Artikel 69 Sv. - Machtiging tot binnentreding

Artikel 69 Sv. - Machtiging tot binnentreding

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 69 Sv. - Machtiging tot binnentreding

#

Lid 1

Een machtiging tot binnentreding verleend een ambtenaar de volgende bevoegdheden:

a.     het betreden of binnengaan van een locatie dan wel ruimte;

b.     het openmaken dan wel breken van deuren, luiken, panelen of het open maken dan wel verplaatsen van andere obstakels die de toegang tot die locatie of ruimte beletten;

c.     het rondkijken op de locatie dan wel in de ruimtes op die locatie;

d.     het in beslag nemen van voorwerpen die door de wet als strafbaar worden aangemerkt;

Lid 2

het Openbaar Ministerie verleend slechts een machtiging tot binnentreding indien er:

a.     een redelijke verdenking bestaat dat er op de te onderzoeken plek zaken liggen die in beslag genomen mogen worden conform artikel 62 Sv juncto 63 Sv;

b.     een vermoede dat er op een bepaalde plek een voortvluchtige, gezochte persoon of een verdachte zich verbergt of verborgen wordt gehouden;

Bij de afweging voor het toekennen van deze machtiging dient de impact van het schenden van de privacy, naast andere relevante belangen afgewogen te worden tegen de stelligheid van de verdenking en het nut van de doorzoeking. Dit geldt in het bijzonder bij het doorzoeken van woningen.

Lid 3

Een machtiging tot binnentreding mag worden uitgevoerd door elke opsporingsambtenaar al dan niet in aanwezigheid van een lid van het Openbaar Ministerie.

Lid 4

Het lid van het Openbaar Ministerie dan wel de hoogste ambtenaar van politie die aanwezig is bij de binnentreding is verplicht voor, tijdens of na de binnentreding de belanghebbende in kennis te stellen van de binnentreding. Als belanghebbende worden aangemerkt:

a.     de eigenaar van de te doorzoeken plek;

b.     diens vertegenwoordiger;

c.     relevante derde met een privacy belang;

Wanneer daarom verzocht wordt dient de inhoud van de machtiging te worden getoond, voorgelezen en/of doorgestuurd te worden.

Lid 5

Een machtiging tot binnentreding bevat:

a.     de naam van en functie van het lid van het Openbaar Ministerie die de machtiging toekent;
b.     de datum waarop de machtiging is afgegeven;

c.     de geldigheidsdatum van de machtiging;

d.     de locatie of locaties waarop de machtiging tot binnentreding betrekking heeft;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de feitelijke doorzoeking;

f.     een motivering waarom wordt binnengetreden en met welk doel;

Lid 6

De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot binnentreding is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 5 dagen;

Lid 7

Indien er spraken is van een noodsituatie worden de bevoegdheden van een machtiging tot binnentreding automatisch toegekend aan die ambtenaren die op deze noodsituatie reageren.