Artikel 19a AmbI

Artikel 19a AmbI

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 19a AmbI

#

Lid 1

De ambtenaar van Politie, belast met de opsporing van strafbare feiten, kan bij ernstige delicten hij die te maken heeft met of in de buurt is van het strafbaarheid, waar in het artikel fouillering toestaat, fouilleren op  basis van deze wet zoals onder andere de wet wapens en munitie of wet ID, zoals vastgesteld in artikel 21 Ambtsinstructie. 

Lid 2

Tevens is de ambtenaar van Politie, die belast is met de opsporing van strafbare feiten, bij verdenking van het bezitten van zaken die het feit mogelijk maken of die door het feit verkregen zijn, hij die te maken heeft met of in de buurt is van het strafbare feit te fouilleren.

Lid 3

Buiten de gevallen benoemd in lid 1 en 2 van dit artikel is een opsporingsambtenaar bevoegd om een fouillering uit te voeren op het moment dat zij daarvoor toestemming hebben gekregen van een lid van het Openbaar Ministerie. Deze toestemming wordt verleend in de vorm van een machtiging tot preventief fouilleren.