Artikel 51 Sv. - Rechtspraak

Artikel 51 Sv. - Rechtspraak

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 51 Sv. - Rechtspraak

#

Lid 1

In beginsel is een rechter als enige bevoegd om te oordelen over de schuldbevinding aan een strafbaar feit.

Lid 2

Echter verkrijgt hij deze bevoegdheid pas op het moment dat:

a.     het Openbaar Ministerie een verdachte dagvaard;

b.     een verdachte zijn zaak wil laten beoordelen door een onafhankelijke rechter;

Lid 3

De rechtbank heeft echter de bevoegdheid om een voorgelegde zaak niet te behandelen indien:

a.     de rechtbank het niet van belang acht een zaak aan te horen;

b.     geen redenen ziet om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het Openbaar Ministerie;

c.     het niet wenselijk, dan wel mogelijk acht om op redelijke termijn te oordelen over een zaak

Daarnaast is de rechtbank bevoegd om regelingen op te stellen omtrent de criteria die zij stellen aan het mogelijk horen van een zaak en op grond waarvan het Openbaar Ministerie dan wel een opsporingsambtenaar een verzoek aan de rechter mag afwijzen als ware het een besluit van de rechtbank.