Navigatie
← Terug naar overzichtArtikel 64 Sv. - Doorzoeking roerende zaken
#Lid 1
De volgende handelingen worden aangemerkt als een doorzoeking van roerende zaken:
a. het door en nakijken van een transportmiddelen;
b. het kijken en zoeken in een tas, koffer of ander voorwerp voor het transport van goederen;
c. het bevoelen van verpakkingen van voorwerpen;
d. het afnemen en onderzoeken van monsters of afdrukken;
e. het doorzoeken en analyseren van gegevens;
Lid 2
Het doorzoeken van roerende zaken is enkel toegestaan wanneer:
a. er een vermoede bestaat dat iemand zich schuldig maakt aan het bezitten van een wapen of drugs dan wel de handel daarin.;
b. het een voorwerp betreft dat in beslag genomen is;
c. indien iemand zich op de plek van een misdrijf bevindt of zich anderszins verdacht maakt;
d. Indien een Officier van Justitie daarvoor toestemming geeft;
Lid 3
Behoudens de wettelijke uitzonderingen is een ambtenaar bevoegd om het onderzoek aan roerende zaken of aan de kleding uit te voeren. Behalve wanneer de eigenaar van deze spullen of de kleding een overheidsambt of advocaten ambt bekleed dan wel wanneer het Openbaar Ministerie restricties heeft gesteld aan het onderzoeken van bepaalde zaken. In die gevallen dient eerst toestemming van een Officier van Justitie verkregen te worden.
Lid 4
Een Officier van Justitie mag een ambtenaar van politie machtigen roerende zaken te onderzoeken, zoals beschreven in lid 1. Mits hij hiervoor een gemotiveerde en relevante reden heeft in het kader van strafrechtelijk onderzoek of opsporing. Waarbij dit belang opweegt tegen eventuele medische, maatschappelijke of andere relevante bezwaren.

