Artikel 65 Sv. - Test verdovende middelen

Artikel 65 Sv. - Test verdovende middelen

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 65 Sv. - Test verdovende middelen

#

Lid 1

Onder het afnemen van een test op verdovende middelen wordt verstaan:

a.     het afnemen van een blaastest;

b.     het afnemen van een speekseltest;

c.     het afnemen van bloedonderzoek;

Lid 2

Het afnemen van een blaas of speekseltest is enkel toegestaan, indien:

a.     er een redelijk vermoede ontstaat dat iemand verdovende middelen heeft gebruikt en zich daardoor schuldig heeft gemaakt aan een strafbare gedraging.

Het doen van bloedonderzoek is slechts geoorloofd, indien:

b.     de andere testen benoemd in dit artikel onvoldoende uitsluitsel geven over de vraag of iemand onder invloed is van verdovende middelen en de redelijke verdenkingen blijven bestaan;

c.     indien het voor de straftoemeting noodzakelijk is om vast te stellen welke hoeveelheid verdovende middelen nog aanwezig zijn in het lichaam;

Lid 3

Een blaas of speekseltest mag worden afgenomen door elke opsporingsambtenaar van politie.

Een bloedonderzoek mag enkel worden afgenomen met toestemming van het Openbaar Ministerie die de belangen van opsporing afweegt tegen de inbreuk op de onschendbaarheid van het lichaam  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een gecertificeerde arts in een besloten ruimte waar de juiste middelen aanwezig zijn;

Lid 4

In beginsel zijn alle testen benoemd in dit artikel op vrijwillige basis. Weigering mag enkel op basis van medische redenen die door een arts bevestigd moeten worden. Uiteindelijk beslist het OM of zij de test laten doorgaan. Echter mogen zij hierbij:

a.     een verdachte niet in levensgevaar brengen;

b.     een verdachte niet lichamelijk letsel berokkenen buiten het noodzakelijke letsel dat nodig is voor het uitvoeren van het onderzoek;
c.     een verdachte niet een hevige emotionele gemoedstoestand laten ervaren die niet opweegt tegen het belang van het afnemen van de test;