Navigatie
← Terug naar overzichtBezit
#
Artikel 1 BWG - Eigenaar
#Lid 1
Een persoon is eigenaar van goederen die op wettige wijze in diens bezit gekomen zijn.
Lid 2
Goederen mogen in beginsel niet, voor al dan niet onbepaalde tijd, worden ontnomen van de rechtmatige eigenaar, behoudens die gevallen waarin de wet anders bepaalt.
Lid 3
In die gevallen waarbij een goed twee of meer eigenaren heeft, zijn zij alle gelijkwaardig eigenaar van dat bezit. Daardoor mogen zij niet over hun eigendom beschikken zonder de toestemming van alle andere eigenaren.
Lid 4
Als uitzondering op lid 3 gelden de situaties:
a. waarin de wet anders bepaalt;
b. de eigenaren anders overeengekomen zijn;
Artikel 2 BWG - Goederen
#Lid 1
Als goederen worden aangemerkt:
a. alle zaken;
b. alle vermogensrechten;
Artikel 3 BWG - Zaken
#Lid 1
Als zaak wordt aangemerkt elk ding dat een fysieke vorm heeft.
Lid 2
Als roerende zaken worden aangemerkt al die zaken die niet onroerend zijn.
Lid 3
Als onroerende zaken worden aangemerkt:
a. de grond,
b. de planten in de grond;
c. de gebouwen en constructies die duurzaam in de grond verankerd zijn, al dan niet door vereniging met andere gebouwen of constructies;
Artikel 4 BWG - Vermogensrechten
#Lid 1
Als vermogensrechten worden aangemerkt alle rechten die niet fysiek zijn, maar wel een geldelijke waarde vertegenwoordigen.
Lid 2
Onder vermogensrechten worden in elk geval verstaan:
a. banksaldo's;
b. tegoeden;
c. aandelen;
Lid 3
Vermogensrechten kunnen een fysieke vorm aannemen in de vorm van: documenten of biljetten, om overdracht mogelijk te maken dan wel te vergemakkelijken of aan deze overdracht voorwaarden te stellen.

