Navigatie
← Terug naar overzichtArtikel 73 Sv. - Machtiging tot preventief fouilleren
#Lid 1
Middels een machtiging tot preventieve fouillering krijgt een opsporingsdienst dan wel een ambtenaar daarvan de bevoegdheid om:
a. gebruik te maken van de rechten van de fouilleringsbevoegdheid op een daarvoor aangewezen plaats zonder dat daarbij spraken moet zijn van enige aanleiding om iemand te fouilleren;
b. het steekproefsgewijs of volledig fouilleren van het langskomend of doorkomend verkeer van mensen of transportmiddelen dan wel beide;
Lid 2
het Openbaar Ministerie verleend slechts een machtiging tot preventief fouilleren indien er:
a. concrete aanwijzingen zijn dat er op grote schaal drugs, wapens of andere illegale voorwerpen door een bepaald gebied worden vervoerd, dan wel dat eventuele bezitters van deze voorwerpen vaak door een bepaald gebied trekken met deze voorwerpen;
b. een opsporingsinstantie belast is met de beveiliging van een gebouw of locatie;
c. op een belangrijke economische of publieke functie de veiligheid van de aanwezige dit vereist;
d. ter behoeve van gecoördineerde (verkeer)controles;
Bij de afweging voor het toekennen van deze machtiging dient de impact van het schenden van de privacy, en/of de integriteit van het lichaam naast andere relevante belangen afgewogen te worden tegen het publieke belang en het nut van de doorzoeking. Bij wet is het hoe dan ook niet toegestaan om de bevoegdheid toe te kennen waarmee iemand door een arts onderzocht moet worden.
Lid 3
Een preventieve fouillering vindt altijd plaats in de aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie die het bevel heeft uitgevaardigd dan wel een aangewezen plaatsvervangend lid van het openbaar ministerie.
Indien het Openbaar Ministerie dit vermeld in de machtiging preventieve fouillering kan een opsporingsdienst zelfstandig een preventieve fouillering uitvoeren zonder aanwezigheid van een lid van het Openbaar Ministerie. Dit geldt van rechtswege voor alle plekken die vanwege hun economische of publieke functie worden aangemerkt als plekken waar preventief gefouilleerd mag worden.
Lid 4
Een machtiging tot preventieve fouillering bevat:
a. de naam van en functie van het lid van het Openbaar Ministerie die de machtiging toekent;
b. de datum waarop de machtiging is afgegeven;
c. de geldigheidsdatum van de machtiging;
d. de locatie of locaties waarop de machtiging tot preventieve fouillering betrekking heeft;
e. de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die bevoegd zijn tot het preventief fouilleren op de aangewezen locatie;
f. welke fouilleringsrechten ingezet mogen worden;
g. een motivering waarom er preventief gefouilleerd wordt en en met welk doel;
Lid 5
De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot binnentreding is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 14 dagen;
Welke door de Hoofd Officier van Justitie nog eens met tweemaal 7 dagen mag worden verlengd.
Deze vervaltermijn geldt niet voor locaties die vanwege hun economische of publieke functie worden aangemerkt als plekken voor preventieve fouillering, zolang zij hun originele functie behouden.

