afgeleverde zaak, mits de verkoper hieraan redelijkerwijs kan voldoen;
c.     vervanging van de afgeleverde zaak;

Lid 2

Hetgeen bepaald onder lid 1 c vervalt wanneer:
a.     de afwijking van het overeengekomene te gering is om dit te rechtvaardigen;
b.     de zaak is beschadigd of niet voldoet dankzij de koper, dan wel natuurlijk verval;

Lid 3

De kosten van nakoming van de in lid 1 bedoelde verplichtingen kunnen niet aan de koper in rekening worden gebracht.

Lid 4

Indien de verkoper niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, is de koper bevoegd het herstel door een derde te laten verrichten en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen.

Artikel 104 BWV - Koop ongedaan maken
#

Lid 1

Beantwoordt het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan heeft bij een consumentenkoop de koper tevens de bevoegdheid om:
a.     de overeenkomst te ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomen, gezien haar geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt;
b.     de prijs te verminderen passend bij de mate van afwijking van de overeenkomst;

Lid 2

De in lid 1 bedoelde bevoegdheden ontstaan pas wanneer
a.     herstel en vervanging onmogelijk zijn;
b.     herstel en vervanging niet van de verkoper gevergd kunnen worden; 

Lid 3

Wanneer de koper een overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbindt, zal:
a.     de koper het product weer overdragen aan de verkoper. Eventuele kosten hiervan komen voor rekening van de verkoper;
b.     bij ontvangst van de zaak of de bevestiging dat deze is teruggezonden zal de verkoper de betaalde prijs terugzenden;

Lid 4

Indien de zaak dan wel het gebrek van dien aard is dat terugzending geen redelijke optie is vervalt de plicht van de koper bedoeld onder lid 4 a. Mits deze aannemelijk maakt dat terugzending geen nut heeft of zulks overeenkomt met de verkoper.

Lid 5

De koper verliest het recht op ontbinding van de koop dan wel het herstel van een gebrek wanneer:
a.     de koper de verkoper niet binnen 1 week op de hoogte gesteld heeft van een aanwezig gebrek nadat hij dit constateert of redelijkerwijs had moeten constateren;
b.     er 2 weken zijn verstreken na het sluiten van de koop;

Lid 6

Het bepaalde onder lid 6 b is niet van toepassing wanneer de koper gebruik heeft gemaakt van diens rechten. In dat geval zal de termijn niet aanvangen voordat de verkoper aan diens schuld heeft voldaan of de koop is ontbonden.

Artikel 105 BWV - Prijs betalen
#

Lid 1

De koper is verplicht de prijs te betalen.

Lid 2

De verkoper heeft het recht om de te betalen prijs bij uitblijvende betaling te vorderen. Tenzij:
a.     de verkoper deze vordering pas 2 maanden na de koop doet;

Schenking

#

                

Artikel 200 BWV - Schenking
#

Lid 1

Schenking is de overeenkomst die tot doel heeft dat de ene partij, de schenker, ten koste van eigen vermogen de andere partij, de begiftigde, verrijkt.

Lid 2

Het tot een bepaalde persoon gerichte schenkingsaanbod geldt als aangenomen, wanneer deze erna kennis te hebben genomen het niet binnen 1 dag heeft afgewezen. Dan wel binnen een andere overeengekomen periode.

Artikel 201 BWV - Vernietigbaarheid
#

Lid 1

Een schenking is vernietigbaar wanneer:
a.     de begiftigde een misdrijf begaat ten aanzien van de schenker;

Lid 2

Een schenking mag niet langer vernietigd worden wanneer:
a.     de schenker niet binnen 1 week juridische stappen heeft ondernomen ten aanzien van dit misdrijf, na hiervan in kennis gesteld te zijn;
b.     wanneer de schenker na 1 maand nog niet de vernietiging van de schenking heeft aangevraagd;

Huur

#

                

Artikel 300 BWV - Huur
#

Lid 1

Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie.

Lid 2

Voor de wet wordt gelijkgesteld aan huur, maar zonder noodzakelijke tegenprestatie:
a.     bruikleen;

Artikel 301 BWV - Verplichtingen verhuurder
#

Lid 1

De verhuurder is verplicht de zaak ter beschikking van de huurder te stellen en te laten voor zover dat voor het overeengekomen gebruik noodzakelijk is.

Lid 2

De verhuurder is aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaan is door normaal gebruik.

Lid 3

De verhuurder draagt de kosten:
a.     voor periodieke lasten die een normaal gebruik van het verhuurde mogelijk maken;
b.     voor het herstel van eventuele gebreken die een normaal gebruik van het verhuurde mogelijk maken;

Artikel 302 BWV - Verplichtingen huurder
#

Lid 1

De huurder is verplicht:
a.     de tegenprestatie op de overeengekomen wijze en tijdstippen te voldoen;
b.     de zaak zodanig te gebruiken zoals overeengekomen is dan wel waartoe de aard van de zaak bestemd is;

Lid 2

De huurder is aansprakelijk voor eventuele schade gemaakt door derden die met zijn goedkeuring gebruikmaken van het gehuurde, niet zijnde schade bedoeld in artikel 301 BWV lid 2.

Lid 2

De huurder is verplicht de verhuurder in de gelegenheid te stellen om gebreken te herstellen dan wel keuringen te laten uitvoeren die een normaal gebruik van het verhuurde mogelijk maken indien de huurder dit nalaat, zijn de eventuele gevolgen geheel voor de huurder, inclusief het geheel of gedeeltelijk meebetalen aan het herstellen van het gebrek.

Artikel 303 BWV - Einde huur
#

Lid 1

Een huur voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op de bepaalde tijd;

Lid 2

Voor het opzeggen van de huur waarvoor geen einddatum is overeengekomen, geldt een opzeggingstermijn van 1 week.

Lid 3

Partijen mogen onderling andere afspraken maken over de opzegging van de huur.

Arbeidsovereenkomst

#

                

Artikel 400 BWV - Arbeidsovereenkomst
#

Lid 1

De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verplicht in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd werk te doen.

Artikel 401 BWV - Loon
#

Lid 1

De werkgever is verplicht de werknemer zijn loon op de bepaalde momenten:
a.     te verstrekken;
b.     ter beschikking te stellen;

Lid 2

Het salaris van een werknemer voldoet aan een van de volgende eisen:
a.     het loon is niet lager dan 1% van de door de arbeid ontstane omzet;
b.     het loon is niet lager dan € 500 per gewerkte dag;

Artikel 402 BWV - Instructies
#

Lid 1

De werknemer is verplicht zich te houden aan redelijke voorschriften van diens werkgever.

Artikel 403 BWV - Beëindiging arbeidsovereenkomst I
#

Lid 1

Een arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege wanneer de daarvoor overeengekomen termijn verstrijkt.

Lid 2

Een arbeidsovereenkomst mag worden beëindigd wanneer er sprake is van een van de volgende gevallen:
a.     de arbeid is niet langer nodig;
b.     de werknemer verricht zijn werk niet naar behoren;
c.     de werknemer is voor langere tijd niet aanwezig geweest op het werk;
d.     de werkgever houdt zich meermaals niet aan voor de arbeid relevante wettelijke bepalingen;
e.     er is frictie tussen werknemer en werkgever;

Lid 3

Bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst mogen werkgever en werknemer afwijken van dit artikel.

Artikel 404 BWV - Beëindiging arbeidsovereenkomst II
#

Lid 1

Wanneer een van beide partijen de arbeidsovereenkomst opzegt, dient hij de ander hiervan 1 week tevoren van op de hoogte te stellen. Tenzij anders is overeengekomen.

Lid 2

De werkgever verstrekt de werknemer al het nog niet uitbetaalde loon, gezien vanaf het moment dat de arbeidsovereenkomst eindigt. Dit geschiedt op zijn laatst 1 week na het sluiten van de arbeidsovereenkomst.

Artikel 405 BWV - Bijzondere clausules
#

Lid 1

Partijen mogen in hun arbeidsovereenkomst een proeftijd opnemen die niet langer mag zijn dan twee weken.

Artikel 406 BWV - Uitzondering voor rechtspersonen met overheidsgezag
#

Lid 1

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op rechtspersonen belast met overheidsgezag 

Wet op de burgerlijke rechtsvordering

#

                

Pre-rechtspraak in het civielrecht

#

                

Mediation

#

                

Artikel 1 WBR - Vereisten
#

Lid 1

Mediation is voor de wet geldig indien het aan de volgende eisen voldoet:
a.     alle partijen die belang hebben bij de mediation zijn het eens met de mediation;
b.     de mediator heeft geen of een verwaarloosbaar belang bij de mediation;

Lid 2

Er mag aan mediation worden gedaan wanneer partijen onenigheid hebben over één of meer kwesties, waarbij zij willen proberen om er samen uit te komen.

Lid 3

Er bestaat geen plicht tot mediation.

Artikel 2 WBR - Uitkomst
#

Lid 1

Geen partij is gebonden aan de uitkomst van mediation. Echter het negeren of passeren van een rechtsgeldige mediation mag meegenomen worden als bewijs in zwaardere civiele procedures.

Rechtspraak in het civiel recht

#

                

Bevoegdheid

#

                

Artikel 100 WBR - Bevoegde rechtbanken
#

Lid 1

Enkel een civiele kamer is bevoegd een civiel proces te behandelen.

Lid 2

Voor de wet wordt een zaak tegen een overheidsorgaan gelijkgesteld aan een civiel proces. Behoudens de in deze wet benoemde uitzonderingen.

Artikel 101 WBR - Uitzonderingen voor civiele procedure overheidsorganen
#

Lid 1

Kwesties die conform artikel 100 WBR lid 2 niet behoren tot de civiele rechtspraak zijn:
a. zaken waarbij het gaat om corruptie dan wel enig ander strafbaar gesteld feit begaan door een individuele ambtenaar;

Artikel 102 WBR - Kamersamenstelling
#

Lid 1

Een civiele zaak wordt voorgezeten door:
a.     een enkelvoudige kamer bestaande uit één civiele rechter, indien het een kwestie betreft waarbij de afzonderlijke eisen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan €50.000;
b.     een meervoudige kamer bestaande uit minstens twee en maximaal drie civiele rechters, indien een enkelvoudige civiele kamer onbevoegd is;

Lid 2

Geen rechter of rechtbank is bevoegd te oordelen over een eis indien deze eis al is behandeld door het bestuur van Nederbeek. Behoudens die gevallen waar zij van datzelfde bestuur toestemming hebben gekregen.

Artikel 103 WBR - Rechters
#

Lid 1

In afnemende mate van voorkeur worden aangemerkt als civiele rechter:
a.     magistraten;
b.     leidinggevende van overheidsorganen;
c.     advocaten binnen Nederbeek;

Lid 2

Rechters komen enkel in aanmerking wanneer zij:
a.     niet inhoudelijk, althans niet te inhoudelijk bij de zaak betrokken zijn;

Lid 3

Rechters mogen ervoor kiezen om niet op te treden als rechter in een bepaalde zaak.

Lid 4

Voor de duur van de zaak worden rechters aangemerkt als magistraat voor die zaak waar zij rechter zijn. Wat inhoudt dat zij:
a.     de rechtsgang zullen bewaken;
b.     onpartijdig zullen oordelen;

Lid 5

Alvorens iemand mag optreden als rechter, dient deze in het bezit te zijn van een oorkonde waaruit blijkt dat deze persoon in staat is op te treden als rechter. Deze oorkonde wordt verstrekt door het Adviescomité Wetgeving Openbaar Ministerie.

Aanvraag en voorbereiding

#

                

Artikel 110 WBR - Vereisten
#

Lid 1

Een rechtszaak mag worden aangevraagd door een persoon of groep, dan wel hun advocaat, tegen een andere persoon of groep, mits zij beide instemmen hun zaak voor te leggen aan een rechter.

De plicht tot instemming vervalt wanneer:
a.     het een zaak is tegen een rechtspersoon belast met overheidsgezag;
b.     wanneer de eis betrekking heeft op een waarde hoger dan: €10.000;

Lid 2

De rechtbank is ongeacht lid 1 bevoegd om een zaak te weigeren.

Artikel 111 WBR - Eis
#

Lid 1

Indien de rechtbank heeft ingestemd met een civiel proces, zal de eiser zo snel mogelijk een dagvaarding opsturen naar de gedaagde, dan wel diens advocaat, en naar de rechtbank.

Lid 2

Een dagvaarding bestaat uit:
a.     de naam en andere relevante gegevens van de eiser;
b.     de naam en andere relevante gegevens van de gedaagde;;
c.     de voorgenomen vordering;
d.     de reden waarom deze vordering wordt gedaan;

Lid 3

De gedaagde mag na het ontvangen van de dagvaarding tegenvorderingen doen. Welke op zijn laatst meegezonden mogen worden met het dossier.

Lid 4

De eiser dan wel gedaagde mag de dagvaarding dan wel tegenvordering immer afzwakken tot en met het moment waarop de zitting is begonnen.
De eiser dan wel gedaagde mag tot drie dagen voor de zitting de dagvaarding dan wel tegenvordering verzwaren zonder toestemming van de rechtbank. 

Artikel 112 WBR - Agendering van de zaak
#

Lid 1

Na het ontvangen van de vorderingen zal de rechtbank:
a.     met de aanklagende en de aangeklaagde partij proberen in te schatten hoe groot de zaak wordt en hoeveel tijd er nodig gaat zijn;
b.     een of meerdere zittingsmomenten inplannen om de zaak te behandelen;

Lid 2

Het inplannen van zittingsmomenten dient aan de volgende eisen te voldoen:
a.     het aantal zittingsmomenten blijft zoveel mogelijk beperkt voor de praktische uitvoerbaarheid van de rechtspleging;
b.     de zittingsmomenten zijn voor zover mogelijk op zulke momenten gepland dat er voldoende tijd is voor de voorbereiding van de zaak;
c.     waar mogelijk toont de rechtbank flexibiliteit naar beide partijen, waarbij zij niet de plicht uit het oog verliest de zaak binnen redelijke termijn af te ronden;

Artikel 113 WBR - Geen gehoor
#

Lid 1

Indien de aanklager en/ of de rechtbank geen reactie krijgt vanuit de aangeklaagde partij nadat deze overduidelijk de vordering heeft ontvangen en er minstens één week is verstreken, kan de rechtbank besluiten de zaak voorwaardelijk bij verstek te behandelen.

Lid 2

Bij een voorwaardelijke verstekbehandeling wordt de aangeklaagde partij niet meegenomen in de voorbereiding van de zaak en heeft deze geen inspraak op het moment waarop eventuele zittingsmomenten zullen plaatsvinden.

Lid 3

Indien de rechtbank en/of de aangeklaagde partij geen reactie krijgt van de aanklagende partij en er minstens één week verstreken is dan wel wanneer er reeds een moment is, vastgesteld voor een behandeling van de gerechtelijke procedure, kan de rechtbank besluiten de zaak voorwaardelijk als niet-ontvankelijk te behandelen.

Lid 4

Bij een voorwaardelijke niet-ontvankelijkheidsbehandeling wordt de aanklagende partij niet meegenomen in de voorbereiding van de zaak en heeft deze geen inspraak op het moment waarop de behandeling van de zaak zal plaatsvinden. Tevens zal de aanklager definitief niet-ontvankelijk worden verklaard indien hij niet van zich heeft laten horen op het moment dat de procedure aanvangt en daar ook niet aanwezig is.

Lid 5

De voorwaardelijke verstek- en niet-ontvankelijkheidsbehandeling is niet langer toegestaan zodra er alsnog een reactie volgt voor de behandeling van de zaak is afgerond, niet zijnde het beslissen over dan wel uitspreken van een oordeel door de rechter.

De rechtbank mag besluiten een voorwaardelijke verstek- dan wel niet-ontvankelijkheidsbehandeling door te zetten indien er een zitting gepland staat en de niet-reagerende partij 24 uur van tevoren kenbaar maakt er niet bij te kunnen zijn en geen gegrond argument heeft waarom de reactie uitbleef. Dit geldt tevens als de niet-reagerende partij alsnog verschijnt op zitting.

Artikel 114 WBR - Dossier
#

Lid 1

Vijf dagen voor het eerste zittingsmoment levert de eiser het dossier aan, bij de rechtbank en de gedaagde partij. Met daarin:
a.     de te gebruiken bewijsstukken;
b.     een lijst met te horen getuigen;
c.     een overzicht van de opbouw van de eventuele kosten van de vordering; 

Lid 2

Drie dagen voor het eerste zittingsmoment levert de gedaagde het dossier aan, bij de rechtbank en de eisende partij. Met daarin:
a.     aanvullende bewijsstukken;
b.     een lijst met te horen getuigen;
c.     een overzicht van de opbouw van de eventuele tegenvordering, mits deze kosten met zich meebrengt; 

Lid 3

Bewijzen en getuigen mogen worden teruggetrokken, toegevoegd of, indien de aard dat toelaat, gewijzigd worden tot op een dag voor de zitting waarop zij behandeld wordt.

Artikel 115 WBR - Toelating getuigen
#

Lid 1

Uiteindelijk besluit de rechtbank over de te horen getuigen. De rechtbank mag besluiten een getuige niet te horen indien:
a.     dit geen toegevoegde waarde heeft;
b.     de getuigen aantoonbaar twijfelachtig is of is geweest;
c.     het omwille van de tijd niet mogelijk of wenselijk is een getuige te horen;

Lid 2

Indien een getuige niet gehoord wordt door de rechtbank, kan diens verklaring wel op schrift worden gesteld om meegenomen te worden in de bewijslast.

Lid 3

De partij die een getuige inbrengt, is verantwoordelijk voor het aanwezig laten zijn van die getuige op het daarvoor aangewezen zittingsmoment.

Artikel 116 WBR - Wijziging en te late inbreng
#

Lid 1

Het staat de rechtbank vrij om de aangegeven tijdslimieten te negeren in het belang van de rechtspleging. Zij mag tot op het einde van de behandeling van de zaak oordelen over de toelaatbaarheid van bepaalde acties.

Het proces

#

                

Artikel 120 WBR - Opening van de zitting
#

Lid 1

Voor de inhoudelijke behandeling van de zaak kan plaatsvinden, loopt de rechtbank de volgende punten af:
a.     het vaststellen van de aanwezigheid van alle relevante betrokkenen;
b.     het controleren van de identiteit van de aangeklaagde;
c.     het doornemen van de belangrijkste gedragsregels;
d.     het benoemen van de samenstelling en het doel van de rechtbank;
e.     het bespreken van verzoeken en eventuele punten van onvrede vanuit beide partijen;

Lid 2

Daarnaast controleert de rechtbank of de aangeleverde dossiers volledig zijn en of beide partijen alles ontvangen hebben. Eveneens controleert de rechtbank of alle getuigen aanwezig dan wel beschikbaar zijn.

Lid 3

Voor een getuige gehoord kan worden door de rechtbank en diens getuigenis als wettig bewijs mag tellen, dient zij de getuige onder ede te plaatsen. Dit is gebeurd wanneer de getuige positief antwoordde op de:
a.      de belofte, welke luidt: "Zweert u de waarheid te vertellen en niets anders dan de waarheid";
b.     of de eed, welke luidt: "Zweert u de waarheid te vertellen en niets anders dan de waarheid, zo waarlijk helpe mij God almachtig.";

Artikel 121 WBR - Aanhoren van standpunten
#

Lid 1

De rechtbank stelt na de opening van de zaak beide partijen in de gelegenheid hun standpunten kenbaar te maken.

Lid 2

Allereerst vraagt zij de eiser de dagvaarding uiteen te zetten. In elk geval moet duidelijk zijn:
a.     wat de zaak inhoudt;
b.     welke feiten dit ondersteunen;
c.     wat de voorgenomen vordering is;

Lid 3

Na de eiser krijgt de gedaagde of diens advocaat de gelegenheid om hun visie op de dagvaarding te geven dan wel om een eventuele tegenvordering toe te lichten, waarbij duidelijk moet zijn:
a.     waarom de tegenvordering gedaan wordt;
b.     welke feiten dit ondersteunen;
c.     wat de voorgenomen tegenvordering is;

Artikel 122 WBR - Feitenbehandeling
#

Lid 1

Nadat de feiten zijn besproken, begint de rechtbank aan de feitenbehandeling. Welke bestaat uit:
a.     het bespreken van het bewijsmateriaal;
b.     het horen van getuigen;

Lid 2

In beginsel hanteert de rechtbank de volgende volgorde wanneer zij de feiten behandelt:
a.     de eiser wordt gevraagd om elk bewijsstuk toe te lichten, waarna de gedaagde en de rechtbank de gelegenheid krijgen hierover vragen te stellen;
b.     vervolgens worden de getuigen van de eiser gehoord. Waarbij eerst de eiser en daarna de gedaagde en de rechtbank de gelegenheid krijgen de getuige te bevragen;
c.     vervolgens krijgt de gedaagde de gelegenheid eventueel ingebracht tegenbewijs te bespreken. De eiser en de rechtbank krijgen hierbij de gelegenheid de gedaagde vragen te stellen;
d.     daarna worden de getuigen van de gedaagde gehoord. Waarbij eerst de gedaagde en daarna de eiser en de rechtbank de gelegenheid krijgen om vragen te stellen;

Lid 3

De bepalingen in lid 2 zijn niet leidend en de rechtbank mag hiervan afwijken, zolang er geen belangen onnodig geschaad worden.

Artikel 123 WBR - Getuigenverhoor
#

Lid 1

In beginsel vindt een getuigenverhoor als volgt plaats:
a.     in eerste instantie krijgt de partij die de getuige heeft opgeroepen dan wel conform de procedure als eerste aan het woord is de gelegenheid de getuige vragen te stellen;
b.     daarna wordt de andere partij in de gelegenheid gesteld vragen te stellen;
c.     vervolgens heeft de rechtbank de gelegenheid zelf vragen te stellen aan de getuigen;
d.     daarna wordt er een rondvraag gedaan of er nog vragen zijn aan de getuigen;
e.     tot slot beslist de rechtbank of de getuige mag gaan of dat deze moet blijven dan wel zich beschikbaar moet houden.

Lid 2

De wet maakt onderscheid tussen twee soorten verdachten, die niet noodzakelijkerwijs onverenigbaar zijn in één persoon, maar voor de wet andere doelen dienen:
a.     een ooggetuige;
b.     een specialistische getuige;

Lid 3

Ooggetuigen zijn die getuigen die kunnen verklaren over een bepaalde gebeurtenis. Hen mogen alleen vragen gesteld worden over die feiten en gebeurtenissen waar zij getuigen van zijn geweest;

Lid 4

Specialistische getuigen zijn die getuigen die dankzij hun beroep of ervaring, kennis hebben over een bepaald onderwerp. Deze getuigen mogen enkel vragen gesteld worden over die onderwerpen waarin zij expertise hebben. Expertise wordt aangenomen indien de getuigen:
a.     een instructeur is;
b.     een specialisatie heeft gevolgd;
c.     voor langere tijd werkzaam is of tot kort geleden is geweest in een specifieke branche;
d.     aantoonbaar kennis heeft van een bepaald onderwerp;

Artikel 124 WBR - Pleidooien
#

Lid 1

Zowel de eiser als de gedaagde krijgen na de feitenbehandeling de gelegenheid om hun visie op de zaak samen te vatten in een pleidooi. Welke bestaat uit:
a.     wat zij vinden van de vorderingen;
b.     waarom eventuele vorderingen ongegrond of onredelijk zouden zijn;
c.     welke eisen zij stellen;

Artikel 125 WBR - Repliek en dupliek
#

Lid 1

Na de pleidooien krijgt de eiser de gelegenheid om een reactie te geven op het pleidooi van de verdediging, middels een repliek.

Lid 2

Indien er gebruikgemaakt is van het recht op een repliek, mag de gedaagde een weerwoord geven, middels een dupliek.

Artikel 126 WBR - Afronden inhoudelijke behandeling
#

Lid 1

Nadat de rechtbank kennis heeft genomen van de pleidooien, repliek dan wel dupliek, sluit zij de inhoudelijke behandeling en vermeldt, voor de zitting wordt afgerond het volgende:
a.     hoe de rechtbank zal vonnissen;
b.     op welke datum de rechtbank verwacht het vonnis klaar te hebben;

Artikel 127 WBR - Oplossingsstreven
#

Lid 1

De rechter zal, mits hij hier redelijke kans van slagen voor ziet, partijen in de gelegenheid stellen gezamenlijk tot een schikking te komen.

Lid 2

Hiertoe mag de rechter:
a.     beide partijen vragen onderling overleg te plegen om tot een schikking te komen;
b.     tussentijdse vonnissen op kwesties die een mogelijke schikking in de weg staan;

Uitspraak

#

                

Artikel 130 WBR - Wijjze van uitspraak
#

Lid 1

De rechtbank wijst altijd haar definitieve vonnis op papier.

Lid 2

De rechtbank kan na het afronden van de zitting gelijk mondeling uitspraak doen. Waarna zij op een later moment het vonnis op papier nog aanlevert.

Artikel 131 WBR - Vormvereisten
#

Lid 1

De rechtbank structureert het vonnis in beginsel op de volgende wijze:
a.     zij bespreekt het doel van de rechtszaak;
b.     welk bewijs er is toegelaten en waarom;
c.     welke feiten daarmee bewezen zijn;
d.     tot welke strafbare gedragingen de rechtbank komt, dan wel waarom zij tot vrijspraak komt voor een of meerdere feiten;
e.     de straf en/of de maatregelen die de rechtbank oplegt bij een schuldigverklaring;
f.     een oordeel over de schadeclaim;

Lid 2

Indien er tijdens de rechtszaak of bij het opstellen van het vonnis juridische kwesties zijn die van belang zijn om te behandelen voor toekomstige zaken, zal de rechtbank deze rechtsvragen ook behandelen in haar vonnis. Hierbij baseert zij zich op:
a.     allereerst op de wet;
b.     andere soortgelijke uitspraken, die nog relevant zijn;
c.     indien de bovenstaande geen uitkomst biedt, kan de rechtbank op eigen gezag normen stellen om een rechtsvraag te beantwoorden;

Artikel 132 WBR - Voortijdig beslissen
#

Lid 1

Indien de rechtbank dit wenselijk acht, kan zij besluiten voorafgaand aan het vonnis maatregelen op te leggen.