Artikel 111 WBR - Eis

Artikel 111 WBR - Eis

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 111 WBR - Eis

#

Lid 1

Indien de rechtbank heeft ingestemd met een civiel proces, zal de eiser zo snel mogelijk een dagvaarding opsturen naar de gedaagde, dan wel diens advocaat, en naar de rechtbank.

Lid 2

Een dagvaarding bestaat uit:
a.     de naam en andere relevante gegevens van de eiser;
b.     de naam en andere relevante gegevens van de gedaagde;;
c.     de voorgenomen vordering;
d.     de reden waarom deze vordering wordt gedaan;

Lid 3

De gedaagde mag na het ontvangen van de dagvaarding tegenvorderingen doen. Welke op zijn laatst meegezonden mogen worden met het dossier.

Lid 4

De eiser dan wel gedaagde mag de dagvaarding dan wel tegenvordering immer afzwakken tot en met het moment waarop de zitting is begonnen.
De eiser dan wel gedaagde mag tot drie dagen voor de zitting de dagvaarding dan wel tegenvordering verzwaren zonder toestemming van de rechtbank.