Artikel 154 WBV - Fraude met algemene periodieke keuring

Artikel 154 WBV - Fraude met algemene periodieke keuring

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 154 WBV - Fraude met algemene periodieke keuring

#

Lid 1

Indien de inspectie constateert dat een bedrijf een voertuig opzettelijk met goed gevolg door de algemene periodieke keuring laat komen zonder dat dit op dat moment terecht was, kan zij de in dit artikel beschreven sancties opleggen.

Lid 2

Wanneer deze overtreding één keer wordt begaan door een monteur die handelt uit eigen beweging, zijn de op te leggen sancties als volgt:
a.     het starten van een strafrechtelijk onderzoek naar de monteur die de keuring heeft uitgevoerd dan wel de eigenaar/eigenaren van het bedrijf, aangaande oplichting zoals beschreven in artikel 104 Sr.;
b.     additioneel wordt de eigenaar dan wel worden de eigenaren van het bedrijf formeel gewaarschuwd;
c.     Tevens kan een boete van maximaal €7.500 worden opgelegd aan het bedrijf;

Lid 3

Wanneer deze overtreding één keer wordt begaan door een monteur in opdracht of als gevolg van instructies van een eigenaar, dan wel wordt begaan door een eigenaar, zijn de op te leggen sancties als volgt:
a.     het starten van een strafrechtelijk onderzoek naar de monteur die de keuring heeft uitgevoerd dan wel de eigenaar/eigenaren van het bedrijf, aangaande oplichting zoals beschreven in artikel 104 Sr.;
b.     Additioneel kan een boete van maximaal €12.500 worden opgelegd aan het bedrijf;

Lid 4

Wanneer deze overtreding meermaals wordt begaan door monteurs in opdracht of als gevolg van instructies van een eigenaar, dan wel wordt begaan door een eigenaar, zijn de op te leggen sancties als volgt:
a.     het starten van een strafrechtelijk onderzoek naar de monteur die de keuring heeft uitgevoerd dan wel de eigenaar/eigenaren van het bedrijf, aangaande oplichting zoals beschreven in artikel 104 Sr.;
b.     Additioneel kan een boete van maximaal €25.000 worden opgelegd aan het bedrijf;

Lid 5

De boetes beschreven in lid 3 onder b en lid 4 onder b kunnen tevens worden opgelegd wanneer er geen sprake is van opzet, maar de foutieve goedkeuring het gevolg is van wanbeleid dan wel een gebrek aan bestuur vanuit het bedrijf;