Artikel 50 Sv. - Schuldigheidsbevinding

Artikel 50 Sv. - Schuldigheidsbevinding

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 50 Sv. - Schuldigheidsbevinding

#

Lid 1

Een verdachte mag slechts schuldig worden bevonden aan een strafbaar feit, indien er:

a.     voldoende wettig bewijs is om de beschreven strafbare gedraging te bewijzen;

b.     voldoende overtuiging leeft bij de ambtenaar die iemand schuldig bevindt aan een strafbaar feit, omtrent de vraag of de verdachte het feit wel gepleegd heeft;

c.     er geen wettelijke gronden zijn waarop schuldig bevinding aan een strafbaar feit niet meer mogelijk is dan wel die het feit rechtvaardigen;

Lid 2

Voor de overtuiging zijn drie zaken wettelijk van belang:

a.     de oordelend ambtenaar dient voor zover mogelijk inzicht te krijgen in het motief van de verdachte;

b.     de oordelend ambtenaar dient vast te stellen of de verdachte in de gelegenheid was om het strafbare feit te plegen;

c.     de oordelend ambtenaar dient het aantal en de waarschijnlijkheid van alternatieve scenario's te overwegen;

Afwezigheid van één of meerdere van deze punten hoeft niet direct te leiden tot vrijspraak voor het ten laste gelegde.