Navigatie
← Terug naar overzichtArtikel 7 Sr. - Maatregelen
#Lid 1
De volgende zaken mogen inbeslaggenomen worden: geld, voertuigen, documenten waaronder rijbewijzen, (zee)containers en goederen.
Lid 2
Een contact of gebiedsverbod mag slechts worden opgelegd voor de duur van een week.
Lid 3
De bovenstaande maatregelen mogen ongeacht de schuld of onschuld van een verdachte worden opgelegd. Zolang dit redelijk en nodig is voor het herstellen of voorkomen van strafbare daden.
Lid 4
Enkel een veroordeling voor een misdrijf kan resulteren in een negatieve aantekening op het VOG wanneer:
a. wanneer een opsporingsambtenaar veroordeeld voor een misdrijf;
b. wanneer een lid van het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf oplegt;
c. wanneer een lid van het Openbaar Ministerie een taakstraf en/of boete oplegt en niet expliciet opgenomen heeft dat het VOG negatief wordt;
Officieren van Justitie hebben de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over het VOG. Daarbij mogen zij gemotiveerd afwijken van de bepalingen in dit lid.

