Artikel 110 Sr. - Vrijheidsberoving

Artikel 110 Sr. - Vrijheidsberoving

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Artikel 110 Sr. - Vrijheidsberoving

#

Lid 1

Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, is schuldig aan vrijheidsberoving,

Vrijheidsberoving wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 20 maanden en/of een geldboete van de 2de categorie.

Lid 2

Hij die opzettelijk een opsporingsambtenaar wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, is schuldig aan vrijheidsberoving van een ambtenaar.

Vrijheidsberoving van een ambtenaar wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten hoogste 25 maanden en/of een geldboete van de 3de categorie.

Lid 3

Indien een vrijheidsberoving zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de gevangenisstraf op de hierboven genoemde gedragingen met een derde verhoogd en/of een geldboete van de 4de categorie.

Lid 4

Als zwaar letsel wordt gezien dat letsel waar een herstelperiode van minimaal 6 weken voor nodig is conform de geldende medische standaarden.