Navigatie
← Terug naar overzichtBewijsmaterieel
#
Artikel 41 Sv. - Bewijsminimum
#Lid 1
Geen feit is bewezen op grond van slechts één bewijsmiddel.
Slechts een verklaring van een opsporingsambtenaar op eed gesteld mag dienen als genoeg bewijs om iemand te veroordelen voor en strafbaar feit voor zover het bewijs hier toereikend genoeg voor is.
Artikel 42 Sv. - Bewijsmiddelen
#Lid 1
Als wettig en overtuigend bewijs wordt aangemerkt:
a. al het rechtmatig verkregen bewijs dat is verkregen middels strafrechtelijk onderzoek;
b. bewijsmateriaal dat is verkregen met rechtmatig gebruikte en uitgevoerde bevoegdheden;
c. getuigenverklaringen;
Artikel 43 Sv. - Getuigenverklaring
#Lid 1
Bij het opstellen van een getuigenverklaring stelt de ambtenaar deze onder ambtseed op namens de getuigen. Een getuige verklaring dient te bevatten:
a. de naam van de getuige;
b. een beschrijving van hetgeen wat er gebeurd is;
c. de eventuele persoonlijke verhouding die de getuige heeft met een van de betrokkenen;
d. afwezigheid van een van deze vormvereisten is geen grond tot onrechtmatigheid van de getuigenverklaring, behalve de vereiste van lid 1 onder a.
Lid 2
Het valselijk afleggen van een getuigenis wordt voor de wet gelijkgesteld als het doen van een valse aangifte zoals bedoeld in artikel 141 wetboek van strafrecht,

