Artikel 102 WBR - Kamersamenstelling
Lid 1
Een civiele zaak wordt voorgezeten door:
a. een enkelvoudige kamer bestaande uit één civiele rechter, indien het een kwestie betreft waarbij de afzonderlijke eisen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan €50.000;
b. een meervoudige kamer bestaande uit minstens twee en maximaal drie civiele rechters, indien een enkelvoudige civiele kamer onbevoegd is;
Lid 2
Geen rechter of rechtbank is bevoegd te oordelen over een eis indien deze eis al is behandeld door het bestuur van Nederbeek. Behoudens die gevallen waar zij van datzelfde bestuur toestemming hebben gekregen.

