Navigatie
← Terug naar overzichtArtikel 6 Sr. - Sanctie
#Lid 1
Strafbare feiten kunnen worden bestraft met een: gevangenisstraf, taakstraf of een geldboete. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen overtredingen en misdrijven, op basis waarvan het strafrecht ook is ingedeeld.
Lid 2
Een gevangenisstraf heeft een maximale duur van 60 maanden. Echter geldt voor de artikelen 150 en 151 Sr. een maximum straf van 90 maanden.
Lid 3
Een taakstraf mag niet bestaan uit meer dan 60 taken.
Lid 4
Een geldboete heeft een maximumbedrag van € 20.000. En zijn onder te verdelen in de volgende categorieën
1e: €2.900
2e: €3.800
3e: €5.100
4e: €7.300
5e: €8.600
Lid 5
De hierboven benoemde sancties mogen enkel worden opgelegd aan zij die schuldig zijn aan een in de wet benoemd strafbaar feit.
Lid 6
Een boete wordt altijd in combinatie met een taakstraf opgelegd voor hetzelfde feit. Er geldt een verbod op het combineren van een celstraf en taakstraf dan wel het combineren van een celstraf en boete voor één en hetzelfde feit.
Lid 7
Een opsporingsambtenaar heeft de bevoegdheid op basis van zijn of haar discretionaire handelingsmarge om een beslissing te nemen tussen een gevangenisstraf of een taakstraf.
Een combinatie van beide sancties is niet mogelijk.
Een opsporingsambtenaar handelt in overeenstemming met lid 6 wanneer hij gebruik maakt van diens discretionaire handelingsmarge.
Lid 8
De in lid 4 beschreven sanctie mag worden opgelegd als vervanging van een gevangenisstraf door een functionaris van het Openbaar Ministerie ten aanzien van een misdrijf.
Lid 9
Iedere overtreding wordt primair bestraft met een geldboete, echter mag een taakstraf worden toegevoegd aan deze geldboete door een functionaris van het Openbaar Ministerie zolang tegelijkertijd een misdrijf ten laste wordt gelegd.

