Artikel 131 WBR - Vormvereisten

Artikel 131 WBR - Vormvereisten

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 131 WBR - Vormvereisten

#

Lid 1

De rechtbank structureert het vonnis in beginsel op de volgende wijze:
a.     zij bespreekt het doel van de rechtszaak;
b.     welk bewijs er is toegelaten en waarom;
c.     welke feiten daarmee bewezen zijn;
d.     tot welke strafbare gedragingen de rechtbank komt, dan wel waarom zij tot vrijspraak komt voor een of meerdere feiten;
e.     de straf en/of de maatregelen die de rechtbank oplegt bij een schuldigverklaring;
f.     een oordeel over de schadeclaim;

Lid 2

Indien er tijdens de rechtszaak of bij het opstellen van het vonnis juridische kwesties zijn die van belang zijn om te behandelen voor toekomstige zaken, zal de rechtbank deze rechtsvragen ook behandelen in haar vonnis. Hierbij baseert zij zich op:
a.     allereerst op de wet;
b.     andere soortgelijke uitspraken, die nog relevant zijn;
c.     indien de bovenstaande geen uitkomst biedt, kan de rechtbank op eigen gezag normen stellen om een rechtsvraag te beantwoorden;