Ambi - Hoofdstuk 2 Geweld

Ambi - Hoofdstuk 2 Geweld

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Ambi - Hoofdstuk 2 Geweld

#

            

Artikel 4 AmbI

#

Lid 1

Het gebruik van een geweldsmiddel of vrijheidsbeperkend middel is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar:

a.     aan wie dat middel rechtens is toegekend, voor zover hij optreedt ter uitvoering van de taak met het oog waarop het middel hem is toegekend,

b.     en die in het gebruik van dat middel is geoefend.

Artikel 7 AmbI

#

Lid 1

Het gebruik van een vuurwapen is slechts geoorloofd:

a.     om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze:

  1. een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken, of

  2. aanstonds ander levensbedreigend geweld tegen personen zal gebruiken;

b.     om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf:

  1.  dat een ernstige aantasting vormt voor de lichamelijke integriteit,

  2.  betrekking heeft op het zich wederrechtelijk bevinden in een woning of daarbij behorende besloten erf  met gebruik van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, of

  3.  dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn;

  4. dat niet valt binnen bovenstaande bepalingen en niet enkel een misdrijf is vermeld onder de hoofdstukken: openbare orde, de goede naam of valsheid, in het wetboek van strafrecht.

c.     om een ernstig gewond dier te doden;

d.     om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden

Lid 2

in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt van het vuurwapen geen gebruikgemaakt indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat uitstel van aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt.

Artikel 8 AmbI

#

Lid 1

Het gebruik van automatisch vuur mag alleen plaatsvinden door een ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam of bijstandseenheid dan wel belast is met de bewaking en beveiliging van personen en objecten en is slechts geoorloofd om direct gevaar voor het leven van  personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

Artikel 9 AmbI

#

Lid 1

Het gebruik van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, mag alleen plaatsvinden onder bevel van de commandant van een bijstandseenheid en is slechts geoorloofd om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

Artikel 10 AmbI

#

Lid 1

De ambtenaar mag slechts een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee automatisch vuur of lange-afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, ter hand nemen:

a.     in gevallen waarin het gebruik van een vuurwapen is toegestaan of

b.     in verband met zijn veiligheid of die van anderen, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie ontstaat, waarin hij bevoegd is een vuurwapen te gebruiken.

Lid 2

Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zich niet of niet meer voordoet, bergt deambtenaar terstond het vuurwapen op.

Artikel 10a AmbI

#

Lid 1

De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, zal schieten, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat geschoten zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing, die zo nodig vervangen kan worden door een waarschuwingsschot, blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.

Lid 2

Een waarschuwingsschot moet op zodanige wijze worden gegeven, dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.

Artikel 12a AmbI

#

Lid 1

het gebruik van een stroomstootwapen is slechts geoorloofd:
a.     om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen een persoon zal gebruiken of aanstonds ander geweld tegen personen zal gebruiken;

b.     om een persoon aan te houden die zich aan aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;

c.     ter verdediging tegen of voor het onder controle brengen van agressieve dieren;

d.     om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

Artikel 12b AmbI

#

Lid 1

De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij een stroomstootwapen tegen een persoon zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat een stroomstootwapen gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.

Artikel 12c AmbI

#

Lid 1

Het gebruik van de wapenstok is slechts geoorloofd:
a.     om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen een persoon zal gebruiken of aanstonds ander geweld tegen personen zal gebruiken;

b.     om een persoon aan te houden die zich aan aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;

c.     om een persoon op afstand te houden die een ambtenaar in dienst taakuitoefening belemmert of die geen gehoor geeft aan een bevoegd gegeven bevel of vordering;

d.     ter verspreiding van samenscholingen of volksmenigten die een onmiddellijke bedreiging vormen voor de openbare orde;

e.     om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

Artikel 12d AmbI

#

Lid 1

De ambtenaar of de meerdere onder wiens bevel de ambtenaar optreedt, waarschuwt onmiddellijk voordat hij een wapenstok tegen een persoon zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat een wapenstok gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de omstandigheden de waarschuwing redelijkerwijs niet toelaten.

Artikel 14 AmbI

#

Lid 1

Het gebruik van een waterwerper is slechts geoorloofd bij optreden van een mobiele eenheid als bedoeld in opdracht van de meerdere en na verkregen toestemming van het bevoegd gezag.

Artikel 15 AmbI

#

Lid 1

Het inzetten van een surveillancehond als geweldmiddel is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij:

a.     de surveillancedienst, en

b.     het optreden van een mobiele eenheid na toestemming van het bevoegd gezag;

c.     het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten

Lid 2

Het inzetten van een AOT-hond is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij het, na toestemming van het bevoegd gezag, optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam of een bijstandseenheid.

Artikel 15a AmbI

#

Lid 1

Het inzetten van een surveillancehond of AOT-hond als geweldsmiddel is slechts geoorloofd:

a.     om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken dan wel aanstonds ander geweld tegen personen zal gebruiken;

b.     om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is  veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf;

c.     om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

Artikel 15b AmbI

#

Lid 1

De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij een surveillancehond of een AOT-hond tegen een persoon zal inzetten, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat een surveillancehond onderscheidenlijk een AOT-hond ingezet zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de omstandigheden de waarschuwing redelijkerwijs niet toelaten.