Het proces

Het proces

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Het proces

#

                

Artikel 120 WBR - Opening van de zitting

#

Lid 1

Voor de inhoudelijke behandeling van de zaak kan plaatsvinden, loopt de rechtbank de volgende punten af:
a.     het vaststellen van de aanwezigheid van alle relevante betrokkenen;
b.     het controleren van de identiteit van de aangeklaagde;
c.     het doornemen van de belangrijkste gedragsregels;
d.     het benoemen van de samenstelling en het doel van de rechtbank;
e.     het bespreken van verzoeken en eventuele punten van onvrede vanuit beide partijen;

Lid 2

Daarnaast controleert de rechtbank of de aangeleverde dossiers volledig zijn en of beide partijen alles ontvangen hebben. Eveneens controleert de rechtbank of alle getuigen aanwezig dan wel beschikbaar zijn.

Lid 3

Voor een getuige gehoord kan worden door de rechtbank en diens getuigenis als wettig bewijs mag tellen, dient zij de getuige onder ede te plaatsen. Dit is gebeurd wanneer de getuige positief antwoordde op de:
a.      de belofte, welke luidt: "Zweert u de waarheid te vertellen en niets anders dan de waarheid";
b.     of de eed, welke luidt: "Zweert u de waarheid te vertellen en niets anders dan de waarheid, zo waarlijk helpe mij God almachtig.";

Artikel 121 WBR - Aanhoren van standpunten

#

Lid 1

De rechtbank stelt na de opening van de zaak beide partijen in de gelegenheid hun standpunten kenbaar te maken.

Lid 2

Allereerst vraagt zij de eiser de dagvaarding uiteen te zetten. In elk geval moet duidelijk zijn:
a.     wat de zaak inhoudt;
b.     welke feiten dit ondersteunen;
c.     wat de voorgenomen vordering is;

Lid 3

Na de eiser krijgt de gedaagde of diens advocaat de gelegenheid om hun visie op de dagvaarding te geven dan wel om een eventuele tegenvordering toe te lichten, waarbij duidelijk moet zijn:
a.     waarom de tegenvordering gedaan wordt;
b.     welke feiten dit ondersteunen;
c.     wat de voorgenomen tegenvordering is;

Artikel 122 WBR - Feitenbehandeling

#

Lid 1

Nadat de feiten zijn besproken, begint de rechtbank aan de feitenbehandeling. Welke bestaat uit:
a.     het bespreken van het bewijsmateriaal;
b.     het horen van getuigen;

Lid 2

In beginsel hanteert de rechtbank de volgende volgorde wanneer zij de feiten behandelt:
a.     de eiser wordt gevraagd om elk bewijsstuk toe te lichten, waarna de gedaagde en de rechtbank de gelegenheid krijgen hierover vragen te stellen;
b.     vervolgens worden de getuigen van de eiser gehoord. Waarbij eerst de eiser en daarna de gedaagde en de rechtbank de gelegenheid krijgen de getuige te bevragen;
c.     vervolgens krijgt de gedaagde de gelegenheid eventueel ingebracht tegenbewijs te bespreken. De eiser en de rechtbank krijgen hierbij de gelegenheid de gedaagde vragen te stellen;
d.     daarna worden de getuigen van de gedaagde gehoord. Waarbij eerst de gedaagde en daarna de eiser en de rechtbank de gelegenheid krijgen om vragen te stellen;

Lid 3

De bepalingen in lid 2 zijn niet leidend en de rechtbank mag hiervan afwijken, zolang er geen belangen onnodig geschaad worden.

Artikel 123 WBR - Getuigenverhoor

#

Lid 1

In beginsel vindt een getuigenverhoor als volgt plaats:
a.     in eerste instantie krijgt de partij die de getuige heeft opgeroepen dan wel conform de procedure als eerste aan het woord is de gelegenheid de getuige vragen te stellen;
b.     daarna wordt de andere partij in de gelegenheid gesteld vragen te stellen;
c.     vervolgens heeft de rechtbank de gelegenheid zelf vragen te stellen aan de getuigen;
d.     daarna wordt er een rondvraag gedaan of er nog vragen zijn aan de getuigen;
e.     tot slot beslist de rechtbank of de getuige mag gaan of dat deze moet blijven dan wel zich beschikbaar moet houden.

Lid 2

De wet maakt onderscheid tussen twee soorten verdachten, die niet noodzakelijkerwijs onverenigbaar zijn in één persoon, maar voor de wet andere doelen dienen:
a.     een ooggetuige;
b.     een specialistische getuige;

Lid 3

Ooggetuigen zijn die getuigen die kunnen verklaren over een bepaalde gebeurtenis. Hen mogen alleen vragen gesteld worden over die feiten en gebeurtenissen waar zij getuigen van zijn geweest;

Lid 4

Specialistische getuigen zijn die getuigen die dankzij hun beroep of ervaring, kennis hebben over een bepaald onderwerp. Deze getuigen mogen enkel vragen gesteld worden over die onderwerpen waarin zij expertise hebben. Expertise wordt aangenomen indien de getuigen:
a.     een instructeur is;
b.     een specialisatie heeft gevolgd;
c.     voor langere tijd werkzaam is of tot kort geleden is geweest in een specifieke branche;
d.     aantoonbaar kennis heeft van een bepaald onderwerp;

Artikel 124 WBR - Pleidooien

#

Lid 1

Zowel de eiser als de gedaagde krijgen na de feitenbehandeling de gelegenheid om hun visie op de zaak samen te vatten in een pleidooi. Welke bestaat uit:
a.     wat zij vinden van de vorderingen;
b.     waarom eventuele vorderingen ongegrond of onredelijk zouden zijn;
c.     welke eisen zij stellen;

Artikel 125 WBR - Repliek en dupliek

#

Lid 1

Na de pleidooien krijgt de eiser de gelegenheid om een reactie te geven op het pleidooi van de verdediging, middels een repliek.

Lid 2

Indien er gebruikgemaakt is van het recht op een repliek, mag de gedaagde een weerwoord geven, middels een dupliek.

Artikel 126 WBR - Afronden inhoudelijke behandeling

#

Lid 1

Nadat de rechtbank kennis heeft genomen van de pleidooien, repliek dan wel dupliek, sluit zij de inhoudelijke behandeling en vermeldt, voor de zitting wordt afgerond het volgende:
a.     hoe de rechtbank zal vonnissen;
b.     op welke datum de rechtbank verwacht het vonnis klaar te hebben;

Artikel 127 WBR - Oplossingsstreven

#

Lid 1

De rechter zal, mits hij hier redelijke kans van slagen voor ziet, partijen in de gelegenheid stellen gezamenlijk tot een schikking te komen.

Lid 2

Hiertoe mag de rechter:
a.     beide partijen vragen onderling overleg te plegen om tot een schikking te komen;
b.     tussentijdse vonnissen op kwesties die een mogelijke schikking in de weg staan;