Artikel  104 Sr. - Oplichting

Artikel 104 Sr. - Oplichting

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 104 Sr. - Oplichting

#

Lid 1

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door list iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een vordering van schuld, wordt, is schuldig aan oplichting

Oplichting wordt bestraft met maximaal een gevangenisstraf van ten hoogste 12 maanden, 15 taakstraffen en/of een geldboete van de 2de categorie.