Navigatie
← Terug naar overzichtAlgemene bepalingen aangaande bedrijven
#
Veiligheid
#
Artikel 1 WBV - Veiligheidseisen van panden
#Lid 1
Een pand waar mensen werken, moet voldoen aan de volgende vereisten:
a. er moet een duidelijk en toegankelijk evacuatieplan zijn;
b. er is een duidelijke lijst met bedrijfshulpverleners toegankelijk en bruikbaar bij calamiteiten;
c. de (nood)uitgangen zijn vrij van verplaatsbare obstakels;
d. binnen in het bedrijf zijn geen verplaatsbare obstakels die ontruiming bemoeilijken;
e. er zijn duidelijke instructies over hoe te werken of om te gaan met risicopunten binnen het bedrijf;
f. het gebouw is structuur- en brandtechnisch in orde;
Artikel 2 WBV - Veiligheidseisen voor personeel
#Lid 1
Personeel van een bedrijf moet voldoen aan de volgende eisen:
a. in staat zijn om het evacuatieplan uit te voeren;
b. in staat zijn de juiste stappen te nemen bij calamiteiten;
c. bij calamiteiten in staat zijn de instructies van leidinggevende, bedrijfshulpverleners of bevoegde instanties op te volgen;
d. instaat zijn het werk veilig uit te voeren, al dan niet naar aanleiding van voorschriften vanuit het bedrijf, zoals bedoelt in artikel 1 WBV lid 1 onder e;
Artikel 3 WBV - Bedrijfshulpverlening
#Lid 1
Slechts de veiligheidsregio is bevoegd om personen naar eigen inzicht een certificaat te verlenen om op te mogen treden als bedrijfshulpverlener. Daarbij gaat de veiligheidsregio over:
a. de geldigheidsduur van het certificaat;
b. de inhoudelijke kennis die nodig is voor het certificaat;
Verklaringen omtrent gedrag (VOG)
#
Artikel 10 WBV - Vereiste verklaring omtrent gedrag
#Lid 1
Alle organisaties zijn bevoegd om te eisen dat al hun medewerkers een positieve verklaring omtrent gedrag hebben.
Lid 2
Er geldt een verbod op het verplicht stellen van een positieve verklaring omtrent gedrag voor slechts één of enkele medewerkers binnen de organisatie, tenzij:
a. dit onderscheid wordt gemaakt op basis van functie;
Artikel 11 WBV - Uitvoeringsinstantie
#Lid 1
Het Openbaar Ministerie is als enige bevoegd om rechtsgeldige verklaringen omtrent gedrag af te geven.
Lid 2
Hiervoor is het Openbaar Ministerie bevoegd tot het volgende:
a. het inzien van iemands strafblad en de daarbij horende strafdossiers;
b. het opstellen van profielen of regels voor het keuren van verklaringen omtrent gedrag;
c. het aanbrengen van onderscheid in verklaring omtrent gedrag voor specifieke beroepsgroepen of taken of andere zinvolle redenen.
Artikel 12 WBV - Limieten
#Lid 1
Een verklaring omtrent gedrag mag slechts worden gebaseerd op:
a. gepleegde misdrijven beschreven in het Wetboek van Strafrecht;
b. wanneer hier een veroordeling voor is gegeven binnen of korter dan twee weken na het moment van aanvraag.
Winkelverbod
#
Artikel 20 WBV - Winkelverboden
#Lid 1
Winkelverboden mogen worden aangevraagd door de eigenaar of bestuurder van een organisatie, voor:
a. al hun bedrijven in Nederbeek;
b. de posten dan wel garages van de veiligheidsregio;
Lid 2
Winkelverboden mogen niet worden aangewend met als doel:
a. het kunnen weigeren van hulp door de veiligheidsregio of de politie;
b. het weigeren van ambtenaren van de veiligheidsregio, de politie en/of het Openbaar Ministerie wanneer zij daar zijn in het kader van hun ambt;
Lid 3
Een winkelverbod wordt gelijkgesteld aan de strafrechtelijke maatregelen benoemd in artikel 4 Sr. lid 2.
Lid 4
Slechts het Openbaar Ministerie is bevoegd om een rechtsgeldig winkelverbod uit te vaardigen.
Lid 5
Bij het toetsen van de redelijkheid van een winkelverbod houdt het Openbaar Ministerie rekening met:
a. de wettelijke eis van artikel 4 Sr. lid 2;
b. eigen richtlijnen;
c. de ernst van de onrust of strafbare gedraging;
d. het belang van de organisatie voor het eigen levensonderhoud dan wel gemak;
e. andere gebiedsverboden;
Artikel 21 WBV - Wegsturen
#Lid 1
Een bedrijf is bevoegd een persoon te weigeren indien deze overlast heeft veroorzaakt of zich strafbaar gedraagt in het bedrijf of ten aanzien van minstens één van de medewerkers, zonder dat daarvoor een winkelverbod nodig is.
Lid 2
De bepaling van lid 1 is niet van toepassing op:
a. weigeringen op basis van eerdere misdragingen dan wel strafbare gedragingen in het verleden, zonder dat daarvoor een nog geldig winkelverbod is toegekend;

