Hoofdstuk 2 Politietaak

Hoofdstuk 2 Politietaak

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Hoofdstuk 2 Politietaak

#

            

Artikel 6 PW

#

Lid 1

De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde, veiligheid en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.

Artikel 7 PW

#

Lid 1

De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik hiervan gebonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.

Lid 2

De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, heeft toegang tot elke plaats, voor zover dat voor het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven, redelijkerwijs nodig is.

Lid 3

De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf of van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

Lid 4

De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd een te vervoeren of in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor andere kunnen vormen, als mede daartoe de voorwerpen te onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert.

Lid 5

De uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste tot vierde lid, dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn.

Lid 6

Ambtenaren van politie zijn bevoegd tot het doen van vorderingen voor zover deze vordering verband houdt met de politietaak, niet zeer onredelijk is en niet botst met de rechtsnormen binnen Nederbeek.

Artikel 8 PW

#

Lid 1

Een ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd tot het vorderen van inzage van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van personen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de politietaak.

Artikel 9 PW

#

Lid 1

In de Ambtsinstructie 2024 worden regels gesteld ter uitvoering van artikel 7 politiewet 2024.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent maatregelen waaraan rechtens van hun vrijheid beroofde personen met het oog op hun insluiting kunnen worden onderworpen, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van hun veiligheid of de veiligheid van anderen.

Artikel 11 PW

#

Lid 1

Indien de politie in een gemeente optreedt ter handhaving van de openbare orde en ter uitvoering van de hulpverleningstaak, staat zij onder gezag van de burgemeester.

Lid 2

De burgemeester kan de betrokken ambtenaren van politie de nodige aanwijzingen geven voor de vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken.

Artikel 12 PW

#

Lid 1

Indien de politie optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, dan wel taken verricht ten dienste van justitie, staat zij, tenzij in enige wet anders is bepaald, onder gezag van de officier van justitie.

Lid 2

De officier van justitie kan de betrokken ambtenaren van politie de nodige aanwijzingen geven voor de vervulling van de in het eerste lid bedoelde taak.

Artikel 13 PW

#

Lid 1

Indien de ambtenaar met voeren van OGS rijd is overschrijding van maximumsnelheid geoorloofd, tot hoogte van 40 km/h tenzij spoedeisende hulp vraagt tot overschrijding van deze richtlijn.

Lid 2

Spoedeisende diensten met voering van OGS houden zich onderling aan de volgens de Wegen Verkeerswet voorgelegde voorrangsregels.

Lid 3

SIV voertuigen mogen als nodig voor het uitvoeren van de taakstelling maximaal begrenzen tot 40 km/h zonder OGS voering.

Lid 4

Bij afwijking van de brancherichtlijn meld de ambtenaar van politie dit voor tijdens of direct na inzet van deze afwijking mondeling aan meldkamer of gezag.

Lid 5

Het inzetten van de T.O.N. methode is slechts geoorloofd, een ambtenaar van politie mag dit tot maximaal 20 meter met uitzondering van SIV voertuigen, als benodigd is voor hun taakuitvoering.   (T.O.N.= Tegengesteld Opvallend Naderen)

Artikel 14 PW

#

Lid 1

Gebruik van vrijstellingen is slechts geoorloofd, als wordt gebruikt voor het uitvoeren van de politietaak, met en zonder voering van OGS. Mits verkeersveiligheid niet in gevaar komt, het gebruik noodzakelijk isen de voorschriften van brancherichtlijn worden nageleefd.

Artikel 15 PW

#

Lid 1

Bij snelheidsmetingen gelden de volgende correcties:

a.     Metingen verricht door de Landelijke Eenheid Politie Nederbeek worden niet gecorrigeerd;

b.     Metingen van de Dienst Noodhulp Politie worden wel gecorrigeerd en wel met een marge van 5 kilometer/uur.

In het geval van snelheidsovertredingen wordt gerekend met de totaalmeting, dus na de correctie.

Artikel 16 PW

#

Lid 1

In het kader van de openbare orde en veiligheid is de politie bevoegd om vervoersmiddelen die beschadigd zijn, onbeheerd achtergelaten zijn, belemmerend zijn of een potentieel gevaar vormen op de openbare weg:

a.     Weg te slepen naar het hoofdbureau of een ander plek niet zijnde de impound;

b.     Het forceren van het voertuig mits dit vereist is voor het transporten en/of wegslepen

Artikel 17 PW

#

Lid 1

De kosten die gemaakt worden in de uitvoering van artikel 16 mogen ten koste komen van de eigenaar dan wel bestuurder van het transportmiddel. 

Lid 2

De kosten die gemaakt worden in de uitvoering van artikel 62 Sv. dan wel 63 Sv. mogen ten koste komen van de eigenaar dan wel bestuurder van het ransportmiddel.