Navigatie
← Terug naar overzichtWetboek van strafrecht
Wetboek van strafvordering
Artikel 1 BWG - Eigenaar
#Lid 1
Een persoon is eigenaar van goederen die op wettige wijze in diens bezit gekomen zijn.
Lid 2
Goederen mogen in beginsel niet, voor al dan niet onbepaalde tijd, worden ontnomen van de rechtmatige eigenaar, behoudens die gevallen waarin de wet anders bepaalt.
Lid 3
In die gevallen waarbij een goed twee of meer eigenaren heeft, zijn zij alle gelijkwaardig eigenaar van dat bezit. Daardoor mogen zij niet over hun eigendom beschikken zonder de toestemming van alle andere eigenaren.
Lid 4
Als uitzondering op lid 3 gelden de situaties:
a. waarin de wet anders bepaalt;
b. de eigenaren anders overeengekomen zijn;

