Artikel 2 Sv. - De rechten van een arrestant

Artikel 2 Sv. - De rechten van een arrestant

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 2 Sv. - De rechten van een arrestant

#

Lid 1

Een individu wordt een arrestant op het moment dat hij succesvol is aangehouden krachtens een rechtsgeldig arrestatiebevel dan wel op heterdaad is aangehouden.

Lid 2

Een arrestant heeft krachtens de wet onvervreemdbare rechten die hem terstond medegedeeld moeten worden, dan wel binnen redelijke termijn:
a.     de arrestant heeft het recht om te zwijgen;
b.     de arrestant heeft het recht op, zelfstandig verworven, rechtsbijstand; 

Tevens heeft een arrestant rechten die hem niet geweigerd mogen worden maar, die hem niet medegedeeld hoeven te worden:
c.     de arrestant heeft recht op medische hulp en het verkrijgen van eerste levensbehoefte;
d.     de arrestant heeft recht op een tolk;

Lid 3

De arrestant moet nadat hij is gearresteerd zo snel mogelijk op de hoogte worden gesteld van zijn rechten, indien dit niet ter plaatse kan gebeuren dan gebeurt het zo snel mogelijk daarna. In elk geval is de arrestant op de hoogte gesteld van zijn rechten voordat hem enige vragen gesteld mogen worden met betrekking tot het feit of de feiten waarvan hij verdacht wordt, niet zijnde het vaststellen van de identiteit van de arrestant.