Artikel 72 Sv. - Machtiging tot aanhouding

Artikel 72 Sv. - Machtiging tot aanhouding

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 72 Sv. - Machtiging tot aanhouding

#

Lid 1

Middels een machtiging tot aanhouding zijn opsporingsambtenaren bevoegd tot:

a.     het ontnemen van de vrijheid van een te arresteren individu of groep;

b.     het inperken van de bewegingsmogelijkheden van een individu voor of tijdens transport indien daar reden voor is;

c.     het inzetten van aanhoudingsgeweld of middelen;

d.     het inzetten van de bevoegdheden van een binnentreding indien een te arresteren individu of groep zich op een plek bevindt die niet voor het publiek toegankelijk is, voor zover de veiligheid en de gezondheid van derde of de arrestant dit redelijkerwijs niet zouden moeten beletten;

Lid 2

Een machtiging tot aanhouding wordt enkel verleend:

a.     indien er voldoende bewijs is om een verdachte te veroordelen voor een strafbaar feit;

b.     indien een verzoek tot medebrenging geen resultaat heeft gehad;

c.     indien een transport middel of ander kenmerkend attribuut van een persoon meermaals is aangetroffen op een plaats delict en er geen redelijke verklaring bestaat waarom deze daar zou kunnen belanden;

Lid 3

In beginsel is een opsporingsambtenaar niet bevoegd tot het zelfstandig aanhouden van een verdachte. Ook al heeft hij genoeg bewijs tegen deze verdachte. Hij dient daarvoor een machtiging tot aanhouding aan te vragen bij het Openbaar Ministerie.

Dit geldt niet wanneer een opsporingsambtenaar op basis van een betrapping op heterdaad een verdachte aanhoud dan wel op basis van een heterdaad gezocht heeft naar een verdachte zonder noemenswaardige onderbrekingen.

Lid 4

Een machtiging tot aanhouding bevat:

a.     de naam van en functie van het lid van het openbaar ministerie die de machtiging toekent;
b.     de datum waarop de machtiging is afgegeven;

c.     de geldigheidsdatum van de machtiging;

d.     de locatie of locaties waarop de machtiging tot aanhouding betrekking op heeft;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de feitelijke doorzoeking;

f.     de feiten waarvoor verdachte wordt aangehouden;

Lid 5

Een machtiging tot aanhouding heeft een tijdelijke duur. Deze duur is afhankelijk van de resterende strafvervolgingstermijn voor de delicten waar de aanhouding voor plaatsvindt.