Artikel 53 Sv. - Voorgeleiding bij een hulp Officier van Justitie

Artikel 53 Sv. - Voorgeleiding bij een hulp Officier van Justitie

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 53 Sv. - Voorgeleiding bij een hulp Officier van Justitie

#

Lid 1

Een aangehouden verdachte dient altijd voorgeleid te worden aan een hulp Officier van Justitie. Die niet betrokken is geweest bij de aanhouding, de bewijsvergaring of een eventueel strafrechtelijk onderzoek.

Lid 2

De Hulp Officier van Justitie hoort de verklaringen van de opsporingsambtenaar aan en weegt de bewijslast. Daarnaast hoort deze de verdachte.

Lid 3

De Hulp Officier van Justitie velt vervolgens een oordeel over de vraag of het ten laste gelegde feit bewezen is en zo ja legt een passende straf op. Daarbij houdt de Hulp Officier van Justitie rekening met:

a.     de persoonlijke omstandigheden en aard van de verdachte;

b.     eventuele fouten die zijn gemaakt door opsporingsambtenaren of het Openbaar Ministerie;

c.     de ernst en/ of de maatschappelijke impact van het bewezen feit dan wel de wijze waarop dit gepleegd is;

d.     alle andere zaken die voor een passende strafmeting van belang kunnen zijn;