Navigatie
← Terug naar overzichtArtikel 66 Sv. - Verhoor
#Lid 1
De uitvoerende ambtenaar dan wel ambtenaren zijn bij een verhoor bevoegd tot:
a. het niet geheel of zelfs verdraaien van de werkelijkheid;
b. de te verhoren persoon op te halen en ongeacht enige bezigheid, behoudens die welke levensgevaar kunnen veroorzaken, mee te nemen. Mits zij hiervoor een machtiging tot medebrenging dan wel aanhouding hebben;
c. indien nodig een persoon voor maximaal 1 uur vast te zetten;
d. indien het openbaar ministerie toestemming geeft, mag een verhoorde persoon voor 1 dag worden vastgehouden en deze bevoegdheid mag steeds opnieuw worden verleend tot een maximum van 3 dagen;
Lid 2
Een verhoor vindt slechts plaats in die gevallen waarbij sprake is van:
a. een verdenking van een strafbaar feit;
b. gegronde reden om te twijfelen aan iemands getuigenverklaring dan wel aangifte;
Lid 3
Een verhoor vindt altijd plaats in het bijzijn van het lid van het openbaar ministerie die de toestemming heeft gegeven dan wel een ander lid van het openbaar ministerie dat als diens waarnemer optreedt.
Indien zo is besloten door het openbaar ministerie kan een opsporingsdienst zelfstandig een verhoor uitvoeren zonder een lid van het openbaar ministerie.
Lid 4
Een te verhoren persoon is voor de wet niet noodzakelijkerwijs verdachte dan wel aangehouden. Enige niet gemeende of ongefundeerde uitlating of handeling die in strijd is met dit artikel is nietig.
Ongeacht het hierboven genoemde heeft een persoon die in verhoor zit het recht op rechtsbijstand als ware hij een aangehouden verdachte;
Tevens heeft een persoon in verhoor het recht om gebruik te maken van de rechten van een aangehouden verdachte als ware hij dit;

