Artikel 121 WBR - Horen van standpunten
Lid 1
De rechtbank stelt na de opening van de zaak beide partijen in de gelegenheid hun standpunten kenbaar te maken.
Lid 2
Allereerst vraagt zij de eiser de dagvaarding uiteen te zetten. In elk geval moet duidelijk zijn:
a. wat de zaak inhoudt;
b. welke feiten dit ondersteunen;
c. wat de voorgenomen vordering is;
Lid 3
Na de eiser krijgt de gedaagde of diens advocaat de gelegenheid om hun visie op de dagvaarding te geven dan wel om een eventuele tegenvordering toe te lichten, waarbij duidelijk moet zijn:
a. waarom de tegenvordering gedaan wordt;
b. welke feiten dit ondersteunen;
c. wat de voorgenomen tegenvordering is;

