Artikel 8 Aw - Opheffen van de geheimhouding

Artikel 8 Aw - Opheffen van de geheimhouding

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 8 Aw - Opheffen van de geheimhouding

#

Lid 1

Indien er een gegronde verdenking bestaat dat een advocaat zich als advocaat heeft opgesteld ten einde misbruik te maken van het geheimhoudingsplicht en het bijbehorende verschoningsrecht kan deze worden opgeheven.

Misbruik van de zwijgplicht wordt sowieso aangenomen indien:
a.     er blijkt dat de advocaat betrokken was bij enige strafbare handeling in een zaak waar hij later optrad;
b.     probeert met zijn geheimhoudingsplicht zijn eigen aandeel te verbergen;
c.     een cliënt intimideert of anderszins onheus bejegend of beïnvloed;
d.     een advocaat aantoonbaar onwaarheden verkondigd over zijn betrokkenheid bij een strafrechtelijk proces;

Lid 2

Opheffing van de geheimhouding gebeurt enkel door:

a.     een rechter aan wie een zaak wordt voorgelegd waar de advocaat in kwestie in optreedt;
b.     een Hoofd Officier van Justitie wanneer er spraken is van een langduriger strafrechtelijk onderzoek is naar de advocaat in kwestie of diens handelen;

Lid 3

De geheimhouding wordt enkel en alleen opgeheven voor zover dat nodig is om de gezochte informatie te bemachtigen. En is enkel van toepassing op die zaken waarbij er spraken lijkt te zijn van het misbruiken van de geheimhouding.