Artikel 130 Sr. - Binnendringing

Artikel 130 Sr. - Binnendringing

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 130 Sr. - Binnendringing

#

Lid 1

Hij die in de woning, een afgeslote ruimte of het erf van een ander, onrechtmatig binnengaat of daar wederrechtelijk is, en die zich niet op de vordering van of vanwege de eigenaar dan wel een andere rechthebbende onmiddellijk van diens of uit diens eigendom weggaat, is schuldig aan binnendringing.

Binnendringing wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 5 maanden, 15 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Indien hij zich bedient van middelen geschikt om vrees aan te jagen bij het binnendringen wordt als schuldig bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 10 maanden, 18 taakstraffen en/of geldboete van de 2de categorie.