Artikel 71 Sv. - Machtiging tot observatie

Artikel 71 Sv. - Machtiging tot observatie

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 71 Sv. - Machtiging tot observatie

#

Lid 1

Met een machtiging tot observatie is een opsporingsambtenaar bevoegd tot:

a.     het observeren en achterna gaan van een voertuig of persoon;

b.     het posten bij in- en uitgangen, bedrijven dan wel bij de woning van de geobserveerde;

c.     het inzetten van elektronica om gesprekken van de geobserveerde en derde af te luisteren;

d.     het plaatsen van camera's in de woning of andere belangrijke plekken van de geobserveerde;

Lid 2

Een machtiging tot observatie mag enkel worden verleend door een Officier van Justitie. Dit gebeurt slechts in die gevallen waarbij sprake is van:

a.     een persoon zich vreemd of verdacht gedraagt;

b.     een persoon wordt verdacht van betrokkenheid of verwaandheid aan een misdrijf;

c.     een persoon is of wordt mogelijk een doelwit van een misdrijf;

Bij het uitvaardigen van een machtiging tot observatie dient het openbaar ministerie zo veel mogelijk rekening te houden met de privacy van de geobserveerde en mogelijke derde.

Lid 3

Indien opsporingsambtenaren een verdacht persoon aantreffen en zij zien genoeg grond om die persoon voor langere tijd te observeren. Zijn zij zonder toestemming van het openbaar ministerie bevoegd om voor redelijke tijd een observatie op te zetten met gebruik van de bevoegdheden in lid 3 onder a en b.

Buiten bovengenoemd geval om dient zij toestemming te hebben van een Officier van Justitie.

Lid 4

Een machtiging tot observatie voldoet aan de volgende vormvereisten:

a.     de naam van en functie van het lid van het openbaar ministerie dat het bevel uitvaardigt;

b.     de datum waarop het bevel is uitgevaardigd;

c.     de geldigheidsdatum van het bevel;

d.     de persoon of de locatie die onder observatie gesteld wordt;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de observatie;

f.     de middelen die de ambtenaren in mogen zetten;

g.     een korte motivering en de reden waarom geobserveerd wordt;

Lid 5

Een opsporingsambtenaar is verplicht de persoon op wie observatie betrekking heeft dan wel een derde relevante partij in kennis te stellen van de observatie voor zover dat wenselijk en mogelijk is.

Lid 6

De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot observatie is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 5 dagen;