Artikel 122 WBR - Feitenbehandeling

Artikel 122 WBR - Feitenbehandeling

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 122 WBR - Feitenbehandeling

#

Lid 1

Nadat de feiten zijn besproken, begint de rechtbank aan de feitenbehandeling. Welke bestaat uit:
a.     het bespreken van het bewijsmateriaal;
b.     het horen van getuigen;

Lid 2

In beginsel hanteert de rechtbank de volgende volgorde wanneer zij de feiten behandelt:
a.     de eiser wordt gevraagd om elk bewijsstuk toe te lichten, waarna de gedaagde en de rechtbank de gelegenheid krijgen hierover vragen te stellen;
b.     vervolgens worden de getuigen van de eiser gehoord. Waarbij eerst de eiser en daarna de gedaagde en de rechtbank de gelegenheid krijgen de getuige te bevragen;
c.     vervolgens krijgt de gedaagde de gelegenheid eventueel ingebracht tegenbewijs te bespreken. De eiser en de rechtbank krijgen hierbij de gelegenheid de gedaagde vragen te stellen;
d.     daarna worden de getuigen van de gedaagde gehoord. Waarbij eerst de gedaagde en daarna de eiser en de rechtbank de gelegenheid krijgen om vragen te stellen;

Lid 3

De bepalingen in lid 2 zijn niet leidend en de rechtbank mag hiervan afwijken, zolang er geen belangen onnodig geschaad worden.