Bevoegdheden en machtigingen

Bevoegdheden en machtigingen

Wetboek

Nederbeek

Navigatie

← Terug naar overzicht

Bevoegdheden en machtigingen

#

Artikel 60 Sv. - Openbronnenonderzoek

#

Lid 1

Onder openbronnenonderzoek wordt verstaan:

a.     het doorzoeken van voor het publiek toegankelijke bronnen van informatie;

b.     het gebruiken van vastgestelde en voor het publiek bekende feiten van algemene aard;

c.     het gebruiken van wetenschappelijk onderzoek;

d.     het gebruiken van informatie die vrijwillig en zonder enig uitdrukkelijk verzoek verkregen is;

e.     informatie die opgeslagen staat in politie systemen dan wel andere strafrechtelijke informatie;

Lid 2

Het doel van een openbronnenonderzoek is het aanvullen van de bewijslast ten aanzien van een verdachte en teven het opsporen van mogelijke misdragingen dan wel verdachte feiten die nader strafrechtelijk onderzoek nodig kunnen hebben.

Artikel 61 Sv. - Plaatsdelict

#

id 1

Het inroepen van een plaatsdelict houdt in dat:

a.     een plek of ruimte dan wel de toegang tot die plek of ruimte voor enige tijd mag worden afgeschermd met een lint, zegels, voertuig(en), person(en) of op andere wijze;

b.     mogelijk bewijsmateriaal beschouwd, onderzocht, meegenomen  en/of in beslag genomen mag worden van die plek;

c.     eventuele lijken of gewonde personen, beschouwd, onderzocht en verder medisch worden verwerkt. Voor zover hier door het geldende recht geen beperkingen aan worden gesteld;

d.     het tijdelijk verbieden of stop zetten van, voorgenomen, wijzigingen ten aanzien van objecten of plaatsen die als geheel als bewijsmateriaal worden gezien, maar door hun aard niet te verplaatsen zijn;

Lid 2

Het inroepen van een plaats delict mag enkel gebeuren wanneer er minstens een vermoede bestaat dat er op de aan te wijze plek bewijsmateriaal aanwezig is wat kan leiden tot of bijdragen aan een vervolging voor een strafbare gedraging dan wel als tegenbewijs kan dienen voor eventuele verdenkingen tegen verdachte. 

Lid 3

Een plaats delict mag worden ingeroepen door elke ambtenaar van politie. En mag ook enkel door hun en leden van het Openbaar Ministerie zonder voorafgaande toestemming en zonder begeleiding worden betreden.

Lid 4

Een plaats delict dient zo snel mogelijk weer ter beschikking te worden gesteld aan de eigenaar of het publiek, voor zover dit daarvoor ook het geval was. De politie is bevoegd een plaats delict voor maximaal 1 uur nadat de plaats delict is ingeroepen te handhaven. Daarna dienen zij zo snel mogelijk, maar minstens binnen 24 uur toestemming te krijgen van het Openbaar Ministerie. Welke deze plaats delict voor maximaal 7 dagen mag handhaven waarna opnieuw een beoordeling dient plaats te vinden.

Een Officier van Justitie mag een plaats delict opheffen of de beperkingen die deze plaats oplegt inperken op elk gewenst moment. Daarbij dient de afweging van de waarheidsvinding en de zuiverheid van het strafrechtelijk onderzoek afgewogen te worden tegen de publieke en private inbreuk die het plaats delict met de van kracht zijnde beperkingen maakt.

Artikel 62 Sv. - Inbeslagname

#

Lid 1

De volgende roerende zaken mogen in beslag genomen worden:

a.     voertuigen voor zover zij al niet in beslag genomen mochten worden krachtens de wet of andere regelingen;

b.     Die zaken waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij betrekking hebben op een strafbaar feit;

c.     Al dan niet elektronische gegevensdragers of de inhoud daarvan, waaronder bedrijfsadministratie;

d.     Die voorwerpen die strafbaar zijn gesteld;

e.     Die voorwerpen die de waarheidsvinding dienen;

Lid 2

Het in beslag nemen van roerende zaken mag enkel om de volgende redenen:

a.     voor onderzoek aan, op, in of ten aanzien van deze voorwerpen;

b.     als pressie middel, wanneer een verdachte nog niet vastgezet is

c.     ter preventie van andere strafbare feiten;

d.     als onderpand voor mogelijke schadeclaims, boetes of andere geldelijke kosten gerelateerd aan een strafbaar feit;

e.     om een strafbaar voorwerp uit de samenleving te verwijderen;

f.     als herstel of compensatie van strafbare gedragingen;

Lid 3

Roerende zaken mogen in beginsel door elke opsporingsambtenaar in beslag genomen worden. Zolang zij een verdachte op heterdaad hebben betrapt op het plegen van een strafbaar feit waarbij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze zaken betrekking hebben op het gepleegde strafbare feit of wanneer zij ten aanzien van een strafbaar feit een plaats delict hebben ingeroepen en de in te nemen zaken zich op dit plaats delict bevinden.

Indien een opsporingsambtenaar buiten deze situaties om de bevoegdheden van dit artikel wil gebruiken dienen zij daarvoor toestemming te vragen aan het Openbaar Ministerie middels een machtiging tot inbeslagname.

Lid 4

In beslag genomen roerende zaken worden zo snel mogelijk maar op zijn laatst 5 dagen na een uiteindelijke uitspraak over het ten laste gelegde waarop het voorwerp betrekking heeft teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar.

Artikel 63 Sv. - Inbeslagname voertuigen

#

Lid 1

De inbeslagname van voertuigen kan buiten de standaard gronden voor inbeslagname ook plaatsvinden op het moment dat er spraken is van:

a.     een voertuig dat 125% boven de toegestane snelheid reed;

b.     de eigenaar tot drie maal toe zonder rijbewijs is aangetroffen terwijl hij het voertuig bestuurde;

c.     de eigenaar tot tweemaal toe onder invloed van verdovende middelen heeft gereden;

d.     het voertuig niet voldoet aan de APK keuring dan wel andere veiligheidskeurmerken;

e.     er een WOK status is afgegeven op het voertuig en de eigenaar daarbij toch deelgenomen heeft aan het verkeer;

Lid 2

Een Officier van Justitie is bevoegd een voertuig voor maximaal 14 dagen in beslag te nemen.

Indien de noodzaak dan nog bestaat om een voertuig te houden kan een andere Officier van Justitie besluiten deze inbeslagname met nog eens 7 dagen te verlengen.

Waarna enkel de Hoofd Officier van Justitie nogmaals met 7 dagen de inbeslagname mag verlengen.

Deze bepalingen gelden echter niet wanneer een voertuig in beslag genomen is met het doel om als bewijs te dienen dan wel wanneer een voertuig is ingenomen ten einde een verzoek tot aanhouding te vergemakkelijken door de bewegingsmogelijkheden van de verdachte in te perken. In deze gevallen wordt het voertuig pas teruggegeven wanneer er geen spraken meer is van de noodzaak om het voertuig ten aanzien van deze belangen te houden en/ of er geen verlenging meer is aangevraagd krachtens de eisen van lid 1.

Artikel 64 Sv. - Doorzoeking roerende zaken

#

Lid 1

De volgende handelingen worden aangemerkt als een doorzoeking van roerende zaken:

a.     het door en nakijken van een transportmiddelen;

b.     het kijken en zoeken in een tas, koffer of ander voorwerp voor het transport van goederen;

c.     het bevoelen van verpakkingen van voorwerpen;

d.     het afnemen en onderzoeken van monsters of afdrukken;

e.     het doorzoeken en analyseren van gegevens;

Lid 2

Het doorzoeken van roerende zaken is enkel toegestaan wanneer:

a.     er een vermoede bestaat dat iemand zich schuldig maakt aan het bezitten van een wapen of drugs dan wel de handel daarin.;

b.     het een voorwerp betreft dat in beslag genomen is;

c.     indien iemand zich op de plek van een misdrijf bevindt of zich anderszins verdacht maakt;

d.     Indien een Officier van Justitie daarvoor toestemming geeft;

Lid 3

Behoudens de wettelijke uitzonderingen is een ambtenaar bevoegd om het onderzoek aan roerende zaken of aan de kleding uit te voeren. Behalve wanneer de eigenaar van deze spullen of de kleding een overheidsambt of advocaten ambt bekleed dan wel wanneer het Openbaar Ministerie restricties heeft gesteld aan het onderzoeken van bepaalde zaken. In die gevallen dient eerst toestemming van een Officier van Justitie verkregen te worden.

Lid 4

Een Officier van Justitie mag een ambtenaar van politie machtigen roerende zaken te onderzoeken, zoals beschreven in lid 1. Mits hij hiervoor een gemotiveerde en relevante reden heeft in het kader van strafrechtelijk onderzoek of opsporing. Waarbij dit belang opweegt tegen eventuele medische, maatschappelijke of andere relevante bezwaren.

Artikel 65 Sv. - Test verdovende middelen

#

Lid 1

Onder het afnemen van een test op verdovende middelen wordt verstaan:

a.     het afnemen van een blaastest;

b.     het afnemen van een speekseltest;

c.     het afnemen van bloedonderzoek;

Lid 2

Het afnemen van een blaas of speekseltest is enkel toegestaan, indien:

a.     er een redelijk vermoede ontstaat dat iemand verdovende middelen heeft gebruikt en zich daardoor schuldig heeft gemaakt aan een strafbare gedraging.

Het doen van bloedonderzoek is slechts geoorloofd, indien:

b.     de andere testen benoemd in dit artikel onvoldoende uitsluitsel geven over de vraag of iemand onder invloed is van verdovende middelen en de redelijke verdenkingen blijven bestaan;

c.     indien het voor de straftoemeting noodzakelijk is om vast te stellen welke hoeveelheid verdovende middelen nog aanwezig zijn in het lichaam;

Lid 3

Een blaas of speekseltest mag worden afgenomen door elke opsporingsambtenaar van politie.

Een bloedonderzoek mag enkel worden afgenomen met toestemming van het Openbaar Ministerie die de belangen van opsporing afweegt tegen de inbreuk op de onschendbaarheid van het lichaam  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een gecertificeerde arts in een besloten ruimte waar de juiste middelen aanwezig zijn;

Lid 4

In beginsel zijn alle testen benoemd in dit artikel op vrijwillige basis. Weigering mag enkel op basis van medische redenen die door een arts bevestigd moeten worden. Uiteindelijk beslist het OM of zij de test laten doorgaan. Echter mogen zij hierbij:

a.     een verdachte niet in levensgevaar brengen;

b.     een verdachte niet lichamelijk letsel berokkenen buiten het noodzakelijke letsel dat nodig is voor het uitvoeren van het onderzoek;
c.     een verdachte niet een hevige emotionele gemoedstoestand laten ervaren die niet opweegt tegen het belang van het afnemen van de test;

Artikel 66 Sv. - Verhoor

#

Lid 1

De uitvoerende ambtenaar dan wel ambtenaren zijn bij een verhoor bevoegd tot:

a.     het niet geheel of zelfs verdraaien van de werkelijkheid;

b.     de te verhoren persoon op te halen en ongeacht enige bezigheid, behoudens die welke levensgevaar kunnen veroorzaken, mee te nemen. Mits zij hiervoor een machtiging tot medebrenging dan wel aanhouding hebben;

c.     indien nodig een persoon voor maximaal 1 uur vast te zetten;

d.     indien het openbaar ministerie toestemming geeft, mag een verhoorde persoon voor 1 dag worden vastgehouden en deze bevoegdheid mag steeds opnieuw worden verleend tot een maximum van 3 dagen;

Lid 2

Een verhoor vindt slechts plaats in die gevallen waarbij sprake is van:

a.     een verdenking van een strafbaar feit;

b.     gegronde reden om te twijfelen aan iemands getuigenverklaring dan wel aangifte;

Lid 3

Een verhoor vindt altijd plaats in het bijzijn van het lid van het openbaar ministerie die de toestemming heeft gegeven dan wel een ander lid van het openbaar ministerie dat als diens waarnemer optreedt.

Indien zo is besloten door het openbaar ministerie kan een opsporingsdienst zelfstandig een verhoor uitvoeren zonder een lid van het openbaar ministerie.

Lid 4

Een te verhoren persoon is voor de wet niet noodzakelijkerwijs verdachte dan wel aangehouden. Enige niet gemeende of ongefundeerde uitlating of handeling die in strijd is met dit artikel is nietig.

Ongeacht het hierboven genoemde heeft een persoon die in verhoor zit het recht op rechtsbijstand als ware hij een aangehouden verdachte;

Tevens heeft een persoon in verhoor het recht om gebruik te maken van de rechten van een aangehouden verdachte als ware hij dit;

Artikel 67 Sv. - Schotrestenonderzoek

#

Lid 1

Een lid van het openbaar ministerie kan bevelen dat een verdachte wordt onderworpen aan een schotrestenonderzoek wanneer:

a.     er een verdenking bestaat dat die persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf waarbij een vuurwapen betrokken is geweest;

In die gevallen waarbij een persoon geen bezwaar heeft tegen het afnemen van de kruitsporen test is tevens de opsporingsambtenaar bevoegd om een schotrestenonderzoek uit te voeren.

Artikel 69 Sv. - Machtiging tot binnentreding

#

Lid 1

Een machtiging tot binnentreding verleend een ambtenaar de volgende bevoegdheden:

a.     het betreden of binnengaan van een locatie dan wel ruimte;

b.     het openmaken dan wel breken van deuren, luiken, panelen of het open maken dan wel verplaatsen van andere obstakels die de toegang tot die locatie of ruimte beletten;

c.     het rondkijken op de locatie dan wel in de ruimtes op die locatie;

d.     het in beslag nemen van voorwerpen die door de wet als strafbaar worden aangemerkt;

Lid 2

het Openbaar Ministerie verleend slechts een machtiging tot binnentreding indien er:

a.     een redelijke verdenking bestaat dat er op de te onderzoeken plek zaken liggen die in beslag genomen mogen worden conform artikel 62 Sv juncto 63 Sv;

b.     een vermoede dat er op een bepaalde plek een voortvluchtige, gezochte persoon of een verdachte zich verbergt of verborgen wordt gehouden;

Bij de afweging voor het toekennen van deze machtiging dient de impact van het schenden van de privacy, naast andere relevante belangen afgewogen te worden tegen de stelligheid van de verdenking en het nut van de doorzoeking. Dit geldt in het bijzonder bij het doorzoeken van woningen.

Lid 3

Een machtiging tot binnentreding mag worden uitgevoerd door elke opsporingsambtenaar al dan niet in aanwezigheid van een lid van het Openbaar Ministerie.

Lid 4

Het lid van het Openbaar Ministerie dan wel de hoogste ambtenaar van politie die aanwezig is bij de binnentreding is verplicht voor, tijdens of na de binnentreding de belanghebbende in kennis te stellen van de binnentreding. Als belanghebbende worden aangemerkt:

a.     de eigenaar van de te doorzoeken plek;

b.     diens vertegenwoordiger;

c.     relevante derde met een privacy belang;

Wanneer daarom verzocht wordt dient de inhoud van de machtiging te worden getoond, voorgelezen en/of doorgestuurd te worden.

Lid 5

Een machtiging tot binnentreding bevat:

a.     de naam van en functie van het lid van het Openbaar Ministerie die de machtiging toekent;
b.     de datum waarop de machtiging is afgegeven;

c.     de geldigheidsdatum van de machtiging;

d.     de locatie of locaties waarop de machtiging tot binnentreding betrekking heeft;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de feitelijke doorzoeking;

f.     een motivering waarom wordt binnengetreden en met welk doel;

Lid 6

De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot binnentreding is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 5 dagen;

Lid 7

Indien er spraken is van een noodsituatie worden de bevoegdheden van een machtiging tot binnentreding automatisch toegekend aan die ambtenaren die op deze noodsituatie reageren.

Artikel 70 Sv. - Machtiging doorzoeking

#

Lid 1

Een machtiging tot doorzoeking verleend een ambtenaar de volgende bevoegdheden:

a.     het binnentreden van de bedoelde plek;

b.     het openen en doorzoeken van al dan niet verborgen ruimte, holtes en voorwerpen, welke voor zover nodig en redelijk opengebroken mogen worden;

c.     het afzijdig stellen van de personen aanwezig op de plek die onderzocht wordt;

d.     het meenemen van voorwerpen waarop de machtiging betrekking heeft;

Lid 2

Het Openbaar Ministerie verleend slechts een machtiging tot doorzoeking indien er:

a.     een redelijke verdenking bestaat dat er op de te onderzoeken plek zaken liggen die in beslag genomen mogen worden conform artikel 62 Sv juncto 63 Sv.;

b.     een vermoede dat er op een bepaalde plek een voortvluchtige, gezochte persoon of een verdachte zich verbergt of verborgen wordt gehouden;

Bij de afweging voor het toekennen van deze machtiging dient de impact van het schenden van de privacy, naast andere relevante belangen afgewogen te worden tegen de stelligheid van de verdenking en het nut van de doorzoeking. Dit geldt in het bijzonder bij het doorzoeken van woningen.

Lid 3

Een doorzoeking vindt altijd plaats in de aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie die het bevel heeft uitgevaardigd dan wel een aangewezen plaatsvervangend lid van het openbaar ministerie.

Indien het Openbaar Ministerie dit vermeld in de machtiging kan een opsporingsdienst zelfstandig een machtiging uitvoeren zonder aanwezigheid van een lid van het Openbaar Ministerie.

Lid 4

Het lid van het Openbaar Ministerie dan wel de hoogste ambtenaar van politie die aanwezig is bij de doorzoeking is verplicht voor, tijdens of na een doorzoeking de belanghebbende in kennis te stellen van de doorzoeking. Als belanghebbende worden aangemerkt:

a.     de eigenaar van de te doorzoeken plek;

b.     diens vertegenwoordiger;

c.     relevante derde met een privacy belang;

Wanneer daarom verzocht wordt dient de inhoud van de machtiging te worden getoond, voorgelezen of doorgestuurd te worden.

Lid 5

Een machtiging tot huiszoeking bevat:

a.     de naam van en functie van het lid van het openbaar ministerie die de machtiging toekent;

b.     de datum waarop de machtiging is afgegeven;

c.     de geldigheidsdatum van de machtiging;

d.     de locatie of locaties waarop de machtiging tot doorzoeking betrekking op heeft;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de feitelijke doorzoeking;

f.     een motivering waarom de locatie wordt doorzicht en met welk doel;

Lid 6

De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot doorzoeking is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 5 dagen;

Artikel 71 Sv. - Machtiging tot observatie

#

Lid 1

Met een machtiging tot observatie is een opsporingsambtenaar bevoegd tot:

a.     het observeren en achterna gaan van een voertuig of persoon;

b.     het posten bij in- en uitgangen, bedrijven dan wel bij de woning van de geobserveerde;

c.     het inzetten van elektronica om gesprekken van de geobserveerde en derde af te luisteren;

d.     het plaatsen van camera's in de woning of andere belangrijke plekken van de geobserveerde;

Lid 2

Een machtiging tot observatie mag enkel worden verleend door een Officier van Justitie. Dit gebeurt slechts in die gevallen waarbij sprake is van:

a.     een persoon zich vreemd of verdacht gedraagt;

b.     een persoon wordt verdacht van betrokkenheid of verwaandheid aan een misdrijf;

c.     een persoon is of wordt mogelijk een doelwit van een misdrijf;

Bij het uitvaardigen van een machtiging tot observatie dient het openbaar ministerie zo veel mogelijk rekening te houden met de privacy van de geobserveerde en mogelijke derde.

Lid 3

Indien opsporingsambtenaren een verdacht persoon aantreffen en zij zien genoeg grond om die persoon voor langere tijd te observeren. Zijn zij zonder toestemming van het openbaar ministerie bevoegd om voor redelijke tijd een observatie op te zetten met gebruik van de bevoegdheden in lid 3 onder a en b.

Buiten bovengenoemd geval om dient zij toestemming te hebben van een Officier van Justitie.

Lid 4

Een machtiging tot observatie voldoet aan de volgende vormvereisten:

a.     de naam van en functie van het lid van het openbaar ministerie dat het bevel uitvaardigt;

b.     de datum waarop het bevel is uitgevaardigd;

c.     de geldigheidsdatum van het bevel;

d.     de persoon of de locatie die onder observatie gesteld wordt;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de observatie;

f.     de middelen die de ambtenaren in mogen zetten;

g.     een korte motivering en de reden waarom geobserveerd wordt;

Lid 5

Een opsporingsambtenaar is verplicht de persoon op wie observatie betrekking heeft dan wel een derde relevante partij in kennis te stellen van de observatie voor zover dat wenselijk en mogelijk is.

Lid 6

De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot observatie is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 5 dagen;

Artikel 72 Sv. - Machtiging tot aanhouding

#

Lid 1

Middels een machtiging tot aanhouding zijn opsporingsambtenaren bevoegd tot:

a.     het ontnemen van de vrijheid van een te arresteren individu of groep;

b.     het inperken van de bewegingsmogelijkheden van een individu voor of tijdens transport indien daar reden voor is;

c.     het inzetten van aanhoudingsgeweld of middelen;

d.     het inzetten van de bevoegdheden van een binnentreding indien een te arresteren individu of groep zich op een plek bevindt die niet voor het publiek toegankelijk is, voor zover de veiligheid en de gezondheid van derde of de arrestant dit redelijkerwijs niet zouden moeten beletten;

Lid 2

Een machtiging tot aanhouding wordt enkel verleend:

a.     indien er voldoende bewijs is om een verdachte te veroordelen voor een strafbaar feit;

b.     indien een verzoek tot medebrenging geen resultaat heeft gehad;

c.     indien een transport middel of ander kenmerkend attribuut van een persoon meermaals is aangetroffen op een plaats delict en er geen redelijke verklaring bestaat waarom deze daar zou kunnen belanden;

Lid 3

In beginsel is een opsporingsambtenaar niet bevoegd tot het zelfstandig aanhouden van een verdachte. Ook al heeft hij genoeg bewijs tegen deze verdachte. Hij dient daarvoor een machtiging tot aanhouding aan te vragen bij het Openbaar Ministerie.

Dit geldt niet wanneer een opsporingsambtenaar op basis van een betrapping op heterdaad een verdachte aanhoud dan wel op basis van een heterdaad gezocht heeft naar een verdachte zonder noemenswaardige onderbrekingen.

Lid 4

Een machtiging tot aanhouding bevat:

a.     de naam van en functie van het lid van het openbaar ministerie die de machtiging toekent;
b.     de datum waarop de machtiging is afgegeven;

c.     de geldigheidsdatum van de machtiging;

d.     de locatie of locaties waarop de machtiging tot aanhouding betrekking op heeft;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die belast wordt met de feitelijke doorzoeking;

f.     de feiten waarvoor verdachte wordt aangehouden;

Lid 5

Een machtiging tot aanhouding heeft een tijdelijke duur. Deze duur is afhankelijk van de resterende strafvervolgingstermijn voor de delicten waar de aanhouding voor plaatsvindt. 

Artikel 73 Sv. - Machtiging tot preventief fouilleren

#

Lid 1

Middels een machtiging tot preventieve fouillering krijgt een opsporingsdienst dan wel een ambtenaar daarvan de bevoegdheid om:

a.     gebruik te maken van de rechten van de fouilleringsbevoegdheid op een daarvoor aangewezen plaats zonder dat daarbij spraken moet zijn van enige aanleiding om iemand te fouilleren;

b.     het steekproefsgewijs of volledig fouilleren van het langskomend of doorkomend verkeer van mensen of transportmiddelen dan wel beide;

Lid 2

het Openbaar Ministerie verleend slechts een machtiging tot preventief fouilleren indien er:

a.     concrete aanwijzingen zijn dat er op grote schaal drugs, wapens of andere illegale voorwerpen door een bepaald gebied worden vervoerd, dan wel dat eventuele bezitters van deze voorwerpen vaak door een bepaald gebied trekken met deze voorwerpen;

b.     een opsporingsinstantie belast is met de beveiliging van een gebouw of locatie;

c.     op een belangrijke economische of publieke functie de veiligheid van de aanwezige dit vereist; 

d.     ter behoeve van gecoördineerde (verkeer)controles; 

Bij de afweging voor het toekennen van deze machtiging dient de impact van het schenden van de privacy, en/of de integriteit van het lichaam naast andere relevante belangen afgewogen te worden tegen het publieke belang en het nut van de doorzoeking. Bij wet is het hoe dan ook niet toegestaan om de bevoegdheid toe te kennen waarmee iemand door een arts onderzocht moet worden.

Lid 3

Een preventieve fouillering vindt altijd plaats in de aanwezigheid van het lid van het openbaar ministerie die het bevel heeft uitgevaardigd dan wel een aangewezen plaatsvervangend lid van het openbaar ministerie.

Indien het Openbaar Ministerie dit vermeld in de machtiging preventieve fouillering kan een opsporingsdienst zelfstandig een preventieve fouillering uitvoeren zonder aanwezigheid van een lid van het Openbaar Ministerie. Dit geldt van rechtswege voor alle plekken die vanwege hun economische of publieke functie worden aangemerkt als plekken waar preventief gefouilleerd mag worden.

Lid 4

Een machtiging tot preventieve fouillering bevat:

a.     de naam van en functie van het lid van het Openbaar Ministerie die de machtiging toekent;

b.     de datum waarop de machtiging is afgegeven;

c.     de geldigheidsdatum van de machtiging;

d.     de locatie of locaties waarop de machtiging tot preventieve fouillering betrekking heeft;

e.     de instantie en indien gewenst de afdeling van die instantie die bevoegd zijn tot het preventief fouilleren op de aangewezen locatie;

f.     welke fouilleringsrechten ingezet mogen worden;

g.     een motivering waarom er preventief gefouilleerd wordt en en met welk doel;

Lid 5

De bevoegdheid die verleend wordt met een machtiging tot binnentreding is slechts van tijdelijke duur en mag niet langer zijn dan 14 dagen;

Welke door de Hoofd Officier van Justitie nog eens met tweemaal 7 dagen mag worden verlengd.

Deze vervaltermijn geldt niet voor locaties die vanwege hun economische of publieke functie worden aangemerkt als plekken voor preventieve fouillering, zolang zij hun originele functie behouden.

Artikel 74 Sv. - Verzoek tot medebrenging

#

Lid 1

Een verzoek tot medebrenging heeft tot doel het meenemen van individuen naar een locatie die daarvoor wordt aangewezen om een lid van een opsporingsinstantie, het Openbaar Ministerie of de rechterlijke macht instaat te stellen, een gesprek te voeren met dat individu. Daarbij verkrijgt de uitvoerende opsporingsambtenaar geen bevoegdheden krachtens dit verzoek. Behoudens die welke blijken uit dit artikel.

Lid 2

Een mee te brengen individu mag niet worden gedwongen of in zijn vrijheid worden beperkt behoudens een fouillering voor een mee te brengen persoon op de locatie aankomt en/of in een transportmiddel wordt geplaatst.

Artikel 75 Sv. - Algemene nummerplaatregistratie

#

Lid 1

Dit artikel verleent een opsporingsambtenaar de bevoegdheid om:
a.     kentekenplaten van voertuigen te registreren;

b.     deze kentekens te laten signaleren door observatie-elektronica bij wegen;

c.     zich te laten signaleren door deze observatie-elektronica;

d.     bevoegdheden in te zetten naar aanleiding van deze signalering;

Lid 2

Een algemene nummerplaatregistratie is slechts toegestaan:

a.      voor 24 uur nadat het voertuig betrokken is geweest bij een misdrijf en het feit nog niet strafrechtelijk is afgedaan;

b.     voor de duur van een machtiging tot aanhouding indien het voertuig betrokken is bij een misdrijf dan wel eigendom is van een van de verdachten van dat misdrijf;

c.     ter handhaving van artikel 76 Sv.;

d.     wanneer het voertuig als gestolen is opgegeven;

e.     wanneer het voertuig van belang is voor langduriger strafrechtelijk onderzoek;

Lid 3

Slechts in het geval van lid 2 b en e dient vooraf toestemming verkregen te worden door het Openbaar Ministerie alvorens een algemene nummerplaatregistratie mag plaatsvinden.

Lid 4

het Openbaar Ministerie mag te allen tijde beslissen dat een algemene nummerplaatregistratie niet langer een rechtmatige inbreuk maakt op de rechten van een geregistreerd persoon en de registratie opheffen.

Artikel 76 Sv. - Wachten op keuring registratie

#

Lid 1

Een registratie tot het wachten op een keuring heeft tot gevolg:

a.     dat het voertuig waarop het betrekking heeft zich niet langer op de openbare weg mag bevinden;

b.     indien nodig en op kosten van de bestuurder dan wel de eigenaar versleept mag worden;

c.     het voertuig conform artikel 75 Sv. mag worden opgenomen in het politiesysteem ten einde onwettige verplaatsing van het voertuig te kunnen waarnemen;

Lid 2

Een opsporingsambtenaar is bevoegd de bevoegdheden uit lid 1 toe te passen indien:

a.     het voertuig waartegen deze middelen worden ingezet niet voldoet aan de eisen van een APK, ongeacht een al dan niet geldige APK-status.

Lid 3

Een voertuig dat geregistreerd staat als wachtende op een keuring mag zich op de openbare weg begeven, mits:
a.     het doel van het transport een herkeuring van het voertuig betreft;

b.     de bestuurder van het voertuig de korts mogelijke route pakt naar de plaats waar het voertuig gekeurd zal worden;