Artikel 70 Sv. - Machtiging doorzoeking

Artikel 70 Sv. - Machtiging doorzoeking

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 70 Sv. - Machtiging doorzoeking

#

Lid 1

Een machtiging tot doorzoeking verleend een ambtenaar de volgende bevoegdheden:

a.     het binnentreden van de bedoelde plek;

b.     het openen en doorzoeken van al dan niet verborgen ruimte, holtes en voorwerpen, welke voor zover nodig en redelijk opengebroken mogen worden;

c.     het afzijdig stellen van de personen aanwezig op de plek die onderzocht wordt;

d.     het meenemen van voorwerpen waarop de machtiging betrekking heeft;

Lid 2

Het Openbaar Ministerie verleend slechts een machtiging tot doorzoeking indien er:

a.     een redelijke verdenking bestaat dat er op de te onderzoeken plek zaken liggen die in beslag genomen mogen worden conform artikel 62 Sv juncto 63 Sv.;

b.     een vermoede dat er op een bepaalde plek een voortvluchtige, gezochte persoon of een verdachte zich verbergt of verborgen wordt gehouden;

Bij de afweging voor het toekennen van deze machtiging dient de impact van het schenden van de privacy, naast andere relevante belangen afgewogen te worden tegen de stelligheid van de verdenking en het nut van de doorzoeking. Dit geldt in het bijzonder bij het doorzoeken van woningen.

Lid 3

Een doorzoeking vindt altijd plaats in de aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie die het bevel heeft uitgevaardigd dan wel een aangewezen plaatsvervangend lid van het openbaar ministerie.

Indien het Openbaar Ministerie dit vermeld in de machtiging kan een opsporingsdienst zelfstandig een machtiging uitvoeren zonder aanwezigheid van een lid van het Openbaar Ministerie.

Lid 4

Het lid van het Openbaar Ministerie dan wel de hoogste ambtenaar van politie die aanwezig is bij de doorzoeking is verplicht voor, tijdens of na een doorzoeking de belanghebbende in kennis te stellen van de doorzoeking. Als belanghebbende worden aangemerkt:

a.     de eigenaar van de te doorzoeken plek;

b.     diens vertegenwoordiger;

c.     relevante derde met een privacy belang;

Wanneer daarom verzocht wordt dient de inhoud van de machtiging te worden getoond, voorgelezen of doorgestuurd te worden.

Lid 5

Een machtiging tot huiszoeking bevat:

a.     de naam van en functie van het lid van het openbaar ministerie die de machtiging toekent;

b.     de datum waarop de machtiging is afgegeven;

c.     de geldigheidsdatum van de machtiging;

d.     de locatie of locaties waarop de machtiging tot doorzoeking betrekking op heeft;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de feitelijke doorzoeking;

f.     een motivering waarom de locatie wordt doorzicht en met welk doel;

Lid 6

De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot doorzoeking is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 5 dagen;