Artikel 123 WBR - Getuigenverhoor

Artikel 123 WBR - Getuigenverhoor

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 123 WBR - Getuigenverhoor

#

Lid 1

In beginsel vindt een getuigenverhoor als volgt plaats:
a.     in eerste instantie krijgt de partij die de getuige heeft opgeroepen dan wel conform de procedure als eerste aan het woord is de gelegenheid de getuige vragen te stellen;
b.     daarna wordt de andere partij in de gelegenheid gesteld vragen te stellen;
c.     vervolgens heeft de rechtbank de gelegenheid zelf vragen te stellen aan de getuigen;
d.     daarna wordt er een rondvraag gedaan of er nog vragen zijn aan de getuigen;
e.     tot slot beslist de rechtbank of de getuige mag gaan of dat deze moet blijven dan wel zich beschikbaar moet houden.

Lid 2

De wet maakt onderscheid tussen twee soorten verdachten, die niet noodzakelijkerwijs onverenigbaar zijn in één persoon, maar voor de wet andere doelen dienen:
a.     een ooggetuige;
b.     een specialistische getuige;

Lid 3

Ooggetuigen zijn die getuigen die kunnen verklaren over een bepaalde gebeurtenis. Hen mogen alleen vragen gesteld worden over die feiten en gebeurtenissen waar zij getuigen van zijn geweest;

Lid 4

Specialistische getuigen zijn die getuigen die dankzij hun beroep of ervaring, kennis hebben over een bepaald onderwerp. Deze getuigen mogen enkel vragen gesteld worden over die onderwerpen waarin zij expertise hebben. Expertise wordt aangenomen indien de getuigen:
a.     een instructeur is;
b.     een specialisatie heeft gevolgd;
c.     voor langere tijd werkzaam is of tot kort geleden is geweest in een specifieke branche;
d.     aantoonbaar kennis heeft van een bepaald onderwerp;